*

 

Leugens rondom Irak

Koen Koch − 08/02/03, 00:00

Internationale politiek is helaas vaak een oefening in leugenachtigheid. Formeel gaat het bij de oorlog tegen Saddam Hoessein om de dreiging die zijn massavernietingswapens voor zijn buren en de rest van de wereld zouden vormen. Maar tegelijk wordt ook formeel verklaard dat het er eigenlijk niet toe doet of overtuigend bewezen kan worden of die wapens er nu zijn of niet. President Bush en zijn vrienden weten nu eenmaal zeker, bewijs of geen bewijs, dat die wapens er zijn. Het feit dat het overtuigende bewijs niet gevonden kan worden, wordt zelfs als een extra argument voor de oneindige doortraptheid van Saddam Hoessein aangevoerd, en is zo een reden te meer om hem aan te vallen.

De maanden durende inspanningen van de wapeninspecteurs, de discussies die daaraan vooraf gingen, de tenenkrommende debatten die nu weer gevoerd worden of Powell heeft overtuigd of niet, het maakt allemaal deel uit van een pijnlijk circusnummer. Bush heeft al lang geleden besloten dat Saddam Hoessein moet verdwijnen, zo heeft hij een en andermaal verklaard. De moeizame weg van de inspecties heeft hij slechts aanvaard als een alibi om de rest van de wereld met zijn plannen te verzoenen, niet in de hoop dat aldus de dreiging van massavernietigingswapens zou kunnen worden bezworen. Dergelijk gedrag voedt welwillende burgers op in cynisme en fatalisme. Ach, die oorlog komt er, omdat de Amerikanen nu eenmaal die oorlog willen, wat voor reden ze ook opgeven.

Het is de Amerikaanse regering niet ontgaan dat velen het verhaal over de massavernietigingswapens niet overtuigend vonden. Tegenover dat motief voor de aanval op Saddam Hoessein wordt door sommigen het klassieke verhaal gesteld dat het de Amerikanen heel gewoon 'om de Iraakse olie' gaat. Ik zou het niet weten. Wel is duidelijk dat leden van de Amerikaanse regering hun best doen een werkelijk politiek en moreel superieur argument voor de oorlog tegen Saddam Hoessein te bedenken. Dat schijnt gevonden te zijn in de bewering dat het verwijderen van Saddam een eerste stap is in het nieuwe Amerikaanse Midden-Oostenbeleid dat gericht is op vrede, stabiliteit en bovenal democratisering en modernisering in de regio. Nadat Saddam Hoessein is verwijderd, zullen de Amerikanen toezien op een snelle democratisering in Irak. Dat succes zal leiden tot een onstuitbare democratiseringsgolf in de naburige staten. Alle Arabische potentaten, die het moslimfundamentalisme financieel en organisatorisch steunen en overigens door de Amerikanen tot hun trouwe bondgenoten worden gerekend, zullen de een na de ander verdwijnen. Het Israƫlisch-Palestijnse conflict wordt in een handomdraai opgelost, al is nog absoluut onduidelijk hoe. Alles in een keer opgelost, de dreiging van massavernietigingswapens, het moslimfundamentalisme, het internationale terrorisme.

Het is waarlijk wonderbaar. Voor het eerst in de geschiedenis wordt oorlog gevoerd om de democratie te vestigen. Eerder werden alleen pogingen tot democratisering ondernomen nadat de vijand was verslagen in een oorlog die om andere redenen begonnen was. (West-)Duitsland en misschien Japan zijn de eerste, en tot nu toe enige succesvolle voorbeelden. Dat succes vereiste dat deze landen jarenlang onder politieke curatele werden gesteld, de aanwezigheid van honderdduizenden soldaten als bezettingsmacht, en het investeren van miljarden dollars. De hoogste Amerikaanse veiligheidsadviseur, Condoleezza Rice, acht dit alles in het geval van Irak niet nodig. Alleen een korte en bescheiden Amerikaanse aanwezigheid doet de Iraakse democratie bloeien. Alsof Irak altijd een krachtige democratie is geweest, en Saddam Hussein een treurig intermezzo van een paar jaar. Het 'democratie-voor-Irak'-verhaal is ongeloofwaardig, de lichtzinnigheid waarmee Amerikaanse politici het als alibi voor hun oorlog aanprijzen, schokkend.

mailIcon print |