*

 

Walen zien economische woestijn ontstaan

Wouter Bax − 30/01/03, 00:00

Cockerill, onderdeel van 's werelds grootste staalproducent Arcelor, sluit de twee hoogovens in Luik. De Walen zijn ten einde raad. Nu hun industrie in het hart wordt getroffen, vrezen zij in een 'economische woestijn' te belanden.

SERAING - ,,Ik heb het altijd al geweten'', zegt Lucien Burette. ,,Mijn vader zei het me al in 1946: 'Ik maak het niet meer mee, maar jij wel: Ze sluiten Cockerill'.'' Dertig, soms veertig jaar, werkten hij en zijn collega-staalarbeiders bij de fabriek. Nu valt het doek. ,,De hoge heren, je kunt ze niet vertrouwen.''

De twee dingen waar het allemaal om gaat, torenen hoog uit boven het plaatsje Seraing, ten zuiden van Luik. Het zijn twee hoogovens van Cockerill, gedoemd om in 2005 en 2006 voorgoed te doven. In de afgelopen tientallen jaren is de hoge klank van de ovens en de bijbehorende machinerie in Seriang er dag en nacht geweest. Geregeld drijven de emissiegassen laag door de straten rond de fabriek. Ook vandaag is dat het geval, nu de striemende regen de gassen gelijk afkoelt en tot op de grond doet dalen. De damp prikt een beetje en heeft de doordringende geur van verbrande cokes. Hij is de oorzaak van de zwart uitgeslagen gevels van de huizen.

Een weinig aantrekkelijke woonomgeving, maar deze sfeer kenmerkt vele streken die hun ziel aan de conventionele zware industrie hebben verkocht. Seraing lijkt op de oude, ongezonde industriestadjes in Zuid-Wales die eveneens lijden onder de malaise in de Europese staalindustrie. Aziatische producenten van bulkstaal, Amerikaanse importheffingen en ongunstige valutaverhoudingen ondermijnen de prijzen al jaren. Waren het enkele jaren geleden de oude staalfabrieken van British Steel die onder de vlag van Corus inkrompen,nu moet de staalindustrie in Wallonië eraan geloven. En de staalarbeiders in Noord-Frankrijk en Noord- en Oost-Duitsland houden nu al hun hart vast. De golfbeweging van hoogtijdagen en economische malaise is een cadans die de naoorlogse Europese staalindustrie voortdurend in haar greep heeft gehouden.

Vraag de lunchende mannen aan de bar in Seraing niet hoe het zit met Aziaten en Amerikanen, het dure Britse pond of al die andere factoren die maken dat hun banen verdwijnen. ,,Daar houd ik me niet mee bezig'', zegt Joseph Thys. ,,Ik werk al meer dan 35 jaar bij de hoogovens. Zo heb ik mijn gezin onderhouden en mijn vier kinderen een opleiding kunnen geven. In plaats van ingewikkelde verhalen te houden, zouden de bazen moeten snappen dat Cockerill onmisbaar is voor de mensen hier. Ze moeten begrijpen dat Seraing en Luik zonder staalproductie een economische woestijn worden.''

Dus mogen de hoogovens niet dicht, vinden de werknemers. Maar hun werkgever, 's werelds grootste staalproducent Arcelor, heeft moeten beloven zijn steentje bij te dragen in het verminderen van de wereldproductie van staal. Bovendien wil het concern per jaar 300 miljoen euro aan kosten bezuinigen door alleen nog te produceren in de meest efficiënte fabrieken. Vanwege de hoge kosten van het transport van erts, cokes en staal liggen die niet landinwaarts, zoals in Wallonië, maar aan de kust.

Hoewel Arcelor niet expliciet heeft gezegd de ovens in Seraing te sluiten, zegt het concern wel dat ze er niet meer in investeert. Elke staalarbeider weet dat dat een doodvonnis is, want een oven moet om de tien à vijftien jaar worden stilgelegd om van de binnenkant van een nieuwe vuurvaste laag te worden voorzien. Blijft die operatie uit, dan is het met de oven gedaan. In Seraing betekent dat het einde van 1700 banen.

En meer, weten de mannen, want de industrie in de hele omgeving leunt op de staalfabrieken. De hele streek is opgezet rond die twee hoogovens.

mailIcon print |