*

 

Arabieren moeten blij zijn met Bush

Frans Verhagen − 30/01/03, 00:00

Het idee dat Amerika alleen maar zijn oliebelangen wil veiligstellen, verklaart niets en miskent de bredere strategie achter het Amerikaanse beleid. President Bush heeft een visie, gewaagd en risicovol, rigoureus en doelgericht. Dat kunnen anderen niet zeggen.

Van alle Nederlanders denkt 89 procent dat Amerika oorlog wil met Irak om de controle op de Irakese olie veilig te stellen. Deze vulgair materialistische verklaring spreekt aan in zijn verleidelijke eenvoud en zijn impliciet negatieve oordeel over Amerikaanse motieven. Samen met de verklaring 'oorlog om de aandacht af te leiden van de slechte economie' is het een traditionele favoriet van Amerika-critici.

Nog afgezien van het feit dat deze 'verklaringen' niet passen op de feiten en los van het veronderstelde gebrek aan moreel verantwoordelijkheidsgevoel in regeringskringen, miskennen ze wat de VS werkelijk willen met Irak -en dat is heel wat revolutionairder dan de gemiddelde burger zich blijkbaar kan voorstellen. President Bush wil een breekijzer zetten in de wrakke structuur van het Midden-Oosten.

Het Amerikaanse streven is erop gericht deze belangrijke regio, tegenstribbelend en wel, de moderne wereld in te slepen. Volgens de Amerikaanse analyse is de moslimwereld blijven steken in zijn ontwikkeling: de landen in het Midden-Oosten zijn kwetsbaar, omdat ze geen politieke participatie en geen economische ontwikkeling kennen. In de visie van de VS gaan deze twee samen; dat wil zeggen, economische ontwikkeling leidt vanzelf tot mondige burgers en mondige burgers laten zich niet leiden door koninklijke families of semi-erfelijke dictators. Gebrek aan participatie en toekomstmogelijkheden leidt tot fundamentalistisch terrorisme. Gooi dat systeem van ingebakken frustratie en geïnstitutionaliseerde achterstand omver en de zegeningen van het Westen zullen ook het Midden-Oosten bereiken en de regio stabiliseren. Dit lijkt een simplistische en zelfs gevaarlijke visie, maar een visie is het. Bush wil voor de veiligheid en stabiliteit op lange termijn een hoop op het spel te zetten: veel geld, veel Amerikaanse levens en zelfs zijn presidentschap.

De motieven die ik Bush hier toeschrijf, zijn niet ingelezen of verondersteld. Ze staan uitgeschreven in de National Security Strategy die de regering Bush in september 2002 publiceerde. Wie deze motivatie van het Amerikaanse beleid accepteert (zonder hem overigens per se te onderschrijven), ziet meteen dat hij veel meer verklaart dan olie of economie als primaire bron van inspiratie. Er zit voldoende logica in om met de Amerikanen mee te willen denken. Zo legt de regering direct de link met haar anti-terrorismebeleid. Als het immers klopt dat gebrek aan politieke participatie en gebrek aan ontwikkelingsmogelijkheden in het Midden-Oosten de broedgronden zijn voor fundamentalistisch terrorisme (het was geen toeval dat het hoogopgeleide Saoediërs uit de middenklasse waren die het WTC binnenvlogen), dan moet een oplossing in die richting gezocht worden. Breek die starre samenlevingen open, maak ze onderdeel van de moderne wereld en je neemt de belangrijkste motivatie voor terrorisme weg. Er zal nog steeds ressentiment tegen de moderniteit an sich zijn, maar minder tegen de VS als bron van hun politieke en economisch frustratie.

Dat Irak nu het doelwit is geworden, is inderdaad niet van opportunisme ontbloot, maar Saddam heeft het ruim verdiend. Het land is al lange tijd een bron van structurele instabiliteit in het Midden-Oosten, maar na 11 september bestond ineens het klimaat waarin het mogelijk was daar wat aan te doen. Dat de eliminering van Irak meteen grote dreiging voor Israël wegneemt, speelt voor Bush slechts zijdelings een rol.

Hoewel het motief voor actie dus in de NSS te lezen is, kunnen de VS niet zomaar zeggen waarom ze deze weg inslaan. Om Irak ten val te brengen hebben ze precies de steun nodig van die regimes die er straks aan moeten geloven: de Arabische olielanden en Egypte. Geen wonder dat ze daar zenuwachtig zijn. Dat hun regimes (en andere zoals Syrië en Jordanië) bedreigd worden, is het beste bewijs voor de juistheid van Bush' analyse: de stabiliteit die zij wensen is een kruitvat.

