Natuurlijk is het gevaarlijk, zeggen de Nederlandse militairen die dienen bij de Isaf, de internationale veiligheidsmacht in Kaboel, sinds gisteren onder Nederlands/Duits commando. Al bijna negenhonderd Nederlanders hebben het afgelopen jaar in Afghanistan gediend. Een missie van dagelijks alert zijn, zeggen drie van hen.
Ze zijn er geen van drieën het type naar om snel in paniek te raken. Oorlogsdreiging? Raketten die vorige week nog over het Nederlandse kampement in Kaboel vlogen, om even verderop in te slaan? ,,We zijn professionals'', zegt korporaal eerste klas Danny van der Salm (23). ,,Zelf heb ik ook een keer zo'n beschieting meegemaakt. Ik was in de slaaptent spullen aan het pakken toen ik een ontploffing hoorde. Eerst dacht ik dat het de Explosieven opruimingsdienst was, vlak naast ons terrein. Maar het alarm ging. We zijn heel rustig de bunker ingegaan. Je weet dat zulke dingen kunnen gebeuren als je naar Afghanistan vertrekt.''
Net als vorige week, waren die raketten zo goed als zeker bedoeld als waarschuwing aan Isaf. De Afghaanse schutters hebben waarschijnlijk expres óver het kamp gevuurd. In december was er daarbij ook nog een aanslag met een handgranaat bij de poort van het Nederlands/Duitse kamp, waarbij twee Afghaanse tolken omkwamen. De spanning neemt toe.
Danny van der Salm laat zich er niet door afschrikken. Hij werkte als gewondenverzorger ruim drie maanden bij Isaf. Nu is hij in Nederland, maar in het voorjaar gaat hij terug naar Kaboel, oorlogsdreiging in Irak of niet. ,,Net als mijn hele peloton. Dat zegt wel iets. Ik vond het een goeie missie, goed uitvoerbaar ook.'' De incidenten even buiten beschouwing gelaten, loopt de VN-vredesoperatie namelijk op rolletjes. Het gaat zelfs zo goed, dat de grootste uitdaging voor de militairen is om alert te blijven. Isaf is met 4300 manschappen in en rond Kaboel gestationeerd om - zoals het formeel heet - de Afghaanse regering te 'assisteren' bij het handhaven van de orde en veiligheid. Onder die 4300 man zijn het komende halfjaar 640 Nederlanders.
Eerste luitenant Roel Habraken (23), commandant van een geniepeloton, maakte mee hoe op de eerste dag van zijn missie een Nederlands pantservoertuig tijdens een patrouille op een mijn reed. Het liep goed af, daarna was het weer tijdenlang rustig. De Nederlandse patrouilles verlopen doorgaans probleemloos.
,,Wat dat betreft hebben incidenten, zoals met die mijn, ook een voordeel. Je beseft weer goed dat we in oorlogsgebied waren. Alert blijven, juist als het goed gaat, dat is de dagelijkse opgave in Kaboel'', zegt Roel Habraken.
Hij zat als pelotonscommandant elke morgen bij de vergadering waar de taken werden afgesproken voor het gebied waar de Nederlanders opereren, in de buitenwijken en net buiten Kaboel. ,,Elke dag komt er een waslijst aan threatwarnings binnen, waarschuwingen voor mogelijke gevaren. Zoals auto's met explosieven of verdachte personen waar we naar uit moesten kijken. Er zijn zoveel waarschuwingen, dat wij zelfs alleen de highlights doorkregen. In Nederland is er nu veel aandacht voor de risico's van de missie in Kaboel. Maar die risico's waren er maanden geleden ook al. In de praktijk viel het mee. De gezochte auto met explosieven bleek dan leeg te zijn. Mijn peloton is nooit beschoten. We waren wel steeds uiterst voorzichtig. Niemand zit te wachten op een schietpartij.''
Korporaal Joost Maasland (31) reed als mortierist ontelbare patrouilles en kan in het 'Nederlandse' deel van Kaboel elke straat, elk weggetje dromen. Hij zegt dat de patrouilles in Kaboel meer alertheid vergen dan hij eerder meemaakte bij VN-operaties in Bosnië. Een patrouille duurt meestal zes uur. ,,Je moet veel scherper opletten, zelfs al is Kaboel relatief rustig. Ik heb tijdens een nachtelijke patrouille in de woes tijn meegemaakt dat er van grote afstand lichtspoorkogels werden afgevuurd, die op hoogte over ons heenvlogen. Dan moet je beslissen: was het op ons gericht? Wij waren het enige zichtbare doelwit in het aardedonker. Moesten we dus terugschieten? Of waren het gewoon reguliere Afghaanse troepen die elkaar met lichtkogels vanaf hun observatieposten signalen gaven, omdat de batterijen van hun radio's weer eens op waren? Batterijen zijn in dat land schaarser dan munitie.'' De Nederlanders schoten niet terug. Met nachtkijkers stelden ze vast dat het verder stil bleef in de woestijn.
