*

 

Strafzaak tegen Hirsi Ali maakt weinig kans

Hélène Butijn − 28/01/03, 00:00

* Moslimorganisaties zien het liefst dat het openbaar ministerie (OM) Ayaan Hirsi Ali vervolgt. Het OM heeft beloofd de aangiften die tegen het aanstaand kamerlid binnenkomen, te bestuderen. Maar hoe groot is de kans dat zo'n strafzaak succes heeft?

Juristen achten die kans nihil. In het wetboek van strafrecht wordt opzettelijke belediging van een groep mensen vanwege hun geloof strafbaar gesteld (art. 137c). Maar volgens het Landelijk Bureau ter bestrijding van Rassendiscriminatie (LBR) is daar in het interview in Trouw geen sprake van. Hirsi Ali noemt Mohammed weliswaar naar westerse maatstaven 'pervers' en 'een tiran', maar ze spreekt daarmee dus over de profeet en niet over de moslims zelf. ,,Hoewel dit veel moslims zal kwetsen, zijn de bewoordingen niet tegen deze mensen gericht. Daarmee zal een vervolging weinig kans van slagen hebben'', zegt jurist Dick Houtzager van het LBR.

Het in het openbaar uiten van 'smalende godslasteringen' op een 'voor godsdienstige gevoelens krenkende wijze' is ook strafbaar. ,,Art. 147 strafrecht, het artikel van de Reve-zaken'', zegt hoogleraar strafrecht mr. T. de Roos van de universiteit Leiden, ,,dat zou het meest in de buurt komen''. Maar veel kans maakt ook dit niet, denkt hij. ,,Hier botsen de godsdienstvrijheid en de bescherming van de godsdienst met de vrijheid van meningsuiting. Hirsi Ali doet haar uitspraken als commentaar op de leer zoals Mohammed die preekt. Dit soort dingen moet je kunnen zeggen. Als dat niet kan, heb je naar mijn mening een slechte samenleving.''

Houtzager denkt dat ook het 'smalende' moeilijk te bewijzen is. ,,Het moet gaan om meer dan godslastering alleen. Er moet boze bedoeling van de dader achter zitten, de rechter let daarop. Hirsi Ali refereert in het interview aan eigen ervaringen en toont begrip voor de volgzaamheid van haar familie wat betreft de islam. Dat 'smalende' zal dus moeilijk hard te maken zijn.''

Bas de Wilde, docent strafrecht aan de Vrije Universiteit is dat met hem eens. ,,Ook al zijn de gevoelens van moslims gekrenkt, serieuze discussies over God of godsbeelden vallen niet onder dit artikel. Hierover moet je een theologische of levensbeschouwelijke discussie kunnen aangaan. En niet meteen naar de rechter stappen.''

Rechters hebben eerder bij uitlatingen over het christendom (sinds de ontkerkelijking vanaf de jaren zestig), over homoseksuelen (bijvoorbeeld door El-Moumni) of de profeet Mohammed (door Theo van Gogh) steeds de vrijheid van meningsuiting het zwaarst laten wegen. Houtzager: ,,Terwijl de uitspraken van bijvoorbeeld Van Gogh toch ook niet kinderachtig waren.'' Van Gogh noemde Mohammed 'die geitenneuker uit Mekka'.

Moslimorganisaties vinden dat Hirsi Ali als aanstaand kamerlid een grotere verantwoordelijkheid heeft dan de gemiddelde burger. Dat mag politiek zo zijn, juridisch is dat niet het geval, oordelen De Roos, De Wilde en Houtzager. Volgens die laatste heeft Hirsi Ali als 'opiniemaker' zelfs juist een grotere vrijheid, uit het oogpunt van bescherming van het publieke debat. Het LBR acht een eventuele vervolging ook uit principe zinloos. ,,De juridische weg kan de inhoudelijke discussie en dialoog in de weg staan. Polarisatie leidt niet tot een beter maatschappelijk klimaat'', zegt Houtzager.

mailIcon print |