Het herstel van de verhoudingen in de Tweede Kamer betekent nog niet dat de beweging van opstandige burgers voorbij is, waarschuwt socioloog Gabriël van den Brink. Maar er is hoop. Politici als Wouter Bos beginnen de burger te begrijpen. En ook de allochtonen lijken zich meer betrokken te tonen bij de politiek.
De verkiezingsuitslag met zijn oude, vertrouwde getalsverhoudingen tussen de politieke partijen wekt de indruk dat de gevestigde orde zich razendsnel heeft hersteld, na de felle aanval van het fortuynisme. Dat geruststellende idee is bedrieglijk, zegt socioloog Gabriël van den Brink. ,,In zó korte tijd kan de heftige beweging van opstandige burgers waarop Pim Fortuyn floreerde, uiteraard nooit zijn verdwenen'', zegt hij. ,,De problemen achter hun onbehagen zijn er nog allemaal.''
In dat opzicht bergt het herstel van de vertrouwde verhoudingen in de Tweede Kamer een risico in zich. Alles lijkt weer bij het oude en de politiek kan overgaan tot de orde van de dag. Alsof er geen Fortuyn is geweest.
Maar Van den Brink ziet ook hoopgevende ontwikkelingen in deze verkiezingen, waaruit blijkt dat politici beter zicht hebben gekregen op de leefwereld van burgers en óók op hun ongenoegen. Van den Brink, werkzaam bij het Nederlands Instituut voor Zorg en Welzijn (NIZW), is auteur van het boek 'Mondiger of moeilijker?'. Dat is de neerslag van het onderzoek dat hij de afgelopen jaren in opdracht van de Wetenschappelijk Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) uitvoerde, naar de verhouding tussen de mondige burger en de politiek. Dat verschafte hem inzicht in de burger achter de kiezer. En daarmee in de stemmotieven die oppervlakkige waarnemers doorgaans als wispelturig kiesgedrag zien.
Hoopgevend vindt Van den Brink bijvoorbeeld het optreden van PvdA-lijsttrekker Wouter Bos, waaruit blijkt dat hij, in tegenstelling tot zijn voorganger Ad Melkert, zich met de kiezers wil verstaan. Dát maakt het verschil met Melkert, veel meer dan Bos zijn 'uitstraling' of fysieke kwaliteiten.
,,Wat Bos en Melkert zeiden, dat scheelde niet veel. En toch zat er een enorm verschil tussen hun beider campagnes. De kwaliteit van Bos was dat hij erkende wat de meeste politici nooit erkennen: dat zij fouten maken. Zeker bij Nederlanders met hun anti-autoritaire houding komt dat goed over. Arrogantie wekt juist ergernis. Dat komt juist door kwaliteiten die we bij moderne burgers zo waarderen. We willen dat ze zelf over de dingen nadenken, zich hun eigen mening vormen en ook op voet van gelijkheid met de ander van mening verschillen. Dan kunnen ze het niet hebben als een politicus zich met nauwelijks verholen minachting of arrogant opstelt. Bos voelt dat goed aan. Hij is altijd in contact met de vragensteller. Dat zit in heel kleine, subtiele gebaren en opmerkingen, maar de vragensteller merkt het wel. Dat ligt heel anders bij Zalm. Bos antwoordt, Zalm steekt een riedel af.''
,,Al met al was het een mooie, interessante campagne. Politici van links en rechts spraken duidelijke taal, verklaarden geen onderwerp tot taboe en discussieerden verfrissend, frank en vrij met elkaar, heel fatsoenlijk. Dat is een postuum eerbetoon aan Fortuyn.''
,,Ook hoopgevend is de grotere politieke betrokkenheid die ik bij een deel van de allochtonen zie. Het zou me niet verbazen als straks uit een verdere uitsplitsing van de opkomstcijfers blijkt dat zij ook in groteren getale hebben gestemd. Na 11 september zag je een sterke verkilling in de verhoudingen tussen autochtonen en buitenlanders. Een repressieve hausse volgde, met als gevolg dat sommige allochtonen zich verder terugtrekken. Anderen daarentegen worden juist politiek actiever en zien in dat zij sneller het pad van de modernisering moesten volgen. Iemand als Haci Karacaer, bijvoorbeeld, voorman van de islamitische organisatie Milli Görüs. Hij spreekt heldere taal: om economisch mee te doen in Nederland moet een allochtoon ook cultureel meedoen. Daarvoor hoef je je ziel niet te verkopen.''
,,Met dat inzicht is hij verder dan al die Nederlanders die alleen oog hebben voor de economie. Alsof een economie zonder een cultuur kan. We hebben onze moderne economie juist te danken aan onze cultuur. Dat wordt veel te weinig gezien, door de dominantie van de economie in het politieke debat. Natuurlijk draait het om geld, want alles kost geld, maar het idee dat daarom de economie de enige motor is achter de maatschappelijke dynamiek, is eigenlijk een vulgair-marxistische gedachte, historisch onverdedigbaar. Hoe kun je nu een moderne economie draaiende houden zonder je talenten te gebruiken, zonder de omgangsvormen die in onze cultuur zijn besloten, zonder de hoge graad van scholing waartoe onze cultuur aanzet?''
,,Uit het voorbeeld van iemand als Karacaer blijkt dat het burgerschap bij allochtonen zich ontwikkelt. Dat is een hoopgevend aspect van de ontwikkelingen sinds 11 september. Vroeger hoorden we hun stem via vertegenwoordigers als Aboutaleb. Ze willen nu meer namens zichzelf spreken.''
