Wie zestig jaar wordt, heeft veel om op terug te kijken maar hopelijk ook om naar uit te kijken. Dat geldt ook voor de krant. In wat misschien een typisch staaltje van journalistieke zelfkastijding is, somberen enkele deskundigen elders in de Verdieping over onze toekomst. De meeste lezers gaan daar in ons debat niet in mee: de krant blijft.
Over het verleden valt meer met zekerheid te zeggen, maar wat zegt het ons? Hans van Mierlo zei in 1995 bij de dodenherdenking in het Haagse perscentrum Nieuwspoort: ,,De naoorlogse medewerkers kunnen trots zijn op het verzetsverleden van hun krant of weekblad. Maar zij verkeren principieel niet in een andere positie dan de overige collega's als het gaat om de vraag: hoeveel is de vrijheid van meningsuiting ons eigenlijk waard?''
Zijn vraag laat zich zestig jaar na de oprichting van deze krant niet goed beantwoorden omdat wij in de verste verte niet voor vergelijkbare keuzes zijn geplaatst. Het bekendste voorbeeld is 'het ultimatum'. Van de Trouw-groep waren 23 mensen opgepakt en de Duitsers lieten weten dat zij hun levens zouden sparen als de krant haar uitgave zou staken. De discussie was kort, het besluit onontkoombaar maar in het volle besef van de dramatische gevolgen. De 23 werden op 9 augustus 1944 gefusilleerd. Verzet was 'volharden, al kost het ons leven', schreef de krant.
Een verbinding leggen tussen het verleden en het heden van Trouw is hachelijk. De legale krant is geen eenvoudige voortzetting van de illegale. Juist het besluit om onder dezelfde naam voort te gaan was omstreden. Tegenstanders meenden dat de illegaliteit na de bevrijding op moest gaan in de samenleving, geen aparte kaste mocht vormen, geen bijzondere aanspraken moest doen gelden. En dat betekende in hun ogen ook dat de krant niet langer zou verschijnen. Dat dat toch gebeurde, had vooral praktische en politieke redenen. Het ongemak bij de overdracht van het erfgoed bleef. Het verleden leek te groot, te beladen om er iets aan te kunnen ontlenen. En dus ging de krant door na de oorlog, in de schaduw van de helden.
Maar dat heeft iets raars. Want als wij ons niet kunnen beschouwen als erfgenamen, wie zijn wij dan wel? Als de krant van nu geen enkele verbinding meer heeft met de krant van toen, waarvoor zijn zij dan gestorven en waarvoor herdenken wij ze dan? Het ging toch ook om onze vrijheid?
De vraag van Van Mierlo naar wat ons die vrijheid waard is, blijft hangen. Natuurlijk worden wij wel eens op de proef gesteld: denk aan de debatten over Pim Fortuyn en Ayaan Hirsi Ali ('in een democratie mag je dit niet zeggen', zei een opponent). Maar in vanzelfsprekend lijkende vrijheid zijn onze zorgen vooral banaal: economische tegenwind, ontlezing, nieuwe media.
Het succes van de illegale pers was bovendien niet in de eerste plaats een journalistieke verdienste, stelt ook Piet Hagen in zijn boek Journalisten in Nederland. De vrijheid van meningsuiting werd in de eerste plaats bevochten door niet-journalisten, veelal gewone burgers, mannen en vrouwen, die onder buitengewone omstandigheden moed vatten, de pen ter hand namen, papier of inkt 'organiseerden', een stencilmachine of drukpers ter beschikking stelden of schakels waren in de lange distributieketen.
Philip Mechanicus was een van de weinige journalisten die in het kamp hun werk voortzetten. Hij schreef nauwgezet op wat hij zag en hoorde. Zijn naar buiten gesmokkelde notities werden pas lang na zijn dood in Auschwitz gepubliceerd. ,,Hoe dankbaar moeten wij hem er niet voor zijn'', schreef de historicus Presser toen, ,,dat hij niet meer wilde wezen dan de man, die rondgaat met zijn blocnote, die van dag tot dag noteert, welbeschouwd tevens oorlogscorrespondent, boekstavend onder bestendig levensgevaar, al besefte hij dat nauwelijks.''
Vrijheid van meningsuiting is niet het voorrecht van de journalistiek -de journalistiek moet eerder haar knecht zijn. Het gehalte van die vrijheid wordt mede bepaald door de beschikbaarheid van feiten, de wil ze nader te onderzoeken en de bereidheid de eigen overtuiging te toetsen aan tegengeluiden. Dat zou ons wat waard moeten zijn -het is tenminste het begin van een antwoord op Van Mierlo.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.