*

 

Nieuwe Eerste Kamer bepaalt lot formatie

Peter van der Heiden − 08/02/03, 00:00

De verkiezingen voor de provinciale staten gaan dit jaar om meer dan dat alleen. De nieuwe Eerste Kamer, die volgt op de verkiezingen, kan de onderhandelingen voor de formatie onder grote druk zetten.

De verkiezingsnederlaag van de Duitse SPD in de deelstaatverkiezingen in Hessen en Nedersaksen had grote gevolgen voor de landelijke verhoudingen. De Bondsraad is na zondag van politieke kleur veranderd. De roodgroene Bondsregering is haar meerderheid in de Bondsraad kwijt, en kan nu slechts doorregeren met steun van de christendemocratische CDU/CSU.

Een scenario dat heel wel ook op de Nederlandse situatie van toepassing kan worden. Op 11 maart gaan we immers weer naar de stembus, dit keer om de provinciale staten te kiezen. De nieuwgekozen leden van de provinciale staten kiezen op 26 mei de Eerste Kamer.

Veelal krijgt de formateur als opdracht mee een kabinet te vormen dat kan rekenen op een brede steun in de volksvertegenwoordiging. Uiteraard wordt daarbij vooral naar de Tweede Kamer gekeken. Maar ook een meerderheid in de Eerste Kamer is nodig voor een stabiele regering. In ieder geval sinds de Nacht van Wiegel in 1999, waarin deze VVD'er in de Eerste Kamer zorgde voor een kabinetscrisis, weten we dat ook de Senaat een kabinet kan maken of breken.

Wat dat betreft is het überhaupt opmerkelijk dat er op dit moment een kabinet van CDA en PvdA wordt gevormd. Deze beide partijen hebben weliswaar een riante meerderheid in de Tweede Kamer, maar in de Eerste Kamer blijft hun aandeel steken op 35 van de 75 zetels, drie te weinig voor een meerderheid. Mocht de huidige formatie vóór 26 mei tot een kabinet van CDA en PvdA leiden, dan hebben we hier in theorie dus al Duitse toestanden, waarbij de coalitie voor haar voortbestaan afhankelijk is van de oppositie.

Natuurlijk gaan de beide gedoodverfde regeringspartijen er voor het gemak van uit dat zij na de verkiezingen voor de provinciale staten ook een meerderheid in de Eerste Kamer zullen verkrijgen. De vraag is echter hoe reëel die verwachting is.

De Tweede-Kamerverkiezingen van afgelopen januari waren uitzonderlijk. Er was een ongekende nek-aan-nekrace tussen CDA en PvdA, toegespitst op de vraag welke partij de grootste zou worden en dus de minister-president zou mogen leveren. Opinie-onderzoek en exit-polls gaven aan dat deze twee partijen hierdoor zowel aan de linker- (PvdA) als aan de rechterzijde (CDA) van het politieke spectrum stemmen wegtrokken bij hun electorale concurrenten. Een deel van het CDA-electoraat bestond uit voormalige VVD-stemmers, die slechts op het CDA stemden om de opmars van de PvdA te stoppen. De neergaande lijn van de ChristenUnie laat zien dat daar een vergelijkbaar proces plaatsvond. Het is zeer waarschijnlijk dat deze christelijke kiezers bij de verkiezingen voor de provinciale staten weer terugkeren naar hun oude honk. VVD-stemmers hebben geen enkel belang meer bij een keuze voor het CDA, nu deze partij, weliswaar min of meer noodgedwongen, een coalitie met de PvdA aan het smeden is. Het CDA heeft nu twintig zetels in de senaat, maar zou er dus weleens een paar kwijt kunnen raken.

Voor de PvdA is het probleem nog veel groter. De sociaal-democraten scoren traditioneel slecht bij verkiezingen voor lagere organen dan de Tweede Kamer, hetgeen in het verleden al verschillende keren heeft geleid tot kabinetscrises en vervroegde verkiezingen (1958 en 1982). Wanneer het om de centrale macht gaat is de PvdA vaak redelijk goed in staat om de kiezers los te weken uit de kleinere linkse partijen, maar bij lokale of provinciale verkiezingen blijkt dat een stuk lastiger te zijn. Ter illustratie: in de huidige Eerste Kamer bezet de PvdA slechts vijftien zetels, terwijl men op basis van de toenmalige PvdA-Tweede-Kamerfractie een zeteltal van 23 mocht verwachten. En bij de verkiezingen van januari zag je de aanhang van de SP en van GroenLinks in rap tempo afnemen toen de machtsvraag aan de orde kwam.

Het is dus bepaald nog geen gelopen race voor CDA en PvdA om ook een, noodzakelijke, meerderheid in de senaat te verkrijgen. Maar zelfs al mocht dat lukken, dan nog zal een verkiezingsuitslag die al te zeer afwijkt van de huidige samenstelling van de Tweede Kamer de formatie flink onder druk kunnen zetten.

Stel bijvoorbeeld dat CDA en PvdA, door winst van de laatste, samen weliswaar een krappe meerderheid halen, maar dat daarnaast de VVD ten koste van het CDA gaat groeien. Zo kort na de kamerverkiezingen zal dat uitgelegd worden als een signaal van de (rechtse) kiezer dat het CDA niet de juiste keuze heeft gemaakt door met de PvdA te gaan onderhandelen, na in de campagne alle kaarten op de VVD te hebben gezet. Met een nog altijd centrum-rechtse meerderheid in de Tweede Kamer (CDA, VVD en LPF hebben samen 80 zetels) ligt het alternatief dan voor de hand: reconstructie van het vorige kabinet.

Of neem het, gezien de geschiedenis, onwaarschijnlijke geval dat de PvdA het huzarenstukje van de afgelopen verkiezingen op 11 maart herhaalt, en een klinkende overwinning behaalt. PvdA-onderhandelaar Bos is nu al niet te betrappen op een al te bescheiden opstelling, en een flinke groei in de Eerste Kamer zal zijn zelfvertrouwen nog meer doen toenemen. De geschiedenis heeft eerder laten zien wat er gebeurt als de PvdA al te zelfverzekerd onderhandelt. Het mislukken van de formatie van het tweede kabinet-Den Uyl was hiervan het gevolg.

De verkiezingen voor de provinciale staten gaan dit keer dus om meer dan slechts het provinciale bestuur. De uitslag is bepalend voor het verloop van de formatie. De informateurs en de partijleiders zullen gespannen afwachten of zij op voldoende steun in de Eerste Kamer mogen rekenen en of de verhoudingen niet al te zeer zullen afwijken van die 'aan de overzijde'. Met een electoraat dat zo in beweging is als in de afgelopen periode, kan het elke kant opgaan.

Eén ding is zeker: de formatie zal nog wel enige tijd duren. Niemand zal ernaar streven om al vóór de verkiezingen van 11 maart een kabinet te presenteren, dat immers een virtueel minderheidskabinet kan zijn of wellicht zelfs per kerende post zijn ontslag weer kan indienen.

mailIcon print |