DEN HAAG - Het moet voor de woensdag teruggetreden D66-leider Thom de Graaf (45) een moeilijk te verteren zaak zijn geweest dat hij in deze verkiezingen geen rol van betekenis speelde. Een jaar geleden nog gold hij als één van de belangrijkste regisseurs in de Haagse politiek. Met zijn paarse collega's Melkert (PvdA) en Dijkstal (VVD) deelde De Graaf de lakens uit. Toen stonden de media nog in de rij voor De Graafs 'progressief liberale' boodschap.
Een jaar later moest de D66-voorman bedelen om zendtijd. Hij mocht niet meedoen aan de lijsttrekkersdebatten. Dieptepunt moet het kopen van reclameblokken zijn geweest rond het debat van 12 januari. Wie de telg uit een oud KVP-geslacht volgde, zag zijn weerzin tegen vooral de tv groeien. Hij kon zijn boodschap over het belang van onderwijs nauwelijks kwijt. Hij moest vooral vragen beantwoorden of het niet vervelend was dat hij niet op televisie kwam.
De Graaf had zich zijn verkiezingscampagne heel anders voorgesteld. Hij had bij voorkeur het centrum-rechtse kabinet willen fileren en de verloedering van de politiek door de LPF aan de kaak willen stellen. Hij deed dat wel, maar grote delen van het electoraat hoorden het niet.
Thom de Graaf was pas de vierde lijsttrekker van D66. Van Mierlo, Terlouw en Borst gingen hem voor. In november 2001 nam hij het stokje van Els Borst over. Voordien had hij al de strijd met Roger van Boxtel over het fractievoorzitterschap in zijn voordeel beslecht. Van Boxtel gold toen al als assertiever, bereid de barricades te bestormen. Over zichzelf zei De Graaf bij zijn verkiezing tot lijstaanvoerder: ,,Ik blijf mezelf. Ik ga niet kiezers paaien met halve waarheden of populisme.'' In de afgelopen campagne bleef hij dat te midden van het verbale geweld van de andere lijsttrekkers ook herhalen: ,,Ik ga mijzelf niet verloochenen.''
Voor de partij leek De Graaf de ideale schoonzoon. Welbespraakt, redelijk en in staat de niet altijd eenvoudige boodschap van de democraten uit te leggen. De kroonjuwelen van D66 -de gekozen burgemeester, het referendum, euthanasie en het homohuwelijk- waren bij hem in goede handen. Hij had er in mei 1999 een kabinetscrisis voor over, toen VVD'er Wiegel voorkwam dat het correctief referendum door de Senaat kwam.
De kwaliteiten van De Graaf verbleekten echter toen Pim Fortuyn de politieke arena betrad en de 'puinhopen van Paars' aan de kaak stelde. Dijkstal, Melkert en ook De Graaf hadden nauwelijks verweer. De kiezer maakte zich meer druk over veiligheid en integratie dan over de kroonjuwelen van D66. Bovendien was in het nieuwe tijdperk van de one-liners en soundbites weinig ruimte voor de genuanceerde boodschappen van D66, vonden de democraten zelf. Maar De Graaf had er ook niet het talent voor.
Enkele maanden geleden twijfelde De Graaf of hij de aanwezen man was om D66 opnieuw in de verkiezingen te leiden. Van Mierlo en Terlouw en de partijleden vonden van wel. Ook nu is iedereen binnen D66 vol lof over de inzet van hem. Maar de leider moet zijn consequenties trekken als hij in één jaar tijd twee verkiezingen verliest, vindt de democraat, die wel in de fractie blijft.
De partij heeft nu weer net zoveel zetels als in '72 en '82. Toch moet D66 zich de vraag stellen of het alleen aan De Graaf lag. Vanaf 1994, toen de partij met lijsttrekker Van Mierlo het recordaantal van 24 zetels haalde is het alleen maar bergafwaarts gegaan met de partij.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.