Met drie kilo sigaren in mijn bagage passeer ik probleemloos de douane op de luchthaven Zaventem. Ik kom vanuit Cuba en enkele speciale sigaren van de beroemde merken Monte Christo en Romeo y Julieta heb ik meegenomen voor mijn goede vriend en collega Johan Derksen. In een prachtige sigarenfabriek in de provincie Pinar del Rio heb ik het handmatige productieproces van de sigaren van de eerste tot de laatste stap gevolgd. Ik rook in het geheel niet, maar de heerlijke lucht van die sigarenfabriek kan ik ook twee weken later nog terughalen in mijn neus.
Drie dagen na terugkeer uit Cuba zit ik bij Johan Derksen op de redactie van Voetbal International. De afspraak is dat hij maandag (vandaag) tijdens het televisieprogramma Voetbal Insite de brand zal steken in de Monte Christo, maar wanneer drie dagen eerder dat exemplaar op zijn bureau ligt zie ik zijn aandacht voor ons gesprek snel verslappen. Na een kwartiertje kan hij het niet meer houden. Voorzichtig en met ritueel respect haalt Johan de sigaar uit het rood-gele kokertje, met een speciaal apparaatje behandelt hij het uiteinde dat hij tussen de lippen neemt en even later zie ik een intens tevreden roker in zijn draaistoel onderuit zakken. Dat iemand zo kan genieten van iets waar ik niet aan moet denken. Terwijl ik even zit te kijken naar deze stille genieter, bedenk ik ineens: zet Johan een zwarte baret met rode ster op, laat hem nog vier dagen extra wachten met scheren en daar zit-ie, Che Guevara!
Che Guevara heb ik de afgelopen weken overal gezien. Waar je ook komt op Cuba, overal zie je het beroemde beeld van de Argentijnse arts/revolutionair, dat door de fotograaf Alberto Korda is gemaakt. In Havana siert dat beeld op reuzenformaat een gebouw op de Plaza de la Revolución. Maar ook in winkels, overheidsgebouwen, woonhuizen, café's en restaurants siert de kop van Che de wanden. Che is alom tegenwoordig. Hij is niet alleen de grote revolutionair en intellectueel, de guerrillero heroico, ook is deze astmalijder (én sigarenroker!) op Cuba een symbool van viriliteit, een sekssymbool eigenlijk. Ook nu nog is op Cuba de verering van Che massaal en onverdacht. Zijn mausoleum in Santa Clara is een bedevaartsoord. Dat krijg je er van wanneer de CIA jou in 1967 als 39-jarige in Bolivia laat vermoorden en een heel land jou niet kan zien zoals Fidel Castro intussen wel wordt gezien: als een dwaze dictator die zijn vroegere idealen al lang geleden heeft verruild voor een beleid dat gebaseerd is op repressie. Wie heden ten dage op Cuba iets lelijks zegt over Castro, loopt de kwade kans voor een jaar of dertig achter slot en grendel te verdwijnen.
Ooit was Cuba voor de linkse kerk het Utopia van de armen. Nu is het een land waar de slogans tegen het gehate Amerika op gevels en overal langs de weg op grote reclameborden zijn te lezen, maar anderzijds drijft Cuba na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie op het dollartoerisme van Canadezen en Europeanen. Dat leidt tot vreemde situaties en dubbele gevoelens. Na een dag ben ik al verliefd op dit wonderlijke land; waar de gele bussen van de NZH de enige bussen zijn die niet voortdurend kapot zijn (110 - Volendam, lees ik boven de voorruit van de bus die van Havana Vieja naar de wijk Vedado rijdt); het land dat geen minuut zonder muziek kan; waar een chirurg moet leven van veertig dollar per maand; en waar Canadezen en Europeanen in het kilometers lange vakantieparadijs Varadero (Mallorca in het kwadraat) dagelijks twee maandsalarissen (van die Cubaanse chirurg) aan kreeft en geïmporteerde Spaanse wijnen besteden.
In dat land ontdek ik ook plotseling de voetballer Che Guevara en tevens enkele bijzondere sporthelden van de Nederlandse Antillen. Daar zal ik u volgende week over vertellen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.