*

 

Snijden in warm vlees of de salsa dansen?

door Ingrid Weel − 08/02/03, 00:00

Hij wist van jongs af aan dat hij arts wilde worden. Na het atheneum werd hij helaas drie keer uitgeloot voor de studie medicijnen, maar in 1978 kon hij toch beginnen. Het lukte hem om binnen de zes jaar die ervoor staat af te studeren. En toen? Toen stak hij samen met zijn vrouw de meeste tijd in hun dansschool. Het levensverhaal van Harold Lousberg (46) uit Maas tricht.

,,Waar het vandaan komt, weet ik niet, maar ik wilde op de basisschool al dokter of tandarts worden. Mijn vader is architect en ik heb ook geen andere familie in de medische wereld, maar het mystieke van het lichaam trok me aan'', vertelt Harold Lousberg. ,,Dat ging vrij ver, hoor. Tijdens mijn medicijnenstudie kreeg ik zelfs het idee om revolutionair onderzoek te doen naar de mogelijkheid om de identiteit van een mens naar iemand anders te verplaatsen'', zegt hij lachend, terugdenkend aan die tijd.

,,Toen ik was uitgeloot ging ik eerst farmacie in Amsterdam studeren, maar dat was het niet. Tijdens mijn medicijnenstudie merkte ik door de co-schappen dat ik chirurgie fantastisch vond. Het snijden in warm vlees, ja dat leek me wel wat.'' De teleurstelling was daarom groot toen er na zes jaar geen plaats was in het ziekenhuis om door te studeren voor chirurg. ,,De zorg is helaas niet in handen van de overheid. De specialisten bepalen of er plek is, en destijds waren zij bang dat ze door te veel concurrentie hun brood moesten delen. We zien er nu de gevolgen van: lange wachtlijsten.''

Lousberg moest het doen met de titel basisarts. Hij had geen zin in een andere specialisatie. Wel ging hij voor de universiteit werken. De Maastrichtenaar deed onder meer onderzoek naar angstfactoren. ,,Dat was leuk, maar niet goed betaald.'' Ondertussen waren hij en zijn vrouw al een dansschool begonnen. ,,Op mijn 16de ging ik op dansles. Ik ben conservatief opgevoed, en alhoewel ik niet werd verplicht te gaan dansen, hoorde het er eigenlijk wel bij. Ik kwam in een zeer gemotiveerde groep terecht en had er gevoel voor. Dan doe je eens een wedstrijd, dat vond ik ook leuk en dan weet je wel hoe het gaat. Je promoveert aldoor, en op een gegeven moment zit je bij de top'', vertelt Lousberg enigszins laconiek. ,,Het hoogste wat Chantal en ik hebben gehaald is een 18de plaats op het WK.''

Door het succes zagen dansleraren de twee geliefden voornamelijk als toekomstige concurrenten en wilden ze hun niet langer lesgeven. Omdat ze toch graag door wilden met dansen, 'ik wilde mijn nationale titel verdedigen', kochten ze van hun spaarcentjes een eigen zaaltje om te trainen. Voor het inkomen, Lousberg was immers nog bezig met afstuderen, zorgde zijn vrouw door het geven van danslessen. Als dat niet zou lopen, waren ze van plan om van de zaal een gezondheidscentrum te maken. Maar het schooltje werd een enorm succes.

,,Binnen korte tijd moesten we zelfs personeel aannemen. Zij verdienden al snel meer dan ik bij de universiteit. Dan is het toch onverantwoord om met mijn werk daar door te gaan? Ik ben na vier jaar onderzoek volledig in de zaak gestapt. Door omstandigheden: geen plaats bij chirurgie, het weigeren van dansleraren ons les te geven, en het lage salaris op de universiteit, is het zo gelopen.''

Maar niet tot ontevredenheid van de basisarts. ,,In de loop van de tijd gebruikten we de zaal voor veel meer dan alleen dansen. We organiseerden bijvoorbeeld playbackshows en themafeesten. Ik heb het altijd leuk gevonden zulke dingen te doen. Op de middelbare school had ik het al zo druk met buitenschoolse activiteiten dat ik acht jaar over het atheneum heb gedaan. Tijdens mijn studie heb ik onder meer met twee anderen de eerste studentenkroeg opgericht. Die bestaat nog steeds'', aldus de trotse ondernemer.

Toch is Lousberg drie jaar geleden in de medische wereld beland, als bedrijfsarts. ,,Ik werd gevraagd door een arts van het Gak. Of ik een paar uurtjes in de week wilde helpen het wegwerken van de achterstand die ze hadden met WAO'ers. Ik heb er ja op gezegd omdat die baan me veel sociale lasten scheelt. Ik ben nu bijvoorbeeld ziekenfonds verzekerd. Maar eerlijk gezegd was de zaak ook geen uitdaging meer. Ik deed er al veel naast. Zo schreef ik met twee anderen het ondernemingsplan van Heineken. Dat was wel een zwaar project.''

,,Ik werk nu voor 60 procent bij het Gak, want ik vind dat het met minder uren niet mogelijk is om het goed te doen. Daarbij vind ik het hartstikke leuk. Ik zie het niet als werk. Ik heb na twee weken werken nog een spoedcursus gedaan om me bij te scholen, maar dat was mosterd na de maaltijd. Ik wist het allemaal al. Sommige collega's bij het Gak vinden dat ze het helemaal gemaakt hebben, maar ik zie dit pas als het begin.''

,,Ik ben gevraagd door ABP (het bedrijfstakpensioenfonds voor werkgevers en werknemers van overheid en onderwijs, red.) omdat ze vonden dat zowel mijn kennis als mijn praatje goed is. Daar ben ik best wel een beetje trots op. In de toekomst wil ik meer richting management. Dat kan ook in de geneeskunde. Zo werken ziekenhuizen nog met een oubollig systeem. Waarom beschouwen ze het hospitaal niet meer als een bedrijf?''

,,De politiek trekt me ook. Nee, dit werk is zeker geen eindstation.'' Naast zijn werk bij het Gak helpt Lousberg nog mee in 'de zaak'. Vooral organisatorisch, maar ook geeft hij twee avonden in de week dansles. ,,Het is een lekkere uitlaatklep.''

,,Natuurlijk was er altijd wel discussie over mijn beslissing om helemaal voor de dansschool te gaan. Vooral als ik oud-medestudenten sprak. Maar eigenlijk had ik geen keus. Als ik nu gevraagd zou worden om me te specialiseren tot chirurg zou ik het niet meer doen. Ik ga er dan financieel op achteruit, moet veel onregelmatige diensten draaien, de zaak is ook te groot voor mijn vrouw alleen, en om nog vier à zes jaar te studeren en dan ook nog onder supervisie van anderen, nou nee.''

Hij heeft achteraf geen enkele wrok jegens de specialisten. Lousberg hoopt wel dat er nu betere mogelijkheden zijn om door te gaan in de richting die studenten zelf willen. De bedrijfsarts en ondernemer wil de aankomende dokters adviseren zich niet alleen bezig te houden met de colleges. ,,Word geen studerende ezel. Om een goede arts te worden moet je je ook in andere zaken verdiepen. Sociale vaardigheden en de persoonsontwikkeling zijn heel belangrijk.''

mailIcon print |