Moskeeën staan in de vastenmaand gastvrij open, 's avonds na zonsondergang, met eten en drinken. Wekelijks bezoekt Trouw een iftar-maaltijd, met een netelige kwestie.
Elf maanden zijn voor ons, één is voor Allah, zegt een veertiger aan een tafeltje in moskee Ghausia, een van de twee soennitische Pakistaanse moskeeën in Amsterdam.
Komen er door het jaar heen 's avonds drie, vier mannen, nu stroomt het zaaltje voor de gebedsruimte vol. Om 17.22 uur gaat de zon onder. De in traditioneel Pakistaanse kleding gestoken imam bidt, de man van het tafeltje zit inmiddels op de grond en geeft de dadels aan. Iedereen krijgt een plastic bekertje roze melkdrank en, typisch Pakistaans, pakora's.
Hij vindt, zegt hij zonder aankondiging, alle religieuze leiders na de Profeet profiteurs, en die fundamentalisten, die zijn in Amerika regelrecht de hel ingevlogen. Want een moslim is geweldloos. ,,Van ons geloof moet je hand eraf als je wat steelt, maar een moslim zal je nooit vermoorden.''
Na een paar hapjes fruit maken de mannen zich klaar voor het gebed. ,,Duurt vijf minuutjes. Zijn zo terug'', fluistert de moskeevoorzitter. Nog steeds komen mannen binnen, schoenen uit, dadeltje meepikken, gebedsruimte in. Een van hen vindt zichzelf te laat. Hij haalt straks thuis de koranlezing en het gebed wel in, zegt hij.
Om kwart over zes wordt de echte iftar-maaltijd in dampende plastic teiltjes binnengebracht, lamsvlees in dahlsaus. Voor het vleesloze bezoek wordt snel een bakje aardappelpakora's aangerukt - gastvrij, al waren de zeventig roezemoezende mannen wel even verbijsterd stilgevallen toen iemand hardop het woord vegetarian had uitgesproken.
Dan gaan de gesprekken verder. We spreken over het voorstel van Saïda El-Hantali, oprichtster van een inloophuis voor moslimmeisjes in Amsterdam. Zij wil de ramadan benutten voor gesprekken in de moskee over seksueel misbruik en mishandeling. Solidariteit met de zwaksten betekent volgens El-Hantali praten over gemaltraiteerde vrouwen. De blijf-van-mijn-lijfhuizen zitten voor driekwart vol met allochtone vrouwen.
In moskee Ghausia kunnen we geen moslima's aanspreken, die zitten thuis vanavond. Abdel, een oudere man, weet wel wat hij ervan vindt: een heel raar idee. In de ramadan doe je niets anders dan normaal, zegt Abdel, alleen voelen hoe anderen honger lijden. En je daar wat van aantrekken.
Volgens Husain, een brede Pakistaan met een American sportswear-shirt, is het simpel: slaan, dat doe je niet. ,,Ik sla zelfs mijn zoon niet.''
En de positie van vrouwen? Husain is verbaasd. ,,Geen religie die vrouwen zoveel vrijheid geeft als de islam. Met één beperking: mijn vrouw is mijn vrouw. Het is geen bus waar iedereen in mag gaan zitten.''
En die mishandeling dan, waar El-Hantali over klaagt? Husain weet zeker dat een goeie moslim zijn vrouw of kinderen niet slaat, en wie dat wel doet, dat is geen goeie moslim. ,,Je moet de Profeet navolgen, dan gaat het goed. Daar hoef je niet over te praten.''
Hij reikt ons nog een stuk brood met pakora en hete yoghurtdipsaus aan. ,,U moet wél goed eten hoor. Thee?''
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.