Treurig eigenlijk dat als het om veiligheid gaat, integratie, onderwijs of volksgezondheid de kiezer over geen enkele standaard beschikt bij welke partij hij het beste af is. In mei meenden veel kiezers nog zeker te weten dat Paars op deze punten tekort was geschoten. Daarna trad er echter een centrum-rechts kabinet aan dat niets heeft kunnen aantonen. Zodoende is de kiezer dit keer helemaal aangewezen op wat partijen roepen; wat het oplevert blijkt pas vele jaren later. Kiezen is daarmee bijna een geloofsartikel geworden: een zeker weten van de dingen die men niet ziet.
Zo gelooft de één in keiharde repressie, zwaardere straffen en het opofferen van de privacy, de ander denkt dat het wel zo effectief is om de pakkans te vergroten, daadwerkelijk te straffen en het daarbij te laten. Idem het integratievraagstuk, waarin gekozen kan worden voor 'keiharde' vormen van gedwongen integratie tot en met assimilatie, of voor de meer 'softe' benadering van behoud van de eigen identiteit, met het risico van apartheid en segregatie. En zelfs op die punten bieden de grote partijen weinig houvast. Zo hoorde ik de drie topvrouwen van CDA, PvdA en VVD, Maria van der Hoeven, Jeltje van Nieuwenhoven en Melanie Schultz in ernst beweren dat zij in zestien uur het regeerakkoord zouden schrijven voor een kabinet van deze drie partijen.
De vrouwen sputterden later tegen, maar in essentie hebben ze gelijk: de grote drie kunnen zo een kabinet maken. En zo tekent zich op deze verkiezingsdag de laffe smaak af van de biefstuk uit het verhaal van W.F. Hermans. Daarin beschrijft hij het dispuut met zijn opa, die telkens weer tot de conclusie kwam: en toch smaakt de biefstuk niet meer zo als vroeger. Wat Hermans ook verzon om het hem naar de zin te maken: de duurste tournedos in chique restaurants, vlees van Schotse Hooglanders, of speciaal ingevlogen biefstukken uit Argentinië, zijn opa wist zeker dat het ergens in 1950 was misgegaan. Toen is men op grote schaal gaan knoeien met het voedsel van koeien. Er moesten meer biefstukken komen voor minder geld. Dat moest wel fout gaan.
Zowel voor de biefstuk van opa als de aanspraken van CDA, PvdA en VVD geldt dat bewijsvoering onmogelijk is. De drie beweren een onversneden liberale, sociaal-democratische of christen-democratische biefstuk te serveren. Maar er bestaan geen biefstukken meer van voor 1950. De smaak daarvan is nergens vastgelegd. Hooguit is er de herinnering van opa die misschien wel vertekend is. Hetzij omdat zijn smaak is afgenomen, dan wel dat hij de vroegere biefstuk idealiseert. En zelfs dat is niet zeker, want diezelfde opa hield stijf en strak vol dat vis hem nog prima smaakt, zodat het aan zijn smaak niet kan liggen.
Waar het om draait is of PvdA, CDA en VVD hun gedachtegoed voor de echte, onvervalste biefstuk mogen houden. Dan wel dat opa gelijk heeft dat hun biefstuk is verknoeid. Zoals opa zei: de echte biefstuk smolt op je tong, het mes ging er als boter doorheen en je hoefde hem ook niet op te vrijen met verhullende sauzen. Een doodgewone biefstuk en een snee brood volstond. Die biefstuk, komt mij voor, bestaat allang niet meer, zo die al ooit heeft bestaan. Hij is een product van de verbeelding. Toen Pim Fortuyn opstond was ie er weer: zo hoort biefstuk te smaken, dachten velen. Maar na zijn dood bakten zijn erfgenamen er niets van. Zodoende moeten we het bij deze verkiezingen stellen met de vage belofte van Pims recept (het strategische akkoord) en de eveneens vage belofte van de PvdA dat zij het 'biefstuk'-socialisme heeft ingeruild voor de echte biefstuk van solidariteit en eerlijk delen.
Eén ding is zeker: welke biefstuk er ook gebakken wordt, the proof is in the eating, zoals de Engelsen zeggen. Daarom staat er in huize Breedveld vandaag geen biefstuk op het menu. Maar er zal wel taart worden gegeten. Want ook deze verkiezing blijft een feest voor de democratie.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.