Dat de Saoedische prinsen hun precaire positie goed beseffen, blijkt uit hun poging Saddam over te halen met de vut te gaan: zij hebben geen belang bij een oorlog die straks landen oplevert (in de inderdaad erg optimistische visie van de VS) die laten zien dat het ook anders kan. Zo bezien blijft er van het argument van veel Europeanen dat een oorlog met Irak de stabiliteit in het Midden-Oosten bedreigt, niets over. Het Midden-Oosten is helemaal niet stabiel en deze oorlog gaat er juist om dat te veranderen.

Met andere woorden: anders dan de Europeanen en de lokale regimes hebben de Amerikanen een lange-termijnvisie. Komt het Israël goed uit als Irak als dreiging wordt geëlimineerd? Ja, waarschijnlijk wel en so what? Als de landen om Israël heen minder bouwvallig zijn, kan dat alleen maar tot meer veiligheid leiden. En maakt het gemakkelijker grote druk op Israël te zetten om tot een akkoord met de Palestijnen te komen. Meer stabiliteit hoeft niet noodzakelijk in het voordeel van de Israëlische haviken uit te pakken. De regering-Bush ziet meer mogelijkheden voor blijvende vrede tussen Israël en de Palestijnen in deze flonkerende nieuwe wereld.

Het Amerikaanse beleid is visionair, gewaagd en risicovol, maar het is een beleid. Dat is meer dan wat de rest van de wereld heeft te bieden. De bestaande regimes in het Midden-Oosten zullen nooit iets veranderen en Europa vindt dat best. Amerika als beste hoop voor de gewone Arabische burger lijkt wat hoog gegrepen, maar is niet onrealistisch. Als een Pax Americana bestaat in het tot stand brengen van min of meer democratische, op economische groei gerichte landen die hun natuurlijke grondstoffen niet verkwanselen aan wapens of abjecte luxe, is dat zo gek nog niet.

Natuurlijk zal het verzet tegen deze 'revolutie' enorm zijn. De 'straat' kan gemakkelijk gemobiliseerd worden tegen Amerikaans imperialisme, hier en in het Midden-Oosten. De Amerikaanse regering laat zich daar, terecht, niet door afleiden. Bush heeft een plan en of hij daar nu de handen voor op elkaar krijgt of niet, hij gaat het uitvoeren. Sinds '11 september' is het Amerikaanse beleid rigoureus, doelgericht en met onmiskenbaar resultaat gericht geweest op het gestelde doel. Zelfs tegenstanders van de oorlog met Irak moeten erkennen dat het helpt om hard ball te spelen met Saddam (en andere regimes in het Midden-Oosten).

In die zin is de exercitie met de inspecteurs een betrekkelijk zinloze tussenfase. De gang via de VN was voor Bush een no-loser. Hij wilde sowieso Irak aanvallen, maar het was verstandiger en gezien de tijd die nodig was voor een opbouw van een legermacht, ook geen probleem om de inspecteurs nog eens lekker de duimschroeven te laten aanzetten. Het is zeker in Bush' voordeel dat hij de Verenigde Naties erbij heeft betrokken, en trouwens ook in het voordeel van de VN zelf. Eén resolutie is beter dan geen resolutie, ook al zijn twee resoluties nog mooier. Het plan is al lang getrokken, wat de inspecteurs ook vinden. Cynisch? Ja, maar ook realistisch. De Fransen zouden het bedacht kunnen hebben.

President Bush handelt naar zijn woorden, iets wat zijn voorgangers wel eens vergaten. Niet alleen versterkt dat de kracht van zijn beleid, het vertelt ook iets over die overtuiging. Bush neemt immers een enorm risico. Oorlog voeren in een tijd dat de economie er slecht voor staat: niets doen is veel minder gevaarlijk. Misschien is het tijd om Bush te erkennen als een leider met een visie, eerder een Wilson of een Truman dan een Clinton. Je hoeft het met die visie niet eens te zijn, je kunt hem zelfs gevaarlijk noemen en je kunt de dreigende oorlog ongewenst vinden, maar een visie is het. Het is gemakkelijk om Bush allerlei oorlogszuchtige bedoelingen toe te schrijven. Een cowboy, eropuit om de oliebelangen van zijn familie en zijn vrienden veilig te stellen. Te gemakkelijk.

mailIcon print |