*

 

Ron Bertelings passie voor het ijs

Fred Troost − 23/01/03, 00:00

Vorige week won coach Ron Berteling (45) met zijn Tigers de Nederlandse ijshockeybeker. Het was na de landstitel van 2002 het tweede grote succes in zijn huidige coach-periode. Berteling constateert met vreugde dat zijn ploeg momenteel de sterkste club van Nederland is en gelet op de talenten bij de jeugd ziet de toekomst er ook rooskleurig uit.

AMSTERDAM - Op de ijsvloer van de Jaap Edenhal krioelt het van de kinderen in ijshockey-outfit. Stick in de hand, glijdend over het ijs, achter de puck aan. Leeftijd negen tot elf jaar, veel jongens, een enkel meisje erbij. Ze trainen.

Tussen de spelers valt een klein kereltje op. Hij schaatst snel, worstelt met de puck aan de stick, probeert op maat te passen. Geconcentreerd, ijverig. ,,Prachtig, hè'', zegt Ron Berteling. ,,Dat is Daniël, ons grootste talent.''

Berteling herkent in de toewijdig van de jeugd zichzelf. ,,Ik ben ook ooit zo begonnen.'' Op deze zelfde plaats, die nu zijn tweede woning lijkt te zijn, hockeyde hij tot na zijn veertigste. Hij schreef als record-international 213 interlands achter zijn naam en is nu coach van de momenteel best presterende club in Nederland.

Ook Berteling liet zich op het ijs regisseren door zijn passie. Hij speelde bij Amsterdam (,,mijn topjaren''), daarna bij Rotterdam. ,,Ik wilde wat anders. Ik dacht dat het goed voor me zou zijn twee jaar in een andere omgeving te gaan spelen. Het werden er acht.''

Daarna keerde hij als 37-jarige terug bij de Tigers, zijn oude liefde. Hij meende zijn top al achter zich te hebben toen bondscoach Doug Mason hem op zijn 41ste, 22 jaar na zijn interlanddebuut, opnieuw opriep voor het C-WK in 1999.

De groep op het ijs krijgt opdracht in tweetallen een aanvalspatroon te oefenen. De een schuift de puck naar de ander, die een op het ijs gelegde autoband rondt en de puck naar de eerste speler past die inmiddels voor de goal is verschenen. Vooral de zuivere passing blijkt moeilijk.

,,Deze jeugdspelers trainen zes uur per week'', vertelt Berteling. ,,Het is leuk om met hen te werken. Ik doe dat graag als ik tijd heb. Het gaat bij Amsterdam heel goed met de jeugd. Er zitten spelers voor de toekomst bij, maar daar gaan nog jaren overheen.''

Zijn Heerenveen-collega Andy Tenbult huldigt het standpunt dat de Nederlandse clubs te veel spelers uit het buitenland aantrekken, waardoor de eigen jeugd geen kans krijgt. Berteling pareert de kritiek: ,,Nederlandse jeugd? Wijs die dan maar eens aan. Dat is moeilijk, hoor. Ze zijn er wel, en op den duur komen ze er ook wel, maar dan nog kun je er geen zes of zeven teams mee vullen. Zeker, in de nationale A-jeugd zit talent. Mijn complimenten aan Heerenveen en Tilburg die met veel Nederlandse talenten spelen. Dat komt in Amsterdam ook wel, maar het is een gigantisch meerjarenbeleid met de nadruk op meerjaren.''

Aan de andere kant van de ijsvloer oefent een groepje vijf- en zesjarigen. ,,Dat is schaatsles'', wijst Berteling. ,,Het is moeilijk de kinderen met het ijs vertrouwd te raken.''

Het kleine mannetje tussen de grotere jongens is een uitzondering. Hij komt nog kracht tekort, maar laat zich niet wegzetten. Hij zwoegt op schaatstechniek, stickhandling, passing. De martiale ijshockey-uitrusting, waarin het iele lijf is gevat, verheelt niet dat hij kleiner is dan de anderen. ,,Hij is pas vijf'', vertelt Berteling. ,,Maar hij traint met de groep van negen tot elf mee. Hij is een toptalent, die de zesjarigen achter zich laat.''

Omdat Nederland een achterstand aan eigen talent heeft, halen de clubs buitenlandse spelers. Amsterdam heeft er nu vijf en ook nog zeven Canadezen met een Nederlands paspoort. ,,Die jongens komen voor een vergoeding, soms voor een jaar, soms voor langer. Een enkeling trouwt en blijft hier wonen. Voor de meesten is het een deel van hun algemene ontwikkeling: een jaartje Europa.''

Het is hard werken. ,,IJshockey is heel arbeidsintensief. Komende week spelen we vijf wedstrijden in acht dagen. De jongens trainen dagelijks. We spelen dit seizoen alles bij elkaar zo'n 55 wedstrijden. Daarom stimuleer ik Canadese jongens in een vrij weekeinde niet in Amsterdam te blijven hangen. Ga naar Parijs, of Londen. Ontdek Europa, zeg ik dan.''

Bertelings eerste coach-periode bij Amsterdam, drie jaar geleden, werd een mislukking. ,,De resultaten vielen tegen. Ik heb toen zelf gezegd: ik kap ermee. Ik wil er nu niet meer over praten; het is drie jaar geleden. Vorig seizoen vroegen de spelers me terug. Dat vond ik een eer. Daarom ben ik eraan begonnen; ik wil me richten op het coachen, tussen de jongens staan, genieten van dit leuke spelletje.''

,,Aan Daniël kunnen we over vijftien jaar nog veel plezier beleven'', zegt Berteling, kijkend naar het piepjonge talent op het ijs.

Daar kun jíj als coach dus nog veel plezier aan beleven.

Berteling lacht: ,,Dan ben ik zestig, dan ben ik wel weg. Ik heb met hem afgesproken dat ik dan op de tribune ga zitten om naar hem te kijken. Mijn betrokkenheid is groot, dat wel, en ik heb het nu enorm naar m'n zin, maar over vijftien jaar, nee, dan doe ik dit niet meer.''

mailIcon print |