Bij alle patrouilles gaan de Nederlanders steeds zwaarbewapend op pad, zegt Joost Maasland. ,,Je draagt je persoonlijke wapen, geladen. We rijden met zes militairen in twee 'MB's', terreinvoertuigen van Mercedes Benz. Het zijn open voertuigen; dan kan de bevolking ons beter zien. Achterop elk voertuig staat wel een schutter met een halfgeladen Mag-762, een mitrailleur. Vaak reden we gezamenlijke patrouilles met een Afghaanse politieagent in onze auto; Isaf is er om de Afghanen te assisteren.''
En wat doen die zwaarbewapende, in scherfvest gehulde VN'ers in de praktijk, volgens Joost Maasland? ,,Praten, praten, praten. We praten continu. Via een tolk probeer je in contact te komen met de bevolking. Vertrouwen winnen. Vragen hoe het met ze gaat, vragen of ze weten wie en wat Isaf is, of ze nog 'Uxo's' hebben gezien, 'unidentified explosive ordnances', oftewel mogelijke landmijnen. Vooral in de periode dat wij in Kaboel waren, speelde het gevaar van landmijnen nog dagelijks. De bevolking was enorm blij dat we hielpen met het opruimen. Dat heeft de relatie veel goed gedaan. ''
De Isaf-militairen hebben veel meer contact met de bevolking dan de Amerikaanse en Britse troepen die ook in Afghanistan zijn gevestigd. Die troepen zijn er om te vechten tegen Al-Kaida, in het kader van de operatie 'Enduring Freedom'.
,,Het heeft lang geduurd voor de bevolking het verschil begon te zien tussen de groene uniformen van Isaf en de geelbruine camouflagepakken van En during Freedom'', zegt Joost Maasland. ,,Mensen zeiden tegen ons dat ze de Britten en Amerikanen als 'bezetter' ervaren, ons niet. Het is een vrij gesloten volk. Je moet heel actief communiceren. Niet wachten tot zij zelf met vragen komen, maar erop af: 'Wij zijn Isaf, we zijn er voor jullie', wij zijn hier niet om op Al-Kaida te jagen'.''
Maar of het pas veroverde vertrouwen standhoudt als er een oorlog komt in Irak, weet hij niet. De Nederlandse militairen zullen dan in Kaboel ter plekke moeten zien hoe ze reageren. Er ligt geen draaiboek klaar voor als er oorlog komt in Irak, wél een draaiboek voor als in Kaboel de spanning oploopt. De Amerikanen hebben toegezegd dat zij in geval van nood de Nederlanders zullen evacueren.
Geniecommandant Roel Habraken denkt dat de inwoners van Kaboel zich niet zo snel tegen Isaf zullen keren. ,,We hebben zoveel positieve reacties gehad van de bevolking. Dan kwam je om te vragen of er nog mijnen lagen, en voor je het wist zat je uitgebreid op de thee. Voor een schooltje dat door de bevolking was herbouwd, hebben wij schommels, speeltoestellen en een voetbalveldje gemaakt. We waren eregast tijdens de opening. Het loopt prima met Isaf. Ik heb een heel goed gevoel over die missie. Het is machtig mooi om er te werken.''
Anderzijds weet Roel Habraken ook dat de Nederlandse militairen, ondanks alles, maar oppervlakkig weten wat er onder de Afghanen leeft. De Isaf-troepen komen alleen tijdens patrouilles buiten de poort. Buiten diensttijd zitten ze achter de hekken van 'Camp
Warehouse', dat ze delen met andere Europese troepen, onder wie de Duitsers. Kaboel is veel te gevaarlijk om er in de vrije uren rond te lopen.
Roel Habraken kwam in drie maanden tijd slechts twee keer per week buiten de poort. ,,Je bent erg op elkaar aangewezen. De sfeer was goed. De omstandigheden in het kamp zijn niet meer zo primitief als tijdens Isaf-1, maar de meeste militairen slapen nog steeds in tenten, ook als het buiten 45 graden is. Ze hebben nu wel een koelkastje. Mijn geniepeloton is opgeleid om desnoods zelf mijnen te leggen, maar in de praktijk ben je bij zo'n vredesoperatie vooral bezig met alledaagse zaken als douches bouwen, telefooncabines aftimmeren, grind strooien tussen de tenten. We hebben buiten het kamp veel wegen hersteld.''
Danny van der Salm denkt dat de Nederlands/Duitse bevelvoering over Isaf geen probleem moet zijn. ,,In ons kamp hadden de Duitsers toevallig al de leiding. Dat ging prima. We trokken onderling ook veel met elkaar op. De Duitsers hebben een prachtige fitness ruimte gebouwd, waar wij ook mochten trainen. We kwamen ook vaak in het Duitse barretje, voor de twee blikjes bier die we in onze vrije uren mogen drinken. Je bent op elkaar aangewezen. Bellen met Nederland is duur. Je bent ver van huis.''
Joost Maasland verwacht geen problemen met het dubbele, Duits/Nederlandse commando over Isaf. ,,Er waren onlangs berichten dat het niets kon worden met een Nederlands/Duits commando over Isaf. Maar de samenwerking was juist perfect. Ik heb dat zelf ervaren. Een van de beste vrienden die ik aan Kaboel heb overgehouden, is een Duitser. We bellen nog elke week met elkaar.''
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.