*

 

Weggesaneerd, niet als ketter maar als vrouw

Cokky van Limpt − 04/01/03, 00:00

Maria Magdalena was topdiscipel van Jezus, maar vroomheid en theologie zien haar vooral als zonderes en boetelinge. In de kunst is zij meestal een mooie vrouw met een vaasje balsem, zelden verkondigster van het woord of met een boek in haar hand. Maar het 'Evangelie volgens Maria (Magdalena), ontdekt in 1896, stelt dat beeld bij. Theologe Esther de Boer komt in haar dissertatie over dit evangelie tot de conclusie dat de vier evangelisten de rol van de vrouwelijke discipelen in Jezus' gevolg hebben geminimaliseerd.

Toen Esther de Boer (1959) eind jaren zeventig theologie ging studeren aan de Vrije Universiteit, was daar een vrouwengroep die de eenzijdige, door mannennamen gedomineerde theologiestudie waar mogelijk wilde doorbreken. Voor ieder tentamen stelden zij een alternatieve literatuurlijst samen met werk van louter vrouwen. Voor het tentamen Nieuwe Testament zetten ze 'The Gnostic Gospels' op de lijst, van Elaine Pagels.

,,Al in de inleiding las ik over het Evangelie naar Maria. Dat schokte mij diep. Ik wist wel dat er buiten de Bijbel nog andere evangeliën waren, maar die werden net als de vier evangeliën in het Nieuwe Testament ook toegeschreven aan mannen, zoals Thomas, Philippus, Petrus. Nu bleek er een vroegchristelijk evangelie te bestaan, dat naar een vrouw was genoemd.'' Sindsdien laten dit laatste evangelie en de figuur van Maria Magdalena haar niet meer los.

De Boers fascinatie resulteerde in een boek: 'Maria Magdalena. De mythe voorbij. Op zoek naar wie zij werkelijk was' (Meinema, 1996). Het is inmiddels in ettelijke talen vertaald. ,,Drie jaar later verscheen de roman van Marianne Fredriksson, 'Volgens Maria Magdalena'. Daardoor kwam mijn boekje opnieuw onder de aandacht. Kerkelijke vrouwengroepen lezen de roman van Fredriksson en mijn boek naast elkaar.''

Bij deze populair-wetenschappelijke uitgave bleef het niet. Van de gereformeerde kerkenraad in Ouderkerk aan de Amstel, waar De Boer gemeentepredikant is, kreeg ze in 1998 toestemming om drie jaar lang de helft van haar werktijd te besteden aan promotieonderzoek. In de disseratie die De Boer onlangs in Kampen verdedigde komt Maria Magdalena naar voren als een volwaardige discipel die aan de andere discipelen het onderricht doorgeeft dat zij persoonlijk van de Verlosser heeft ontvangen.

Het Evangelie naar Maria stelt de voorstelling die in de christelijke geloofstraditie van Maria Magdalena is ontstaan ingrijpend bij. ,,De beeldvorming van Maria Magdalena als hoer en bekeerde zondares is ongelooflijk populair geworden. Het beeld klopt niet, maar ik vind het wel mooi, omdat het in de geschiedenis, zowel in de protestantse als rooms-katholieke kerk, heel gunstig heeft gewerkt, vooral in de zorg voor prostituees.''

,,Al in de Middeleeuwen voelde de orde van de Boetelingen van de heilige Maria Magdalena zich geroepen om meisjes en vrouwen die zedelijk gevaar liepen tot bekering te brengen. De kloosters van deze orde legden zich vooral toe op onderwijs. In de achttiende en negentiende eeuw ontstonden overal in Europa huizen, kloosters en instellingen die de naam van Maria Magdalena kregen. Zij bekommerden zich om het lot van vrouwen die anders in prostitutie zouden terechtkomen. Een hedendaags voorbeeld is The Magdalene Centre in Seoel dat vele duizenden meisjes die genoeg hebben van het sekstoerisme helpt een nieuw bestaan op te bouwen.

Dat Maria Magdalena discipel was en apostel voor de apostelen is niet nieuw: dat is al te vinden in de nieuwtestamentische evangeliën. Ook in de kunst wordt zij wel predikend afgebeeld. De rk kerk heeft dat beeld niet verdonkeremaand, maar er volgens De Boer ook geen conclusies uit getrokken.

,,Er is in de Verenigde Staten en andere landen een beweging die ieder jaar op 22 juli, de naamdag van Maria Magdalena, een speciale liturgie viert. Daarin wordt het beeld van de hoer en de zondares afgezworen en het beeld van de apostel en discipel gevierd. Maar dit roept bij rechtgelovigen zoveel kritiek op, dat de viering uit angst voor gewelddadige verstoring soms moet worden afgelast.''

Het Evangelie naar Maria behoort niet tot de vondsten in 1945 in het Egyptische Nag Hammadi, maar wordt wel altijd in samenhang met die, voornamelijk gnostische, teksten behandeld. De meeste wetenschappers die zich tot nu toe met dat evangelie bezighouden, situeren het dan ook binnen de vroegchristelijke gnostiek. Ten onrechte, zegt De Boer in haar proefschrift. ,,Het Evangelie naar Maria is géén gnostische tekst en hoort daarom ook niet thuis in die verre uithoek van het christendom. Op goede gronden plaats ik deze tekst midden in het vroege christendom.''

