TEL AVIV - ,,Ik ga nog liever hier in Tel Aviv dood, dan dat ze me uitwijzen.'' De jonge Chinees laat er geen twijfel over bestaan. Bommen en aanslagen zijn minder bedreigend dan de speciale afdeling van de politie die illegale buitenlandse arbeiders opspoort. In China heeft hij een schuld van 10000 dollar die hij van zijn leven niet terug kan betalen. En dat staat gelijk aan een doodvonnis. Het geld heeft hij vijf jaar geleden geleend voor de reis naar Israël, inclusief visum en werkvergunning. Gouden bergen waren hem beloofd. Al snel bleek dat zijn Israëlische werkgever hem bij lange na niet het beloofde loon betaalde. Tsjeng vond ander werk, maar was daardoor wel meteen zijn werkvergunning kwijt, want die was gekoppeld aan het werk bij de baas die hem had 'ingevoerd'. Angst voor uitzetting heeft hij dag en nacht.
Circa 80000 illegale buitenlandse arbeiders wonen in het zuiden van Tel Aviv. In totaal wordt het aantal 'gastarbeiders' in Israël geschat op 200000 tot 300000,twee derde illegaal. Ze hebben de buurt rond het oude busstation veranderd in een 'klein buitenland'. Bij de aanslag zondag klonk een kakofonie van pijnkreten en gegil om hulp in het Chinees, Roemeens, Thai, Hebreeuws, Engels en Russisch.
Op gewone dagen heeft de buurt iets treurigs, met de bekladde en afbrokkelende muren en de rotzooi op straat, maar ook iets bruisends. Afrikaanse cafés naast Roemeense eethuisjes, de afhaal-Chinees op de hoek, en tussendoor de porno-videotheken en de vele bordelen.
Alleen ligt het in Tel Aviv, waar de afgelopen twee jaren al 59 mensen bij aanslagen zijn omgekomen. De dubbele zelfmoordaanslag zondag was de derde dit jaar bij het oude busstation. Acht van de 22 dodelijke slachtoffers zijn buitenlandse arbeiders. Gewonden sloegen op de vlucht in plaats van behandeling af te wachten. Teams van de gemeente speurden de omgeving af om ze te overreden zich te laten behandelen. Drie ministers kwamen eraan te pas om de buitenlanders te bezweren dat ze niet uitgezet zouden worden
. De ironie is dat de buitenlanders de opvolgers van de Palestijnen zijn als goedkope werkkracht. Met het toenemen van de spanningen waren die niet langer welkom en begon Israël arbeiders te importeren.
Carlos uit Colombia maakt schoon in de duurdere huizen in het noorden van Tel Aviv. Ook hij neemt de aanslagen op de koop toe. ,,Het is hier nog altijd stukken veiliger dan in Colombia.''
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.