Ze lacht, haar ogen beginnen te glinsteren. Met het zachte Limburgse accent, zegt ze: ,,Ik vind het fantastisch, zonder meer.'' Maria van der Hoeven (53), aan het roer op het Zoetermeerse departement, komt er openlijk voor uit dat het ministerschap haar uitstekend bevalt.
,,Het zou het fijnste zijn als ik mijn periode hier op het ministerie van onderwijs kan afmaken'', vertelt Maria van der Hoeven. Toch houdt de immer stijlvol geklede Maastrichtse, na Balkenende tweede op de CDA-kandidatenlijst, in haar achterhoofd rekening met een ander scenario. ,,Als het mij niet gegeven is om minister te blijven, dan ga ik terug naar de Tweede Kamer. Daar kan geen enkel misverstand over bestaan. Ik blijf in de politiek.''
Lesgeven zou ze ook nog kunnen, denkt ze. Want ja, Van 1969 tot 1981 heeft Van der Hoeven voor de klas gestaan in het Limburgse voortgezet onderwijs. ,,Dat zit in je bloed. Al zou ik me wel moeten laten bijscholen. In het onderwijs is de afgelopen jaren ongelooflijk veel veranderd. Ik kom regelmatig op scholen en je ziet de veranderingen. Nog steeds verwachten ze van een leraar een schaap met vijf poten. Maar eigenlijk kan dat niet meer.''
,,Wij kregen vroeger op de kweekschool alle vakken. Je kon in alle klassen lesgeven, dat maakte niet uit. Tegenwoordig hoor je schoolleiders tegen leerkrachten zeggen: wat zijn je sterke punten en hoe kunnen we die aan bod laten komen. Teamteaching, die kant gaan we op. Een school zorgt er voor alle specialisaties in huis te hebben, maar als leerkracht hoef je niet alles meer te kunnen.''
,,De kweekschool was destijds mijn eigen keuze toen ik van de mulo kwam. Lesgeven leek mij wel leuk. Ik was de oudste van vier kinderen, mijn zus ging later ook naar de kweekschool. Zij staat nog steeds voor de klas. Het was misschien in de jaren zestig in Limburg nog niet helemaal vanzelfsprekend, maar wij werden door onze ouders, gestimuleerd een vak te leren, zelfstandig te zijn.''
,,Ik weet niet of ik feministisch ben. Ik sta wel op mijn onafhankelijkheid en zelfstandigheid. Dat hebben mijn ouders ons meegegeven. Ook mijn grootmoeders waren stevige tantes. De één heeft acht kinderen groot gebracht, de andere heeft tijdens de Tweede Wereldoorlog haar mannetje gestaan in gezin en gemeenschap.''
Haar eerste baan was op het ihno (individueel huishouden en nijverheidsonderwijs). Dat is vergelijkbaar met het huidige leerwegondersteunend onderwijs op een vmbo. Iets later ging ze lesgeven op een leao. In die tijd werd Van der Hoeven benaderd door de toenmalige KVP (Katholieke Volkspartij) of ze lid wilde worden van een onderwijscommissie die een rapport moest uitbrengen over de scholen in de Maastrichtse binnenstad. Ze werd lid. ,,Er was toen niet veel keus in Limburg. Je had de PvdA en de VVD en een hoop lokale partijen. Ik kom uit een katholiek nest, dus de KVP lag voor de hand. Ik voelde me niet aangesproken door de PvdA. De VVD was destijds heel klein, meer een partij van notabelen en deftige middenstand.''
De KVP vroeg Van der Hoeven of ze zich kandidaat wilde stellen voor de Maastrichtse gemeenteraad. In 1974 werd ze het jongste gemeenteraadslid van Maastricht. Ze heeft het zeventien jaar parttime gedaan naast haar werk als docente. In 1980 werd ze directeur van het Centrum Administratieve Vakopleidingen van Volwassenen en zeven jaar later hoofd van het Technologiecentrum Limburg. ,,Ik had twee carrières naast elkaar. Daar heb ik veel profijt van gehad. Als je politiek bezig bent kijk je toch vanuit een bepaalde invalshoek naar zaken. Als je er bij werkt blijf je met beide voeten op de grond.''
In 1982 liep ze het wethouderschap mis na een minder goede uitslag voor het CDA. ,,Dat was heel rot, flut. Omdat niet gekozen was voor mij. Drie andere CDA'ers, mannen, werden wel wethouder. Of het met mijn vrouw-zijn te maken had weet ik niet. Het einde van het liedje was dat ik het niet werd. Op een gegeven moment houd je er ook over op. Ik had het naar mijn zin en ik werd gevraagd of ik naar de Tweede Kamer wilde.''
Van der Hoeven stapte in 1991 over naar de Tweede Kamer. Ze koos toen definitief voor een politieke carrière. ,,Ook vanuit passie voor het onderwijs. Als je het alleen maar beschouwt als werk, dan is het niet genoeg. Dan houd je het niet vol als je elke dag in de file moet staan.''
In 1996 werd ze politiek secretaris onder fractieleider Jaap de Hoop Scheffer. Ze maakte vijf jaar later de leiderschapscrisis rond De Hoop Scheffer en voorzitter Van Rij van nabij mee. ,,Ik vond het vreselijk. Wat ik zo erg vond was dat twee mensen niet in staat waren de crisis te overbruggen.'' Ze besloot zich niet kandidaat te stellen tegenover de voor de buitenwacht toen onbekende Balkenende. ,,Ik wist hoe de meningen in de fractie lagen. Dan ben ik een realist. Ik had gezien hoe fout het kan uitpakken als de fractie verdeeld is.'' Onder 'JP' werd ze vice-fractievoorzitter.
Vorig jaar, toen Balkenende premier zou worden, was de keuze makkelijker. ,,De vraag kwam of ik minister wilde worden. Het ging om Onderwijs. Ik kreeg kans twee ambities, me inzetten voor het onderwijs en politiek, te verenigen. Idealer kon gewoon niet.''
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.