Oorlogen behoren niet tot de meest vredelievende activiteiten. Daarom ligt het voor de hand dat de Wereldraad van Kerken en de Conferentie van Europese kerken in het geweer zijn gekomen tegen een mogelijke oorlog in Irak. Op de dag dat de Amerikaanse minister van buitenlandse zaken, Powell, in New York de VN-Veiligheidsraad toesprak, lieten zij in Berlijn een krachtig 'nee' horen. Opmerkelijke bijzonderheid: namens de Nederlandse Samen-op-wegkerken werd de verklaring mede ondertekend door ds. A. van der Plas, een Gereformeerde Bonder, die je onmogelijk kunt verdenken van linkse, of zelfs pacifistische neigingen.
De teksten die aan deze verklaring ten grondslag liggen liegen er niet om. Het heet dat een preventieve oorlog tegen Irak niet te rechtvaardigen is. De kerken betreuren het dat de machtigste naties op aarde oorlog weer als een aanvaardbaar middel van buitenlands beleid zien. En klap op de vuurpijl: de doelen die Amerika in Irak zegt na te streven zijn 'immoreel'.
Immoreel? Strijdig met de moraal, strijdig ook, aldus de Van Dale, met de begrippen van eer en plicht. Maar welke moraal dan wel, welke eer en plicht? Als pacifisme, geweldloosheid, de enig geldende moraal is en dus ook de eer en de plicht van iedere christen, dan is het antwoord betrekkelijk eenvoudig. Maar de raad maakt het voor de gelovige knap ingewikkeld met de toelichting van zijn secretaris-generaal, Konrad Raiser, die (zie Trouw van gisteren) zei: ,,Een oorlog kan om gevaar af te wenden ook gerechtvaardigd zijn''.
Met die constatering zitten we midden in het probleem waarvoor Irak de wereld stelt: dit land beschikt vrijwel zeker over stapels verboden massavernietigingswapens. De unanieme Veiligheidsraad heeft Irak daarom gesommeerd zich van deze wapens te ontdoen, zo niet dan dient het land blijkens resolutie 1441 rekening te houden met 'serieuze consequenties', lees oorlog. Onder die druk werden wapeninspecties geaccepteerd, die vervolgens, aldus het verhaal van Powell, aan alle kanten worden gesaboteerd. Om in termen van Raiser te spreken: waar ligt dan de grens dat we van een onaanvaardbaar gevaar mogen spreken die een oorlog rechtvaardigt?
Er zijn goede argumenten om de wapeninspecteurs nog enige tijd te gunnen om hun werk te doen. Temeer omdat het verleden bewezen heeft dat als zij het spoor eenmaal te pakken hebben zij in staat zijn om heel wat wapentuig te ontmantelen. Probleem evenwel is dat die inspecteurs alleen maar hun werk kunnen doen zolang een oorlogsdreiging in stand wordt gehouden. Houdt die dreiging op, of is die niet geloofwaardig meer, dan deinst Saddam Hoessein er niet voor terug hen vandaag nog het land uit te zetten. Ook dat heeft het verleden geleerd. De wereldgemeenschap zal dus op een geloofwaardige manier moeten blijven dreigen.
Het onvermijdelijke gevolg van deze politiek is dat één van beiden moet buigen: de wereldgemeenschap (laat maar zitten) of Saddam, die zal moeten toezien hoe zijn wapenarsenaal ontmanteld wordt. Daarmee zitten we in een fuik met als uiterste consequentie een oorlog. Zoiets gaat je niet in de koude kleren zitten. Ik kan me daarom goed voorstellen dat dit een ongemakkelijk gevoel geeft. Maar dat is nog geen reden om, zoals Marijnissen deed, de uiteenzetting van Powell badinerend af te doen met de opmerking dat zijn fotomateriaal net zo goed in ander land gemaakt kan zijn. Evenmin is het een reden om letterlijk voor Saddam op de knieën te gaan, zoals oud-Labour-politicus Tony Benn deed in zijn inmiddels befaamde interview met de dictator.
Maar er is al helemaal geen reden om deze onverhoopte oorlog op voorhand als immoreel te bestempelen. Daarmee legt de kerk oorlog of vrede voor honderd procent in handen van Saddam Hoessein. Dat zal toch ook niet de bedoeling zijn? Ik wens de predikanten daarom veel kracht toe bij hun voorbede aanstaande zondag.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.