Wat doe je liever? Versnaperingen verkopen aan strandgasten of bedenken welke tabellen het best bij een tekst passen? En geef je de voorkeur aan het repareren van scheepsschroeven op een werf of staat het directeurschap van een verzorgingshuis je meer aan? Na een dertigtal keuzevragen als bovenstaande weet je in wat voor hoek je een opleiding moet zoeken of welke banen voor jou geschikt zijn. Althans, dat beweren de makers van beroepskeuzetesten als deze, die je veel vindt op internet.
,,De meeste ontstijgen het niveau van de Libelle niet'', zegt L. Coini, secretaris van de Nederlandse Vereniging van School decanen. ,,Het zijn gewoon leukigheidjes.'' Scholen maken daarom alleen gebruik van testen die door deskundigen zijn ontworpen, zoals de Beroepen Interesse Test (BIT); de meest gebruikte vragenlijst voor leerlingen in het voortgezet onderwijs. De BIT duurt ongeveer een half- uur (dus niet 5 minuten, zoals bij de amateuristische testjes), en na afloop krijg je een overzicht met elf grafieken die aangeven in hoeverre je geïnteresseerd bent in allerlei beroepsschalen, zoals ambachtelijke vormgeving, techniek en natuurwetenschappen, voedselbereiding, en agrarische arbeid.
Ook de IBIS (Interessen, Beroepsvaardigheden, Intellectueel vermogen en Specifieke beroepsinteresse) is populair bij decanen. Na een algemene test wordt er dieper ingegaan op een bepaalde richting. Bij iemand die belangstelling heeft voor techniek, wordt gekeken of hij/zij geschikt is voor bijvoorbeeld bouwkunde, metaal- of elektrotechniek. Voor deze test ben je twee lesuren kwijt.
Coini is zelf ook decaan op een havo en hij laat daar alle derdejaars een test maken. ,,Zo kunnen zij beter hun profielkeuze vaststellen.'' Er zijn ook nog diepgaandere testen. ,,Als een leerling echt in detail wil weten waar zijn interesses liggen, of als er behoefte is aan een second opinion, dan verwijzen we ze door naar specialisten.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.