*

 

EU-lidstaten moeten nog veel woorden omzetten in daden

Wouter Bax − 07/01/03, 00:00

* De lidstaten van de Europese Unie hebben sinds de opening van hun binnengrenzen in 1992 tal van besluiten genomen om de vrije markt vorm te geven. Maar ze uitvoeren is een tweede, zo blijkt. Alleen Groot-Brittannië en Denemarken brengen de regels naar behoren in de praktijk. De andere landen laten nog veel steken vallen. Een lijstje van wat er wanneer geregeld had moeten zijn, en welke landen het daarbij laten afweten.

Intellectueel eigendom. Vanaf 28 oktober 2001 zouden bedrijven en ontwerpers zich geen zorgen meer hoeven te maken over de bescherming van hun intellectuele eigendom. De landen namen al in 1998 een besluit aan dat voorzag in extra bescherming van dit recht, om bedrijven aan te moedigen met nieuwe producten op de markt te komen. De overheden zouden definities voor ontwerpen gelijkschakelen, het nieuwe en individuele karakter ervan erkennen, de termijn van de bescherming vaststellen, bepalen welke partijen er aanspraak op kunnen maken en ook de grenzen van deze bescherming aangeven. De uitvoering van deze afspraak laat echter zoveel te wensen over dat de Europese commissie naar de rechter stapt. Nederland, Oostenrijk, België, Duitsland, Luxemburg, Portugal en Spanje moeten zich verantwoorden en riskeren een boete.

Cultureel erfgoed. Vanaf 31 december 2001 zou elk land van de EU regelgeving moeten hebben om in het verleden in een ander EU-land gestolen kunstvoorwerpen te doen terugkeren naar het land van herkomst. Dit principe geldt ongeacht de waarde van de kunstwerken, en omvat ook historische geschriften in de vorm van drukwerk of manuscripten. In Frankrijk, België en Luxemburg verloopt de teruggave nog niet zo 'automatisch' en vanzelfsprekend als is beloofd.

Handel via internet. Vanaf 17 januari 2002 zouden bedrijven hun producten en diensten in de EU ongehinderd via internet moeten kunnen verhandelen zodat ze ook langs elektronische weg optimaal van de open grenzen kunnen profiteren. Hoewel de lidstaten destijds haast hadden bij het invoeren van de regel, is hij in Nederland, België, Frankrijk, Griekenland, Ierland, Italië en Portugal nog geen praktijk.

Elektronisch geld. Vanaf 27 april 2002 zou het betalen met bankpassen, chipkaarten en via internet, als alternatief voor muntjes en biljetten, in heel de EU moeten zijn gestroomlijnd. Afgezien van het praktisch mogelijk maken van deze hulpmiddelen, zouden de landen er vooral voor zorgen dat de veiligheid en de betrouwbaarheid worden gegarandeerd. In België, Finland, Frankrijk en Griekenland ontbreekt het hiervoor nog aan het vereiste toezicht.

Autoverzekeringen. Vanaf 20 juli 2002 zou elke automobilist die in een ander EU-land slachtoffer wordt van een aanrijding direct in contact moeten kunnen treden met de verzekeraar van de veroorzaker. In veertig landen buiten de EU zou deze regel eveneens moeten werken als daar twee EU-burgers op elkaar botsen. Zo kan de schade zo snel mogelijk worden vergoed. Verzekeraars zouden bovendien in elk land een EU-agent aanstellen om de afwikkeling te begeleiden. In dit geval is het efficiënter te vermelden welke EU-lidstaten dit alles al wél adequaat hebben geregeld: Duitsland, Oostenrijk, Finland en Zweden.

mailIcon print |