Het begin en een gedeelte uit het midden van het Evangelie naar Maria ontbreken. Het gevonden gedeelte begint met enkele laatste vermaningen van de opgestane Heer aan de discipelen en de oproep om het evangelie te verkondigen. Dan gaat hij heen en laat hij de discipelen bedroefd en in verwarring achter. Zij vragen zich af hoe zij het evangelie moeten verkondigen aan de volken: ,,Als ze hém niet hebben gespaard, hoe zullen ze dan ons sparen?''

Maria roept hen op niet zijn lijden centraal te stellen, maar zijn grootheid te prijzen, omdat hij hen van mens tot Mens heeft gemaakt. Dan vraagt Petrus aan Maria om hen de woorden van de Verlosser te zeggen, die zij zich herinnert en die zij niet kennen. Dat doet ze. Vervolgens ontstaat er een heftige discussie onder de broeders over de betrouwbaarheid van Maria's woorden. Petrus kan het zich ineens niet meer voorstellen: ,,Hij heeft toch niet gesproken met een vrouw, verborgen voor ons en niet in het openbaar, opdat we onszelf omkeren en allemaal naar haar luisteren?''

De discipelen zien de tegenkrachten búiten zichzelf, in de volken. Zij denken dat de verkondiging van het evangelie die tegenstand oproept. Maar uit de woorden die de Verlosser bij zijn afscheid heeft gesproken, blijkt dat die tegenstand er al ís en dat de verkondiging van het evangelie juist van die tegenstand bevrijdt. In het relaas van Maria Magdalena wordt volgens De Boer dan duidelijk wat die tegenstand precies inhoudt, van welke krachten in en buiten jezelf je je vrij mag weten en dus ook houden. De discussie over Maria's betrouwbaarheid laat zien dat ook de discipelen zelf in de greep van die tegenkrachten kunnen raken, in dit geval van de woede en de onwetendheid.

Tegen een gnostische achtergrond gaat de uitleg van het Evangelie naar Maria wringen, zegt De Boer, omdat in de tekst volgens de gangbare uitleg het begrip 'alle Natuur' eerst naar materie verwijst maar later een spirituele betekenis heeft. Dat probleem verdwijnt echter, wanneer het evangelie wordt gezien tegen de achtergrond van de filosofie van de Stoa.

,,De Stoa houdt er een holistisch wereldbeeld op na, dat God ziet als de groeikracht (de Natuur), die alle materie doortrekt en die ook in de mens werkzaam is. Tegen een dergelijke achtergrond hoef je niet zo'n groot onderscheid te maken tussen de geestelijke en materiële wereld. 'Alle natuur' is dan te lezen als de goddelijke groeikracht die niet ver boven ons is maar in alles is terug te vinden. Kenmerkend voor de klassieke gnostiek is daartegenover een radicaal dualisme tussen de geestelijke en materiële wereld. Dat ontbreekt in het Evangelie naar Maria. Daarin tref je een meer gematigd dualisme, te vergelijken met het verhaal over de zaaier bij Mattheüs. De zaaier zaait overdag zijn graan en 's nachts komt de vijand die er onkruid tussen zaait. Hieruit spreekt geen dualisme tussen geest en materie, maar tussen het goede en het kwade. Er is een tegenkracht, een tegennatuur, die de goddelijke orde van de harmonieuze groeikracht verstoort.

,,Natuur en tegennatuur zijn in het Evangelie naar Maria, net als bij Mattheüs over de tarwe en het onkruid, bijna onontwarbaar. De Zoon des Mensen is gekomen om je uit de verstikkende greep van die wirwar te bevrijden. Dankzij de Zoon des Mensen die binnen in je is en die je kunt aandoen, die je kunt zoeken en vinden en volgen en die je Mens heeft gemaakt, kun je harmonie ervaren en vrede voortbrengen.''

Haar studie heeft De Boer ervan overtuigd dat het Evangelie naar Maria niet is 'weggesaneerd' omdat er ketterse dingen in zouden staan. ,,maar omdat het naar een vrouw genoemd is en omdat een vrouw er onderwijs geeft. Het getuigt van een openlijke waardering voor de inhoud en het belang van het onderwijs van een vrouwelijke discipel van Jezus. Er is zonder twijfel een groot belang aan Maria Magdalena gehecht, maar dat wordt haar ook weer ontnomen door Mattheüs en Lucas. Bij hen krijgt Maria Magdalena een zeer beperkte rol. Bij Johannes is ze wel van belang, maar alleen binnen een conservatieve context. Had het Evangelie naar Johannes 'naar Maria' geheten, dan was het waarschijnlijk niet in de canon terechtgekomen. Dat staat natuurlijk niet in mijn proefschrift, want dat is een weinig wetenschappelijke uitspraak - hoewel er aanwijzingen genoeg voor zijn - maar het is wel één van de onverwacht treurige conclusies die ik persoonlijk uit mijn onderzoek trek. Gelukkig is de boodschap van het Evangelie naar Maria bepaald niet treurig te noemen.''

mailIcon print |