De logica in het redactionele commentaar over het stringente antirookbeleid (Trouw, 12 mei) ontgaat mij volledig. Het gaat om het beleid van de regering ten behoeve van werknemers, wat in het commentaar onderschreven wordt omdat niemand gedwongen mag worden ernstige gezondheidsrisico's te lopen door het rookgedrag van anderen.
'Binnen de grenzen van het redelijke', staat er dan. Om vervolgens een draai van 180 graden te maken als het gaat om mensen in psychiatrische ziekenhuizen en verpleeghuizen. Dan bestaat er plotseling nog maar één categorie echte slachtoffers: de rokende (!) bewoners. Want, zo luidt het argument, zij kunnen niet meer wat ieder ander wel kan: roken in eigen huis. In deze instellingen verblijven ook bewoners die iets anders niet kunnen wat ieder ander wel kan, namelijk schuilen voor tabaksrook in eigen huis, terwijl zij lijden onder het verslavingsgedrag (wat verdraaid veel kan lijken op terreur) van anderen.
Ter illustratie: voordat mijn (inmiddels overleden) moeder vanuit een verpleeghuis werd opgenomen in een ziekenhuis, vertoefde zij uiteindelijk nog uitsluitend (ook met de maaltijden) op haar slaapkamertje, omdat zij met haar hartklachten en astmatische aandoening de rookdampen op de recreatie-/eetzaal niet verdroeg. Die verbanning uit de sociale ruimte was dus niet af en toe en vrijwillig, maar noodgedwongen en permanent. Niet omdat zij zelf verslaafd was, maar omdat anderen dat waren. En dat terwijl op de entreedeuren van het verpleeghuis het geruststellende rookverbod-embleem was aangebracht.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.