Verliefd zijn op God, kan dat? Kan dat zonder dat er sprake is van zweverig mysticisme of van een pathologische persoonlijkheidsstructuur? Wie het dagboek van Cia Tressel leest, kan om deze vraag niet heen.
De auteur is een vrouw, even in de veertig, wetenschappelijk gevormd in de medische biologie, gehuwd en moeder van twee kinderen. In 1982, tijdens haar verblijf in de Verenigde Staten, stierf haar eerste zoontje aan een hersentumor, vier jaar oud. Overweldigd door verdriet raakte zij vervreemd van haar partner. Zij keerde terug naar Nederland, met haar eerder geboren dochtertje. Na enige tijd trouwde zij en kreeg zij een baan in de informatica-sector. Nu is zij deeltijd lerares levensbeschouwing en studeert zij theologie in Tilburg. Inmiddels is zij ook moeder van een tweede zoontje.
Zo'n weergave van een curriculum vitae klinkt beslist te nuchter en verraadt bij alle dramatiek niets van een godsontmoeting, laat staan van verliefdheid op God. Des te meer verbaasd ben je, als je het dagboek leest. Het neemt je mee in een ongewoon heftig geestelijk avontuur. Deze vrouw schrijft niet over God. Zij reflecteert niet en doet geen enkele poging tot analyse. Al schrijvend ontmoet zij God. En zij uit zich in die ontmoeting zoals zij is, onstuimig, grillig soms en zonder twijfel onderhevig aan stemmingen. Haar taalgebruik sluit daar naadloos bij aan: vaak rauw en ongepolijst, maar even vaak subtiel en teder.
Is dat nu de taal die wij kennen uit de mystieke literatuur, de taal van Bernard van Clairvaux, van Ruusbroec, van Johannes van het Kruis, en van al die andere mystici die ons binnen hebbeb gevoerd in de liefde tot God? Nee, beslist niet. Toen Cia Tressel aan haar dagboek begon, kende zij die grote mystieke schrijvers niet. Als er al sprake is van enige beïnvloeding, dan zijn het liedteksten van Huub Oosterhuis, die zij veelvuldig citeert en die ze opneemt in haar eigen omgang met God.
Maar wat onmiddellijk opvalt bij aandachtige lectuur van de acht schoolschriften waaruit het dagboek van Cia Tressel bestaat, is dat daar hetzelfde gebeurt als wat wij zien in bijvoorbeeld 'Die Gheestelike Brulocht' van Ruusbroec en het Geestelijk Hoogled van Johannes van het Kruis: het hevige verlangen naar eenwording met God en dwars daar doorheen de radeloosheid van de mens die zich door God verlaten voelt, de angst voor verlating.
Juist daarin herken ik het mystieke gehalte van wat Cia Tressel schrijft. Een mystieke godsbeleving is door de jaren heen nooit alleen maar genieting. Zij is ook een wilde woestijn, in het beeld dat Ruusbroec.
Als ik de mystiek van Cia Tressel nader zou willen typeren, denk ik aan wat in de gehele christelijke traditie 'bruidsmystiek' heet, zij het met een eigen invulling. Bij haar zijn opvallende overeenkomsten met name met mystieke vrouwen in de late Middeleeuwen: de kluizenares Juliana van Norwich, met Beatrijs van Nazareth en vooral met de hoogbegaafde dichteres Hadewijch.
Bij Cia Tressel zie je eenzelfde uitzinnige liefde voor de Geliefde, eenzelfde verlangen naar vereenzelviging met Christus en een in veel opzichten overeenkomstige beleving van de eigen vrouwelijke lichamelijkheid. Deze 'bruidsmystiek' impliceert geen vlucht in het louter spirituele; zij is uitgesproken lichamelijk.
Bij Cia Tressel (en zij is daarin uniek) ligt het accent sterk op de baarmoeder, die een opvallend metaforische betekenis krijgt: ,,Liefste, ik wil elke vorm van leven voor Jou baren, tegen elke prijs'.
Dwaze woorden misschien. Maar wel de dwaasheid van een uitzinnige liefde. Een kenmerkende overeenkomst met andere mystieke vrouwen uit de late Middeleeuwen (Catharina van Siena, Catharina van Genua, Margaretha van Cortona e.a.) is bij Cia Tressel de tegenzin vaak in eten, omdat het geestelijk voedsel ruim voldoende is: ,,Als Jij er bent, is eten overbodig''.
Na dit alles blijven er vele vragen over. De hoogleraren mystiek en spiritualiteit Hein Blommestijn en Frans Maas bieden in hun voor- en nawoord veel verheldering. Niettemin blijft er onduidelijkheid over de positie van de psycholoog die met L. wordt aangeduid. Cia zegt er zelf van, in een noot, dat hij zich niet gemakkelijk laat beschrijven 'behalve dan misschien dat hij leeft voor God'. Feit is dat hij op vrijwel iedere bladzijde (behalve in het laatste schrift) een rol speelt, als geestelijk leidsman, als vriend, als minnaar?
Zo is er meer dat vragen oproept. Maar wat ik schreef is voldoende. Het getuigt van een leven dat geheel door Gods liefde wordt beheerst, wat zoals Cia Tressel zelf zegt een amazing grace is.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.