Praktische ervaring met leven in een huis heeft bijna iedereen. Maar in een auto? Wat zegt de wetenschap over het woongevoel in de auto?
Het ligt misschien meer voor de hand om de caravan te zien als een huis op wielen, maar voor menigeen is de auto net zo goed een mobiele woning. Veel mensen brengen er beroepshalve een groot deel van de dag in door. Dat is niet te doen zonder voorzieningen die het verblijf draaglijker maken. De analogie met een woonkamer dringt zich op.
Afgezien van die nare veiligheidsriem maakt het in comfort tegenwoordig niet veel uit of we thuis in een fauteuil zitten of op de weg in een autostoel. Ook het interieur van de auto kunnen we in hoge mate afstemmen op onze persoonlijke voorkeuren. Wie het kan betalen, laat een televisie of een koelkastje inbouwen. De akoestiek is dikwijls nog beter dan in huis. In tegenstelling tot thuis hoeven (mogen!) we in de auto niet eens de telefoonhoorn op te pakken om te bellen.
We doen allerhande 'huiselijke' dingen in de auto: we eten er, we slapen er, we houden er gesprekken en hebben er zelfs seks. We luisteren er naar muziek en voelen ons vrij mee te zingen, net als thuis. In een vrachtwagen pruttelt een koffieapparaat en is veelal een slaapplaats ingericht. Alleen de persoonlijke aankleding van het interieur gaat in de woning nog steeds een stuk verder. Veel meer dan stickers op de achterruit en knuffelbeesten op de hoedenplank zien we zelden. Bij vrachtwagenchauffeurs gaat de verpersoonlijking wél verder: foto's van het gezin sieren het dashboard. In het algemeen, zo schrijft de Britse socioloog John Urry van de universiteit van Lancaster, geldt dat 'hoe slechter de wegen zijn, hoe groter het plezier, de veiligheid en het woongevoel is dat we vinden in de auto'.
Volgens Urry hebben we de verblijfscondities in de auto net zo goed onder controle als in huis. Vroeger, toen auto's nog niet zo goed waren afgesloten tegen wind, lawaai en andere invloeden van buiten, waren ze een 'verblijfplaats op de weg' waarbinnen een normale conversatie bijna onmogelijk was. Tegenwoordig zoemen we in onze 'verblijfplaats binnen de auto' door het landschap, dat als een bewegend schilderij aan ons voorbijtrekt. De veiligheidskooi beschermt ons tegen extreme gevaren van buitenaf, zoals het karkas van ons huis weerstand biedt tegen natuurgeweld. De auto is zó goed geïsoleerd van de vijandige omgeving waarin hij zich beweegt, dat we hem volgens Urry inmiddels gerust een tweede huis mogen noemen. Als hij wil starten, tenminste.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.