In zijn studie voor de WRR schrijft Van den Brink dat de politiek tot dusver niet is opgewassen tegen het probleem dat burgers verschillende, ook tegengestelde houdingen aannemen tegenover de enorme dynamiek die met het neoliberalisme en de commercialisering sinds de jaren tachtig op gang is gebracht. Aan de ene kant onderscheidt hij de 'bedrijvige burgers', de voorhoede die de dynamiek prachtig vindt en het liefst nog sneller gaat. Zij zijn hoog- opgeleid, ondernemend, van zichzelf overtuigd. Ze zitten niet te wachten op een directief uit Den Haag. Ze beslissen liever zelf. Aan de andere kant van het spectrum staan de 'bedreigde burgers', mensen die zich door dezelfde dynamiek in het nauw gebracht voelen. Ze zijn minder goed opgeleid, hebben een laag inkomen, weinig aanzien en soms geen werk. Zij willen juist meer bescherming, minder flexibiliteit, meer overheid, meer toezicht.''
Van den Brink stelt vast dat de problemen waarop het onbehagen van beide groepen burgers is terug te voeren, er nog allemaal zijn. Het geruststellende beeld van genormaliseerde verhoudingen dat oprijst uit de verkiezingsuitslag, doet daaraan niets af. De afgelopen maanden heeft Van den Brink zich met zijn collega's van het NIZW verdiept in oplossingen die zowel de bedrijvige als de bedreigde burgers verder kunnen helpen. Hij zoekt deze in een combinatie van méér vrijheid en méér toezicht, hoe paradoxaal dat ook lijkt. Meer vrijheid, dus minder regels voor particulier initiatief, voor bedrijven en instituties, in combinatie met meer controle op dezelfde bedrijven en instellingen.
,,Een van de problemen die het onbehagen hebben gevoed, is de grote ergernis van mensen aan bureaucratische hindernissen. Burgers voelen zich dagelijks gehinderd door regels. Dat verwijten ze de politiek. Op termijn moeten we toe naar een herinrichting van het publieke domein, met als leidraad dat er meer vrijheid en strenger toezicht komt op straat, in scholen, ziekenhuizen, bedrijven. Een goed voorbeeld is de gang van zaken in het onderwijs. De onderwijsinspectie houdt toezicht en haar oordeel is sinds enige tijd, dankzij de publicaties in Trouw, ook openbaar. Dat geeft transparantie, wat voor ouders weer de keuzemogelijkheden vergroot.''
,,Waarom kan dat niet in ziekenhuizen? Daar bestaat dat niet. We hebben hier een veel kleinere inspectie van de volksgezondheid. Haar resultaten zijn ook niet openbaar. Wij, burgers, kunnen de prestaties van ziekenhuizen niet vergelijken, zoals we dat in het geval van scholen wel kunnen. Dat is toch niet van deze tijd. Mijn ideaal is dat de overheid voortaan tegen de ziekenhuizen zegt: Uw specialisten krijgen meer vrijheid, financieel en ook om te handelen, maar wij willen wel kunnen zien wat ze doen. Wat doen zij met hun talenten?''
,,Ik realiseer me nu dat het eigenlijk het verhaal uit de Bijbel is. Onze talenten zijn niet onze persoonlijke verdienste, we krijgen ze. Het is onze opgave ze te gebruiken. Vroeg of laat wordt ons gevraagd: wat hebt u gedaan met uw talenten? Die meritocratische instelling is in de westerse cultuur een enorme drijvende kracht. Mensen worden aangespoord hun talenten te gebruiken, uit te blinken, rijk te worden, iets voor een ander te betekenen. En op een gegeven moment moet je laten zien of je daarin bent geslaagd.''
,,De idee dat inspanning loont, dat je moeite moet doen, is de centrale kracht van het Westen. Ik verzet me er daarom tegen dat het Westen zijn rijkdom vooral dankt aan roof van anderen. Dat is historisch onjuist. Wij zijn rijk, materieel maar ook cultureel, doordat wij ons best doen en aan het einde van de dag worden afgerekend op onze prestaties. Dat laatste is ten tijde van de verzorgingsstaat-oude-stijl, te weinig gebeurd. De reactie daarop slaat nu door, in de vorm van een afrekencultuur. Daarin zit weer veel ongeduld en onbegrip voor de weerbarstigheid van sommige processen.''
,,Die inspectie van de prestaties is wel een typische overheidstaak. De inspectie moet onpartijdig zijn. We weten dat de vleesindustrie anders haar eigen salmonellavlees gaat controleren. Een tweede voorwaarde is dat de inspecteurs uit de praktijk komen, anders worden ze met een kluitje in het riet gestuurd. En ze moeten het dubbele van de salarissen in de bedrijven verdienen, onomkoopbaar zijn. Het moet een eer zijn om voor de publieke zaak inspecties uit te voeren. Je zou als ambtenaar geen loser moeten zijn.''
,,Dit soort overwegingen spelen een rol als we het publieke domein opnieuw gaan inrichten. Je krijgt alleen een goede marktwerking als je de regels bewaakt. Historisch is het ook zo gegaan. Met doet nu vaak of de markt uit de lucht is komen vallen. Dat is natuurlijk niet zo. Uit de geschiedenis weten we dat markten gemaakt moeten worden. Je kan het aan het banditisme in Rusland zien wat er gebeurt als van buitenaf een markt wordt opgelegd. Een fatsoenlijke markt is een blijk van beschaving, geen roofpartij.''
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.