*

 

Van postzegellikker tot topman

door Kees de Vré − 08/02/03, 00:00

Ze zijn er nauwelijks nog, mensen in de top van het bedrijfsleven zonder veel vooropleiding. Theo Bouwman (58) is zo iemand, maar maakt er zelf absoluut geen punt van. ,,Geen last van'', is zijn kort, maar krachtige antwoord. Zijn gelaat spreekt nog duidelijker dan zijn stem. En daarmee lijkt alles gezegd. Theo Bouwman is een man van weinig woorden.

Theo Bouwman is sinds een paar maanden voorzitter van de raad van bestuur van PCM Uitgevers, het meest bekend van zijn vier landelijke dagbladen maar ook uitgever van algemene en educatieve boeken. Ruim de helft van zijn arbeidzame leven is Bouwman uitgever geweest, eerst bij de Weekbladpers, later bij VNU en nu PCM. ,,Daarvoor werkte ik in een wasserij annex weverij, iets totaal anders dus. Tja, zo kan dat lopen.''

Het gebrek aan opleiding wijt Bouwman volledig aan zichzelf. ,,Ik wilde niet, had geen zin in die sfeer van gehoorzaamheid en mond houden.'' Het milieu waar hij uit voortkomt omschrijft Bouwman als 'erg braaf katholiek'. Niet een milieu waarin het gebruikelijk was om door te leren. ,,Vader had ambachtsschool en werkte als kassier in een café-restaurant in Arnhem. Moeder had mulo en was huisvrouw. Een gemiddeld gezin, niets bijzonders. Mijn broer en drie zussen waren ook braaf. Ik was het buitenbeentje.''

Na de lagere school ging de jonge Theo naar het klein-seminarie in Mook. Niet omdat dat in een braaf katholiek milieu gewoon was, maar omdat hij drie ooms had die in Indonesië missionaris waren en elke vijf jaar naar Arnhem kwamen om van hun avonturen te verhalen. ,,Dat wilde ik ook, het leek me best spannend. Maar ik hield het er twaalf maanden uit in Mook. Daarna naar het Gelders lyceum in Arnhem. Dat duurde anderhalf jaar, toen werd ik weggestuurd. Ik was een stout jongetje. Vervolgens naar de mulo en ook daar hield ik het niet langer vol dan anderhalf jaar. Ik voelde me niet prettig toen.''

,,Niet dat ik het niet kon. Ik heb zelfs een klas overgeslagen op de lagere school. Lezen en schrijven kon ik al heel vroeg. Daarmee was ik altijd de jongste van de klas en had een grote geldingsdrang, wilde me bewijzen tussen al die grote jongens. Tussen mijn 10de en 15de vond ik het wel wat om een beroemd schrijver te worden.''

Op zijn vijftiende ging Bouwman echter werken bij de chemische wasserij/weverij Neproma. ,,Dat ging gewoon via een advertentie in de krant. Ik werd daar jongste bediende, deed de boodschappen, plakte postzegels, deed archiefwerk. En o ja, ik vulde de loonzakjes. Daarvoor heb ik eens twintigduizend gulden van de bank moeten halen in een daarvoor bestemde tas. Onderweg van de bank naar het bedrijf zag ik vrienden van me lekker voetballen. Ik besloot mee te doen en zette mijn fiets met die tas geld aan het stuur gewoon even tegen een boom. Een medewerker van Neproma kwam toevallig langs en zag die tas. Heb toen wel op mijn donder gekregen.''

Weggestuurd werd Bouwman voor de verandering niet. Sterker nog, hij bleef er twintig jaar en schopte het tot algemeen directeur. Dat is echter niet gegaan zonder enige bijscholing. ,,Ik zag in dat je zonder te leren niet veel verder komt in het leven. Dus deed ik de handelsavondschool. Dat ging me gemakkelijk af. Voorts deed ik de hele reeks vervolgopleidingen: praktijkdiploma boekhouden, MBA en SPD. Op mijn 24ste was alles af. Waarom me dat wel lukte? Het was overzichtelijk, geen lange studies van jaren, maar hooguit van een jaar, twee jaar. Bovendien waren de cursisten wat ouder, je werd er ook serieus genomen.''

Ook hierna voelde Bouwman er niet voor om te gaan studeren. ,,O nee. Dan moest je colloquium doctum doen, een soort toelatingsexamen omdat mijn vooropleiding onvoldoende was. Daar had ik geen zin in. Bovendien, zo'n universiteit betekende armoede voor me. Ik had op mijn twintigste een regelmatig inkomen, een huis en een auto. Niet dat ik niet jaloers was op mijn vrienden die studeerden. Maar dat was meer vanwege de vele vrije tijd van studenten. Als we gingen stappen konden zij uitslapen, ik moest weer om halfacht achter mijn bureau zitten.''

Bouwman volgde na zijn uitgebreide boekhoudopleiding cursussen programmeren en systeemanalyse. ,,Dat waren de eerste cursussen in de informatietechnologie. Maar ik kwam er snel achter dat dat soort kennis in twee jaar verouderd was. Ik ben ermee gestopt, ik had geen zin in elke keer weer opnieuw beginnen.''

Eind jaren zeventig stapte Bouwman over naar het uitgeversvak. Hij begon bij de Weekbladpers (Vrij Nederland, Voetbal International, Opzij), eerst als adjunct daarna als directeur. In 1994, op zijn vijftigste, switchte hij nog eens en kreeg bij VNU de tijdschriftendivisie onder zijn hoede. In 2000 werd hij lid van de Raad van Bestuur van VNU om in 2002 uiteindelijk over te stappen naar PCM.

,,Ik heb nooit echt last gehad van mijn gebrek aan vooropleiding. Niet privé en niet op mijn werk. Bij Neproma werden er toen ik er werkte wel eens jonge doctorandussen aangenomen. Daarmee voerde ik een soort concurrentie. Je bent nog jong tenslotte. Maar op een bepaalde leeftijd maakt die zes jaar universiteit ook niets meer uit. Dan is levenservaring belangrijker dan welke school dan ook. Ik heb altijd veel gelezen, literatuur, geschiedenis. Zodoende kon en kan ik me in elke discussie mengen en mijn mannetje staan.''

,,Ik denk dat hooguit dat autodidactentoontje hinderlijk kan zijn. Autodidacten koketteren volgens mij meer met hun kennis dan hoogopgeleiden. Kijk naar Martin van Amerongen, die stopte altijd wel een geleerd citaat in zijn verhalen. Maar ik heb niet het gevoel dat ik me beter moet voordoen. Of het nu collega's zijn, vrienden of kennissen, ik ben altijd mezelf.''

Heden ten dage is het lastig om zonder goede vooropleiding een bedrijf binnen te komen, beaamt ook Bouwman. ,,Het is nu onlogisch om op je vijftiende al te gaan werken. Er zijn tegenwoordig ook zo veel opleidingen, allemaal laagdrempelig. Zelfs de jongste bediende heeft tegenwoordig al havo.''

Terugkijkend heeft Bouwman geen spijt nooit te hebben gestudeerd. ,,Dan had ik begin jaren zestig op de universiteit gezeten. Ja, de revolutie meegemaakt. Dat had me wel wat geleken. Maar dan had ik nu een tragische oude activist geweest. Mijn leven was heel anders verlopen, maar nee, ik heb geen spijt. Ik heb dat gebrek aan hogere opleiding ook nooit als een handicap ervaren. Ook mijn omgeving niet, voorzover ze het al wisten.''

mailIcon print |