Het debat rond klonen gaat te veel over medische aspecten. Als de mogelijkheid om te klonen al bestaat, zonder veel risico's voor het kind, dan is nog niet gezegd dat het maar moet kunnen. De kinderwens gaan niet boven alles.
Eva, de eerste kloonbaby, was bijna een kerstkindje geworden. En voor een lesbisch koppel uit Nederland bracht het nieuwe jaar een tweede kloonkind. Of beter: een vermeend kloonkind, want bijna twee weken na de geboorte van Eva wacht de wereld nog steeds op onomstotelijk wetenschappelijk bewijs dat zij en het Nederlandse meisje wel degelijk klonen zijn van hun moeder.
Clonaid, het Amerikaanse bedrijf dat verantwoordelijk is voor de betwiste wetenschappelijke doorbraak en ooit opgericht door sekteleider Claude Vorilhon, meldt dat al meer dan tweeduizend mensen op de wachtlijst staan. Ze hebben elk meer dan 200000 Amerikaanse dollars over voor een kloon van zichzelf of van een geliefde.
Ook de Italiaanse gynaecoloog Severino Antinori heeft voor dit voorjaar de geboorte van drie kloonbaby's aangekondigd.
In reactie op de geboorte van de eerste vermeende kloonbaby vonden joden, moslims en christenen elkaar in een forse afwijzing: het reproductief klonen van mensen is in strijd met de menselijke waardigheid (De Standaard, 30 december).
De aankondiging van Eva's geboorte maakt duidelijk dat een ethische reflectie over kloonkinderen niet langer een overbodige denkoefening is. De ethische discussie over het reproductief klonen van mensen kan evenwel niet worden overheerst door de weerzinwekkende mededelingen van sekteleiders als Raël maar moet gaan over de wenselijkheid van de introductie van de kloontechnologie in de fertiliteitskliniek.
Als blijkt dat Eva een kloonkind is, zou de weg naar een nieuwe vruchtbaarheidsbehandeling wel eens open kunnen liggen. Om deze ethische overwegingen voldoende zuurstof te geven is het noodzakelijk een duidelijke onderscheid te maken. Net zoals een woordenbrij slechts een verhaal wordt door het aanbrengen van punten en komma's, is er slechts hoop op een maatschappelijke consensus als de discussie met de nodige zorg wordt gevoerd. Het is daarbij belangrijk om medische van niet-medische argumenten te onderscheiden.
Medische argumenten gaan over de wetenschappelijke mogelijkheid om mensen reproductief te klonen. De medische argumenten die in het debat over reproductief klonen worden gehanteerd gaan uit van de vraag of de wetenschap vandaag technisch in staat is een mens te klonen. In de reacties van wetenschappers op de geboorte van Eva zijn het vooral medische argumenten die klinken: een meerderheid van wetenschappers stelt dat de genetica technisch nog niet in staat is om een mensenkloon te produceren. Zowat een jaar geleden liep een poging om een menselijk embryo te klonen nog spaak bij de eerste celdelingen. Ook het enthousiasme over gekloonde zoogdieren is intussen getemperd. Het (arme) schaap Dolly, het eerste gekloonde zoogdier, kampt met reumatoïde artritis. Recente ervaringen met de kloontechniek kunnen daarom bezwaarlijk als succesvol worden bestempeld.
Experts blijven ook waarschuwen voor de kwalijke gevolgen van reproductief klonen van mensen. Als het klonen zelf al technisch mogelijk zou zijn, heerst er grote onzekerheid over de mogelijke gevolgen voor het kloonkind en de wensouders. Zullen kloonkinderen net als Dolly kampen met vroegtijdige verouderingsverschijnselen? Zullen er net als bij gekloonde dieren ernstige risico's bestaan op handicaps en misvormingen? Hoeveel pogingen van eiceldonaties gaan vooraf aan een succesvolle creatie?
Vooralsnog blijken de medische argumenten tegen het reproductief klonen van mensen zwaarwegend genoeg om een ethische rechtvaardiging van het reproductief klonen van mensen uit te sluiten.
Maar wat als op een dag blijkt dat het reproductief klonen van mensen technisch wel een haalbare kaart is? Voor het ethisch debat zal het dan doorslaggevend zijn welk ethisch kompas men hanteert en welke waarde men hecht aan ruimere argumenten dan alleen de medisch-technische aspecten van het klonen.
Sommige commentatoren beperken de vraag of reproductief klonen van mensen ethisch gerechtvaardigd is tot de utilistische afweging van pijn en welzijn. Hun redenering luidt dan als volgt: als aan niemand schade wordt berokkend en een mensenkloon het welzijn kan verhogen, staat niets het reproductief klonen van mensen nog in de weg. De schade die zich zou kunnen voordoen betreft dan de medische risico's waarover de wetenschappers zich dienen te buigen. Als de technici hun fiat geven, zou dit meteen betekenen dat het pleit is beslecht. Deze redenering is geënt op de zogenaamde 'voortplantingsvrijheid' die slechts om ernstige redenen kan worden ingeperkt. Zolang niemand schade wordt gedaan, moeten mensen worden gerespecteerd in hun vrijheid zich voort te planten. Dit pleidooi verhult een normatieve keus die je ook terugziet in andere ethische dossiers: de radicalisering van het zelfbeschikkingsrecht. Bovendien toont de utilistische argumentatie zich bij uitstek de morele slippendrager van de argeloze wetenschapper die in de beslotenheid van zijn lab aan het experimenteren is.
Het kan toch niet zo zijn dat voortaan elke medische techniek die technisch mogelijk is meteen ook ethisch verantwoord is: over de medische argumenten hangt de schaduw van een geladen ethische discussie die niet kan worden gevoerd volgens de lijnen van een strikt medische argumentatie. Immers: net zoals andere takken van de medische wetenschap, kan ook de voortplantingsgeneeskunde zich niet onttrekken aan de discussie over de wenselijkheid van wat technisch mogelijk is. Het is hierbij precies de taak van de ethiek om de beschermende cocon waarin de wetenschapper zich bevindt te doorbreken en vragen te stellen naar de maatschappelijke inbedding van de wetenschap. Dit betekent dat we als samenleving een antwoord moeten formuleren op de vraag hoever we willen gaan in het inlossen van het 'recht op een kind' dat vaak wordt ingeroepen als ultieme rechtvaardigingsgrond voor het reproductief klonen. Als samenleving maakten we reeds eerder duidelijk dat het recht op een kind nooit onbeperkt kan zijn: als ouders een kind adopteren kunnen ze dit niet zomaar ergens kopen maar moeten ze -in het belang van het kind- een strenge selectieprocedure doorlopen. Ook bij vruchtbaarheidsbehandelingen is er psychosociale counseling voorzien. Hier wegen dus telkens de rechten van het kind zwaarder dan het recht van wensouders op een kind. Hoe tragisch ongewenste kinderloosheid ook is, het recht op een kind is nooit absoluut, laat staan dat het voldoende grond zou vormen voor de ethische rechtvaardiging van het reproductief klonen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.