Ongeveer een jaar geleden hoorde ik een bizar relaas in de koffiepauze van een medisch congres. Collega Van de G. vertelde over een wat oudere dame, reeds jaren onder zijn hoede als chronisch psychiatrisch patiënte. Mevrouw was duurzaam ongelukkig en had naar alle kanten uitzicht op niets, maar de mist was de laatste maanden nog dichter geworden en haar neef beweerde vanuit die nevelen een duidelijke doodswens te hebben vernomen. Of dokter maar over de brug wilde komen.
Dokter wilde niet, vond het ongehoord, raadpleegde de verpleging, probeerde zelf met mevrouw tot duidelijkheid te komen, haalde er nog een andere collega bij, kortom: ondernam van alles om aan de doodswens van mevrouw zodanige contouren te ontdekken dat men inderdaad tot hulp bij zelfdoding zou kunnen overgaan. Maar echt, het kon niet. Zij was te onsamenhangend om een volwassen rol te kunnen spelen bij de door haar zelf te voltrekken beëindiging van haar leven. Want daar hebben we het hier over.
De neef was niet ten einde raad, zo bleek, want hij kwam met een plan om tante mee te nemen naar Zwitserland voor een kleine vakantie. Nou ja, ook om eens te zien wat daar voor haar gedaan kon worden. Niet bergwandeling, 'misstap', ravijn, korte kreet, geen mens die het weet, maar gewoon een reis naar een loket voor de doodspil, verkrijgbaar bij de vereniging Dignitas in Zürich.
Collega zag machteloos toe bij het vertrek van mevrouw en haar neef naar Zwitserland.
Ze hadden, zo leek het, mevrouw nog maar net uitgezwaaid vanaf het bordes van de verpleeginrichting en wendden zich moedeloos naar binnen om zich weer aan het dagelijkse werk te zetten, of die neef was alweer terug. Zonder tante.
Wat ik van dit alles vond?
Aangifte doen, leek mij. Hij wist het niet, maar hij zat er wel mee.
En toen las ik in Relevant, het kwartaalblad van de Nederlandse Vereniging voor Vrijwillige Euthanasie, in september vorig jaar een artikel van Hans van Dam onder de titel 'Vluchtroute Zürich' ditzelfde verhaal, nu vanuit de neef verteld, met enkele decorwijzigingen, en een welkome aanvulling over de gang van zaken in Zürich.
'Vluchtroute' suggereert dat je rond Nederland stervenden alle kanten op ziet stuiven: sommigen willen eruit (volgens mijn Engelse collega's) omdat je hier zomaar doodgemaakt wordt als je niet uitkijkt. En anderen willen eruit omdat ze je hier juist niet dood willen maken. Ik weet niet of er ook stervenden in willen, maar ik raad het ze af, want je moet in Nederland wel een echte behandelrelatie hebben opgebouwd met je arts alvorens je kunt overgaan tot een verzoek om euthanasie. Zo'n behandelrelatie kan niet ontstaan tussen de landing op Schiphol en de aankomst in de spreekkamer van de arts, vinden wij.
In Zwitserland ziet men dat ruimer. De neef (bij Van Dam is hij de halfbroer van de mevrouw om wie het gaat) schrijft een e-mail naar Ludwig Minelli, arts in Zürich, die de volgende dag al antwoordt dat mevrouw waarschijnlijk wel hulp kan krijgen daar.
De vrouw was een psychiatrische patiënte en Minelli stelt dat een verklaring van wilsbekwaamheid 'wel prettig' zou zijn, maar ook zonder zo'n verklaring was de zaak wel rondgekomen, denkt de neef.
De Nederlandse psychiater verstrekte die verklaring (niet in de versie die ik hoorde) en men zond Minelli zoveel mogelijk achtergrondinformatie. Eenmaal in Zürich sprak de arts een uur indringend met de vrouw, besloot dat het recept geschreven kon worden en de volgende dag kwam zij naar een appartement, waar zij de overdosis in gezelschap van haar neef innam. Na haar overlijden werd de politie gewaarschuwd, die nogal kil te werk ging. Het was onder meer niet goed mogelijk om afscheid te nemen van de dode en de crematie kon niet worden bijgewoond. Hoe dat ook zij, drie dagen later had de neef de urn met de as van zijn tante. Wat hij terugblikkend vooral zo prettig vond, was dat niemand lastige vragen stelde.
Tsja, die Zwitsers, praktisch volkje, zullen we maar zeggen.
Vorige week werd ik door de BBC gebeld: of ik het al gehoord had? Een 74-jarige dodelijk zieke Engelsman was om 10 uur geland in Zürich en om 3 uur die middag dood.
Minelli weer.
Dat Minelli met behulp van e-mails en één gesprek over dat hele mijnenveld van vragen over de aard van het verzoek heen weet te springen, betekent dat die man een bijzondere gave heeft om mensen die op goede grond echt dood willen eruit te halen, want in mijn ervaring is dat altijd moeilijk en soms gewoon ondoenlijk.
Maar het kan ook zijn dat wij ons hier in Nederland de afgelopen dertig jaar veel te sappel hebben gemaakt over een onderwerp dat in een handomdraai geregeld had kunnen worden.
Ik word er nerveus lacherig van als ik zie dat niemand in Europa schande spreekt van die rare Zwitsers, die bereid zijn een mens zonder veel plichtplegingen een overdosis te overhandigen, terwijl de Nederlandse medische stand in de ogen van hun Europese en Amerikaanse collega's ondanks al onze zielzoekerij, openheid, twijfel, discussie en maatschappelijk afgelegde verantwoording vanwege diezelfde handeling nu al zo'n jaar of twintig in de beklaagdenbank zit, pal naast dat zootje ongeregeld in Neurenberg indertijd.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.