*

 

Coaches geven organisatie landentoernooi een tien

Fred Buddenberg − 06/05/03, 00:00

AMSTERDAM - De hoogste cijfers kwamen niet van de juryleden, maar van de coaches van de turnteams. Die waren unaniem in hun waardering voor de organisatie van het achtlandentoernooi, afgelopen weekeinde in Groningen. Zij gaven een tien aan het evenement, dat door een aantal zelfs werd bestempeld als een mini-WK.

Die eretitel verdiende het toernooi niet door de bezetting, want topnaties als China, de VS en Rusland ontbraken in het Martiniplaza. De coaches waren vooral geïmponeerd door de omstandigheden, gecreëerd door een land dat pas zo kort een volwaardige plaats inneemt op het internationale platform. De internationale turnfederatie (FIG), was al op de hoogte van de organisatorische kwaliteiten van Nederland, dat in 2004 de EK huisvest.

Het was de coach van de Roemeense ploeg, Octavian Belu, die de gedachten van zijn collega's verwoordde. Hij vergeleek de Nederlanders met Japanners -ook van die goede regelaars. Belu was dan ook verheugd te horen dat het evenement in Groningen waarschijnlijk om de twee jaar gehouden gaat worden. ,,We voelen ons hier thuis'', zei de coach, die niet vergat te melden dat de organisatie de kosten van de tickets en de hotels betaalt.

In het compliment van Belu zat echter ook een boodschap verstopt. Want de niet altijd onomstreden coach zegt nooit zomaar iets. Hij wilde vooral aanstippen hoe slecht andere toernooien vaak zijn georganiseerd. Met name de opzet van het Grand Prix-circuit was hem een doorn in het oog. De FIG heeft bepaald dat er tempo moet zitten in die wedstrijden. De turnsters mogen niet inturnen in de wedstrijdhal, want daar zitten de tv-mensen en de toeschouwers niet op te wachten.

Belu onderstreepte dat aan die gevaarlijke ontwikkeling, met veel risico's voor de turnsters, een halt moet worden toegeroepen. ,,We moeten onze stem laten horen als coaches'', zei Belu, die onlangs in opspraak kwam omdat hij turnsters een contract liet tekenen waarin stond dat zij hem in het openbaar nooit mochten afvallen.

Frank Louter, de coach van de Nederlandse vrouwenploeg, kon de woorden van Belu slechts beamen. Hij vindt ook dat het belang van de sporters ondergeschikt wordt gemaakt aan de eisen van de media. ,,Je verlangt ook niet van sprinters dat zij een kwartier voor hun race in een tochtige hal moeten wachten. Als ze dan een tijd van onder de tien seconden moeten lopen, vliegen de peesaanhechtingen en de hamstrings om je oren.''

Turnsters moeten kunnen inturnen in de wedstrijdhal en op de toestellen, is de stellige overtuiging van Louter. ,,Je hebt altijd te maken met zaken als verschillen in temperatuur en licht. En ieder toestel is anders, geen brug is hetzelfde. Verona van de Leur maakte het mee in Thessaloniki. Ze had goed getraind op de sprong en toen ze in de hal kwam lag daar een totaal andere plank. Zo worden de turnsters geslachtofferd.''

Ook herinnert Louter zich een situatie in Parijs. Van de zes finalisten sprong vielen er vijf. De enige die overeind bleef won. ,,Zo verkoop je je sport niet'', aldus Louter. ,,Uit oogpunt van veiligheid wordt er verdedigend geturnd. Dat is geen reclame voor de sport en het is onveilig voor de turnsters.''

Maar het kan nóg gekker. In Kiev bijvoorbeeld, waar in de wedstrijdhal alles naar behoren was geregeld. Maar de trainingshal? Louter: ,,Daar stonden toestellen uit de jaren zestig. Een Oekraïense trainster vertelde dat zij eind jaren zestig nog op die toestellen had geturnd. Het ging ook mis. Een turnster kwam op de brug na een dubbele salto op het voorhoofd terecht. Ze bleef gestrekt liggen en het was muisstil in de hal. Uiteindelijk viel het gelukkig erg mee.''

mailIcon print |