Sinds de moord op Pim Fortuyn is nu al bijna een jaar verstreken en het proces tegen Volkert van der G. moet nog beginnen. Zoiets kun je je voorstellen als er grote twijfel is over de identiteit van de dader: dat vergt veel bewijsmateriaal. In dit geval is de dader op heterdaad betrapt en onmiddellijk na zijn misdaad ingerekend.
De oorzaak van het merkwaardige getreuzel is het streven naar zorgvuldigheid, maar het lijkt er meer op dat men aan de strafzaak niet durft te beginnen. Opvallend is de eis van een psychiatrisch onderzoek. Zo'n onderzoek is relevant bij eigenaardige, moeilijk te begrijpen gedragingen van de verdachte, die twijfels kunnen wekken over zijn toerekeningsvatbaarheid. In dit geval is echter bij voorbaat om een onderzoek gevraagd. Bovendien toont deze man juist heel goed te weten wat hij doet, wat hij wil en wat hij niet wil, waarvoor hij verantwoordelijkheid en risico wil nemen.
Dit is bij uitstek een man van voorbedachten rade: zoals gebleken is uit zijn jarenlange procedures tegen Veluwse boeren, de wijze waarop Fortuyn vermoord is, zijn moedwillig zwijgen in de gevangenis en zijn hongerstaking tegen cameratoezicht. Van der G. is een zeer intelligente en bewust niet-meewerkende persoon gebleken, die waarschijnlijk ook zijn psychologisch of psychiatrisch onderzoek zal trachten te saboteren.
Hoe onthutsend is dan ook de naïviteit van het Pieter Baan Centrum (PBC), dat met deze verdachte een vertrouwensband wil opbouwen (Trouw, 27 januari) en daarom bezwaar maakt tegen het door justitie geëiste nachtelijke cameratoezicht. Een gedragswetenschap die geen uitspraken meer over mensen kan doen zonder een vertrouwensband is een gehandicapte wetenschap, voor het onderzoek van obstructieve personen ongeschikt. Gedrag is een universeel menselijk verschijnsel. Ook Van der G. doet niets anders dan zich dag in dag uit gedragen en elke gedragskundige kan daar het nodige uit afleiden, althans wat betreft toerekeningsvatbaarheid.
Op één punt heeft het PBC gelijk: als het verzocht wordt een verdachte te onderzoeken, moet het ook in staat gesteld worden zijn methodes, waaronder groepsobservatie, toe te passen. Als het ministerie een verdachte overdraagt aan het PBC, dan moet het ook de volle verantwoordelijkheid overdragen, ook voor diens veiligheid.
Het wordt tijd dat Van der G. als een normaal individu behandeld wordt en niet als een hete kool waaraan men bang is zijn vingers te branden.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.