*

 

Regeren voor het resultaat

Wouter Bax − 06/05/03, 00:00

De Belgische regering bestaat nog maar twee weken, maar krijgt geen rust. Groene regeringspartners zetten het kabinet afgelopen weekeinde andermaal op stelten door zich star principieel op te stellen. Jos Geysels, boegbeeld van de groene partij Agalev, over groen regeren: ,,In het openbaar ruzie maken of op je bek gaan hoort er soms bij.''

Haar principes waren volgens minister Isabelle Durant van de Waalse groene partij Ecolo de reden voor de daad van verzet waarmee ze premier Guy Verhofstadt zaterdag tot wanhoop dreef. In weerwil van een kabinetsbesluit verbood Durant alle nachtvluchten boven Brussel. Toen dat haar haar luchtvaartbevoegdheden kostte, nam ze ontslag. Partijgenoot Olivier Deleuze, staatssecretaris van energie en duurzaamheid, volgde demonstratief. ,,Moeten we nog in de regering blijven om naar het plafond te kijken, misschien?'', riep hij. ,,We regeren niet mee voor de macht, maar voor het resultaat.''

Juist dat resultaat is echter niet behaald, want de nachtvluchten gaan nu zeker door. Zondag bleek ook dat Durant zich had vergist in de steun die ze van de groenen uit Vlaanderen kon verwachten. De Vlaamse minister van milieu Vera Dua, van de groene partij Anders gaan leven (Agalev), nam het aanvankelijk voor Durant op, maar vindt het negeren van een kabinetsbesluit onaanvaardbaar. Bovendien vermoedt ze dat Durant een stunt opvoerde voor de verkiezingen van 18 mei. Omgekeerd is Ecolo teleurgesteld in Agalev. Met het idee dat groene politiek ver uitstijgt boven de Belgische taalgrenzen werken de partijen samen onder het motto 'samen uit, samen thuis'. Daarom had Agalev Durant moeten steunen, vindt Ecolo.

Met name de christen-democraten in de oppositie ruiken bloed. In hun kritiek op Durant spreken zij consequent van ,,de groenen'', en niet alleen van Ecolo. Maar volgens Jos Geysels, politiek secretaris van Agalev, is het niet minder dan logisch dat er in een coalitie met groene partijen af en toe flink ruzie wordt gemaakt.

,,Groene partijen zijn niet in de eerste plaats 'beleidspartijen''', zegt Geysels. ,,We zitten nu wel in de regering, maar we blijven een 'realisatiepartij'. Dat is een belangrijk verschil met de sociaal-democraten of de liberalen. Die willen zo graag regeren dat ze gedwongen zijn om eensgezindheid na te streven. Kijk maar naar het CDA in Nederland. Die voert campagnepolitiek en heeft zich ontwikkeld tot een enquêtebureau dat zegt wat mensen willen horen. Voor ons is het realiseren van onze dromen het ultieme doel, regeren is ondergeschikt.''

Maar juist door hun principes, of een beroep daarop, zaten Agalev en Ecolo elkaar in deze kabinetsperiode vaak in de haren. In mei 2002 moesten Agalev-politici hun tong afbijten om de eenheid te bewaren toen Ecolo de aanpak van jeugdcriminaliteit frustreerde door te stemmen tegen de modernisering van de jeugdbeschermingswet uit 1955. In augustus nam Agalev-minister Magda Aelvoet ontslag omdat het kabinet de levering van mitrailleurs naar Nepal liet doorgaan. Ecolo zweeg, omdat de wapenfabriek FN Herstal Wallonië veel banen bezorgt. In het aanscherpen van de wetgeving tegen roken dwong Agalev Ecolo weer tot inkeer. De Waalse groenen wilden niet te streng optreden tegen tabaksreclame, omdat dat het racecircuit Francorchamps de Formule 1-status zou ontnemen. Maar onder druk van Agalev hielpen ze de tabakswet toch over de eindstreep.

Idealisme kan soms ook keihard botsen met de realiteit van het landsbestuur. Dat zal Agalev-minister van landbouw Jef Tavernier kunnen beamen. Hij heeft de intensieve pluimveehouderij nooit gewild, maar ze is er nu eenmaal, en nu er vogelpest heerst moet hij praten als brugman om het doden van anderhalf miljoen kippen te rechtvaardigen.

Het heeft de groenen tot de favoriete schietschijf gemaakt van de smalende oppositie. Maar Geysels aanvaardt dat. ,,We wisten op voorhand dat de oppositie ons hard zou aanpakken, zeker in de verkiezingsperiodes'', zegt hij. ,,Ik beschouw het als een goede oefening in wat jullie in Nederland dualisme noemen. De Belgische federale regering is met liberalen, socialisten en groenen toch al zo'n bont gezelschap. Wij maakten bovendien een dubbele sprong: We werden van een kleine partij een iets grotere partij en gingen van de oppositie naar de coalitie. Zolang de discussie zich focust op het werkelijke probleem is het niet erg dat je dan weleens van mening verschilt, zelfs als dat betekent dat je op je bek gaat. Als we problemen hebben, mag dat gezegd worden. Laat ons maar kwetsbaar blijven.''

Zo slecht heeft de groene aanwezigheid in de regering trouwens niet uitgepakt, vindt Geysels. ,,We hebben het kabinet mede gekleurd, vooral in de kwestie-Irak. Zo hekelde de liberale minister van buitenlandse zaken Louis Michel ons eerst om onze 'naieve en idealistische' invloed, maar verhief hij het anti-oorlogsstandpunt toch tot het Belgische standpunt.''

Volgens Geysels moeten met name groene partijen leren leven met het feit dat ze relatief gevoelig zijn voor onderling gekrakeel. ,,Dat komt omdat we niet voortkomen uit een 'zuil', maar uit een veelkleurige beweging die is ontstaan rond een idee. Dat heb ik ook weleens tegen Paul Rosenmöller gezegd: Zeker als ze gaan besturen hebben groenen sterke fractievoorzitters nodig. Niet de ganse politieke partij hoeft in de regering.''

mailIcon print |