*

 

Hof beslist over 'opruiende' kandidaten

Inez Polak − 07/01/03, 00:00

Mogen twee Arabische leiders kandidaat zijn in de verkiezingen in Israël? De rechter beslist over de zaak, die veel betekent voor de democratie in het land.

TEL AVIV - De afgelopen twee dagen hebben ze zich vrij gemaakt om de stukken te lezen. Elf Israëlische opperrechters komen vandaag in het Hooggerechtshof in Jeruzalem bijeen om zich te buigen over een kwestie die bepalend kan zijn voor het democratisch gehalte van Israël. En dat niet alleen. Hun uitspraak, vandaag of morgen, zal de toon zetten voor de verstandhouding tussen de Israëlische staat en zijn 1,4 miljoen Palestijnse burgers.

Een omstreden voorzet is de afgelopen twee weken gegeven door de politiek. De centrale kiescommissie, die bestaat uit een opperrechter en een veertigtal parlementsleden, besloot twee Arabische politieke leiders het recht te ontzeggen zich bij de komende verkiezingen op 28 januari kandidaat te stellen. Zij zouden zich schuldig hebben gemaakt aan opruiing jegens de Joodse staat en het ageren tegen het joodse karakter van de staat Israël. Ahmed Tibi zou als oud-adviseur van Arafat een soort vijfde colonne in Israël zijn. Azmi Bisjara zou door zijn openlijke steun aan de Hezbollah de gewapende strijd tegen Israël steunen.

Maar omgekeerd kreeg de extreem-rechtse joodse kolonist Baroech Marzel, die al tal van veroordelingen op zijn naam heeft staan wegens geweldpleging jegens Palestijnen, wel de goedkeuring van de commissie.

De commissie, die geacht werd boven de partijen te staan, was het toneel van felle discussies, waarbij de partijpolitieke belangen de doorslag gaven. In alle drie de gevallen verwierp de commissie het oordeel van haar voorzitter, de opperrechter Michael Chesjien, die voor deelname van Bisjara en Tibi was en voor uitsluiting van Marzel.

Tibi en Bisjara hopen nu in hun hoger beroep dat ook de andere opperrechters het oordeel van hun -inmiddels door velen als 'arabierenvriend' verguisde- collega-rechter zullen delen en alsnog 'uit naam van de democratie en vrijheid van meningsuiting' het besluit tot uitsluiting zullen terugdraaien.

In de pers woedt een felle discussie -op de binnenpagina's, want de voorpagina's worden bezet door de aanslag in Tel Aviv en door de politieke schandalen binnen de Likoed waar parlementsleden hun plaatsje op de kieslijst zouden hebben gekocht.

Sommige commentatoren spreken van McCarthyisme en het einde van de Israëlische democratie. Anderen menen dat Israël het recht heeft zich te beschermen tegen lieden die uit zijn op de vernietiging van de Joodse staat en openlijk hun steun betuigen aan de strijd tegen Israël. Tegen Bisjara loopt ook al een proces vanwege zijn frequente bezoeken aan Syrië, waarmee Israël formeel in staat van oorlog verkeert.

In het verleden is het zelden voorgekomen dat partijen het recht op deelname werd ontzegd. De uitzonderingen waren de Arabische Al-Ard, omdat deze het bestaan van Israël ontkende. Een meerderheid van het Hooggerechtshof besloot in de jaren zestig 'om de democratie te beschermen' en 'Al-Ard te verbieden. De enige ander partij die ooit is verboden was juist de Kach-partij van de racistische rabbijn Meir Kahane die openlijk opriep tot het verdrijven van alle Arabieren uit Israël. Zijn nummer twee op de lijst was Baroech Marzel, dezelfde man die nu het groene licht van de kiescommissie heeft gekregen en nummer twee staat op de lijst van de ultra-rechtse Cheroet-partij.

Volgens de experts is de kans groot dat het hof op grond van precedenten zal besluiten om Bisjara en Tibi het recht toe te kennen zich verkiesbaar te stellen. Hun vermeende verwerping van de staat Israël en steun aan de gewapende strijd tegen de staat (Bisjara en Tibi) zou moeten blijken uit hun acties. Het uiten van solidariteit vormt niet voldoende grond voor uitsluiting. Tibi en Bisjara ontkennen overigens op te roepen tot gewapend verzet.

Het besluit van de kiescommissie lijkt intussen slechts het gevoel van vervreemding onder de Palestijnse burgers van Israël te hebben versterkt. Als staatsburgers van Israël verkeren zij in de onmogelijke positie dat zij deel uitmaken van een land dat in oorlog verkeert met hun 'broeders' in de Palestijnse gebieden. Al bij de laatste verkiezingen lieten velen het afweten. Uitsluiting van Bisjara en Tibi dreigt de kloof tussen de Joodse en Arabische Israëliërs verder te vergroten.

mailIcon print |