Voetbalclubs zijn van oorsprong niet op winst gerichte organisaties. Ze kunnen hun sociale rol weer meer inhoud geven door een groot deel van de winst aan sociale projecten te besteden. Zo worden voetballers weer echte helden.
Sommige voetbalclubs investeren flink in sociale projecten. Sheffield United bijvoorbeeld heeft een project waarmee moeilijk benaderbare Aziatische meisjes worden aangemoedigd te sporten. Borussia Dortmund lanceerde de campagne 'Straatvoetbal verbindt jeugdculturen'. Andere projecten betreffen veiligheid, drugspreventie en de opleiding van probleemjongeren. Dankzij de uitstraling van club en spelers zijn de projecten vaak succesvol.
De projecten passen in een traditie. Vanouds zijn voetbalclubs non-profit & organisaties met een sociale doelstelling. In veel landen was de typische club een vereniging, opgericht om burgers de mogelijkheid te bieden in een sportieve sfeer voetbal te spelen en te bekijken. Waar nodig werd de sociale doelstelling door bonden of overheden beschermd. Neem Engeland. Omstreeks 1880 trok het voetbal hier al veel toeschouwers. Dit maakte investeringen in tribunes noodzakelijk, waarvoor leningen nodig waren. Voor bestuurders was dit riskant, want zij waren persoonlijk aansprakelijk voor deze leningen. De voetbalclubs veranderden daardoor in bedrijven met aandeelhouders. Bestuurders en andere voetballiefhebbers kochten de meeste aandelen. De Engelse voetbalbond bepaalde dat op de aandelen slechts een beperkt dividend mocht worden uitgekeerd. De reden was idealistisch: het hoorde niet te gaan om winst, maar om sportiviteit en karaktervorming. Meer in het algemeen waren tot 1980 de meeste Europese voetbalclubs in wezen non-profitorganisaties.
Het zal voor veel marktdenkers moeilijk te geloven zijn, maar voetbal is groot geworden in de non-profitsector. Alle grote Europese stadions zijn gebouwd door non-profitclubs. Doordat voetbal populair werd, kregen de clubs kans meer te verdienen. Nu dient een non-profitclub het belang van de supporters. Er moet dus een goed elftal komen. Een club die meer kan verdienen moet die kans dus soms grijpen. Zo kunnen immers via hogere salarissen goede spelers worden aangetrokken. Dit geldt voor alle clubs. Zo gingen alle clubs gedurende de 20ste eeuw steeds meer verdienen, terwijl ook de spelerssalarissen stegen.
Mede hierdoor verschenen na 1980 op winst gerichte investeerders ten tonele. Sommige clubs zijn sindsdien verkocht aan commerciële bedrijven, zoals mediabedrijven die hun televisie-inkomsten wilden verhogen. Andere clubs zijn via de beurs aan particuliere beleggers verkocht. De beperkingen op dividenduitkeringen werden afgeschaft. De reden voor verkoop was vaak de wens het elftal met nieuw geld te versterken. De verkoop van clubs is daarom op korte termijn ook wel gunstig geweest voor de eigen fans. Maar de nieuwe eigenaars zullen in de toekomst een deel van de inkomsten opeisen, zodat er dan minder geld is voor het elftal.
Ondanks deze ontwikkelingen zijn de meeste clubs nog steeds non-profit & organisaties. Sociale projecten passen daar goed bij. Maar ook beursgenoteerde clubs, zoals Manchester United, geven geld uit aan goede doelen. Wellicht komt dit deels doordat sommige aandeelhouders nog sociale motieven hebben. Een andere reden is dat sociale projecten de band met de fans versterken, en dus op lange termijn financieel voordeel opleveren. Veel fans willen betrokken zijn bij een club die ze kunnen respecteren. Daarom kunnen voetbalclubs niet altijd even zakelijk opereren als andere bedrijven. Echter, de grootste wens van supporters blijft een winnend team. Daarom besteden clubs weliswaar geld aan goede doelen, maar wordt het meeste toch aan spelers uitgegeven.
Hoe kan de overheid clubs helpen hun sociale doelstellingen te verwezenlijken zonder op het veld vaak te verliezen? Alle Europese clubs die meer dan (zeg) 5 miljoen euro verdienen, kunnen verplicht worden een belangrijk deel van de extra inkomsten aan sociale projecten te besteden. De club mag zelf geen voordeel van een project hebben, afgezien van de resulterende goodwill. Deze goodwill zal meer trouwe supporters opleveren, en dus geld.
Natuurlijk blijft er minder geld over voor de spelers. De spelerssalarissen zullen dalen. Echter, als de clubs bijvoorbeeld vijftig procent van hun inkomsten boven de 5 miljoen euro aan sociale projecten besteden, dan houden ze nog meer voor de spelers over dan wat ze in 1990 uitgaven. De bijbehorende spelerssalarissen zijn destijds ruim voldoende gebleken om spelers tot topprestaties te brengen.
Clubs die momenteel in financiële probleem verkeren zouden de kans moeten krijgen om het geld dat eigenlijk voor sociale doelen bestemd is gedurende een paar jaar te gebruiken om schulden af te lossen.
Voor veel kinderen zijn voetballers helden. Bij verdere commercialisering zullen er nog meer spelers komen zoals die welke onlangs zijn club verliet omdat het aangeboden miljoenencontract te laag was en daarmee getuigde van gebrek aan respect. Dit soort spelers kunnen kinderen het idee geven dat ze in het leven vooral erg rijk moeten worden. Feyenoord en speler Tomasson hadden vorig jaar een conflict over een wedstrijdpremie. De eervolle uitweg was dat Feyenoord de premie waar Tomasson recht op meende te hebben betaalde, en Tomasson gaf deze vervolgens aan een goed doel. Tomasson ging met een cheque naar een kinderziekenhuis. Geen verkeerde held, een man die én sociaal is én in de voetbaljungle overeind blijft.
Dr. Tsjalle van der Burg is verbonden aan de faculteit Bedrijf, bestuur en technologie van de Universiteit Twente.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.