De beslissing van Den Haag, Amsterdam en Rotterdam om hun tippelzones te sluiten, is te haastig genomen, vindt Marieke van Doorninck van de Mr. A. de Graaf Stichting, instituut voor prostitutievraagstukken. ,,De prostituees voor wie de zones bedoeld waren, zijn hun veilige plek kwijt.''
AMSTERDAM - Aan belangstelling geen gebrek: de acht tippelzones in het land trekken avond aan avond een stoet stapvoets rijdende auto's met mannen die anonieme seks voor een zacht prijsje zoeken. ,,Aantrekkelijk voor de mannen is dat ze seks kunnen hebben op een privé-plek: in hun auto'', zegt Van Doorninck.
De meeste tippelzones in Nederland lopen redelijk. Eindhoven heeft onlangs, tegen de trend in, besloten er alsnog een te openen: 27 aan harddrugs verslaafde vrouwen die in een woonwijk voor overlast zorgden, kregen een pasje en mogen onder een door de gemeente gebouwd afdakje op klanten wachten. In een bus van het Leger des Heils kunnen zij op adem komen.
Uit onderzoeken blijkt steeds dat met de komst van een tippelzone de overlast voor bewoners afneemt en dat de prostituees minder vaak slachtoffer zijn van geweld of verkrachting. Ook letten zij beter op hun gezondheid. En toch willen de drie grote tippelsteden hun zone opheffen.
Rotterdam vindt dat het gebied aan de Keileweg te veel criminaliteit trekt en heeft zich als doel gesteld om alle verslaafde vrouwen die er werken vóór 2005 uit het drugscircuit te halen. De kleinere groep niet-verslaafde prostituees moet dan een plek krijgen in een nog te bouwen privaat 'eroscentrum' in de stad. De gemeente praat nu met uitbaters.
Ook Amsterdam en Den Haag willen hun gedoogzone sluiten, omdat het er te druk is met vrouwen uit Oost-Europa, die vaak slachtoffer zijn van vrouwenhandel. De gemeentebesturen voelen zich er ongemakkelijk bij dat zij gelegenheid bieden aan criminelen. De tippelzone in Amsterdam ging bovendien voorbij aan de reden waarom die in 1996 is opgericht: verslaafde vrouwen herbergen. Die tippelen nog steeds in de binnenstad, dichtbij drugs en dealers.
De eerste zones werden halverwege de jaren tachtig opgericht voor heroïnehoeren. Maar dat veranderde: de gedoogde afwerkplekken kregen grote groepen migrantenprostituees die na het opheffen van het bordeelverbod in 2000 niet meer achter de ramen en in de bordelen konden werken. De vrouwen hadden nooit een werkvergunning maar werden altijd gedoogd door de vreemdelingendienst.
Bovendien werd de visumplicht voor de voormalige Oostbloklanden opgeheven en kwamen er steeds meer buitenlandse prostituees, al dan niet onder dwang, naar Nederland om te werken. Zij kunnen nergens anders terecht dan op de tippelzones of in het schimmige circuit van escort via 06-nummers of woonhuizen.
,,In Den Haag en Amsterdam werd de zone een vrijstaat'', zegt Van Doorninck. ,,In Groningen hebben ze vanaf het begin migrantenprostituees zonder werkvergunning geweerd. Ik vind het erg dat daardoor de buitenlandse prostituees ondergronds moeten werken, maar de zone is in elk geval beheersbaar gebleven. Ook Utrecht heeft duidelijke regels. Niet extreem, de prostituees hoeven zich niet te laten registreren, maar er is wel controle. Dat is nu nog steeds een stabiele zone. Rotterdam en Heerlen werken met toegangspasjes.'' Volgens van Doorninck, die zich als historica al jaren buigt over prostitutie, is het in kleinere steden nu eenmaal makkelijker om de zone beheersbaar te houden. Minder prostituees, die elkaar allemaal kennen en bovendien goed contact hebben met de agenten.
In Rotterdam ging het mis toen de stad een paar jaar geleden schoon werd geveegd en alle dealers, junks en hoeren massaal richting Keileweg gingen. De concurrentie is er moordend en juist de kwetsbaarste verslaafde vrouwen worden verdreven en gaan in de omgeving tippelen. ,,De Keileweg ligt bovendien ook nog in Delfshaven, een arme buurt waar dealers zich vestigden. Het is de goot van Rotterdam geworden.'' Een tippelzone heeft constante aandacht nodig van het gemeentebestuur, waar het in de grote steden volgens Van Doorninck aan ontbrak.
Bovendien is het voor de overheid ongemakkelijk om straatprostitutie te faciliteren. ,,Natuurlijk, al die tippelzones zijn trieste plekken. Maar je kunt het niet leuker maken voor deze vrouwen. Het gaat hun niet om leuk. Je moet voor een kleine, kwetsbare groep in de marge enige vorm van regulering bieden. Niet te veel, want dat schrikt af. Zo houdt de overheid in ieder geval nog enig zicht op deze mensen en blijft de weg naar de hulpverlening open.''
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.