Sporen in het veld interpreteren is detectivewerk. Een spoor is alles wat zichtbaar achterblijft als de maker ervan zelf is verdwenen. Voor een kenner is zo'n spoor te lezen als een tekst. Het vertelt precies wat er gepasseerd is en soms ook wat er is gebeurd.
Ik houd ervan in stuivende duinen te kijken naar de sporen die dieren daar hebben achtergelaten en die een tijdje te volgen om erachter te komen wie ze heeft gemaakt. Voor het herkennen van een spoor kan de afzonderlijke pootafdruk of prent belangrijk zijn. In een dunne sneeuwlaag worden prenten haarscherp afgedrukt, maar in droog zand zijn de afdrukken vager, omdat de zandkorrels wegglijden of omdat het zand snel verstuift. In een goede afdruk zijn de voetzool en de tenen duidelijk te herkennen, maar in zand is dat zelden zo ideaal het geval.
Het meest voorkomende zoogdierenspoor in de duinen is van het konijn. Dat beweegt zich voort als een bokspringend kind: eerst de voorpoten op de grond, daarna de achterpoten naar voren voorbij de voorpoten en daarmee afzetten voor de volgende sprong.
Rustig voorthuppelend laat het konijn twee ronde voorpootafdrukken schuin achter elkaar zien en vlak daarvoor twee lange afdrukken van de achtervoeten naast elkaar. Als het dier vlucht, gaat het over in een galop. Dan liggen de voorpootprenten achter elkaar en raken alleen de tenen van de achtervoeten de grond.
Huppelspoor
Een klein huppelspoor in het zand maken bosmuizen. Denk niet dat die alleen in het bos leven. Ik tilde eens op de Texelse Hors een aangespoelde plaat multiplex op in de verwachting er rugstreeppadden onder aan te treffen. Ik keek neer op twee bosmuizen, die er van helmsprieten hun liefdesnestje hadden gebouwd. Verbaasd omdat ze plotseling van hun dak waren beroofd, verdwenen ze met spoed in de strandduintjes.
Muizen verplaatsen zich vaak net als konijnen in een sprongengalop. Bij bosmuizen is daarbij een onderbroken sleepspoor te zien van de lange staart. Dat ontbreekt in het spoor van de kortstaartige woelmuizen. Die trekken soms de meer begroeide delen van een strandvlakte in. Vaak eindigt het spoor in een holletje onder een graspol.
Ratten of egels
Ook ratten ben ik wel tegengekomen onder stukken hout op het strand. Hun trippelspoor is kenmerkend en aanmerkelijk groter dan van muizen. Meestal zie je duidelijk een hielafdruk, waardoor de prenten van de achterpoten duidelijk groter zijn dan van de voorpoten.
Op het Terschellinger strand vond ik sporen die ik eerst aan grote ratten toeschreef. Maar mij werd bezworen dat er geen ratten op het eiland leefden en dat ze moesten zijn van egels, die de vloedlijnen voor eetbaar aanspoelsel afstroopten.
Een egelspoor is duidelijk als je het eenmaal kent. Egels lopen wijdbeens en in nat zand zie je de lange nagels, de pols van de voorpoten en de hiel van de achtervoeten. In de Texelse duinen heb ik wel egels gezien, maar nooit egelsporen op het strand gevonden. Ze zijn op dat eiland ook aanzienlijk schaarser dan op Terschelling, waar ze ooit zijn ingevoerd om de woelmuizen te bestrijden.
Vogelsporen
Heel talrijk in fijn duinzand zijn de afdrukken van vogelpoten. Sporen van vogels zijn direct te herkennen. Vogels hebben vier tenen, waarvan er bij de meeste soorten drie naar voren zijn gericht en een kleinere vierde naar achteren wijst of zelfs helemaal niet te zien is, zoals bij de scholekster, bij plevieren en strandlopers. Op het strand zie je van die waadvogels meestal ook piksporen, waar ze met de snavel in het zand naar schelpdieren, wormen en kreeftjes hebben gezocht. Maar als het erop aankomt vast te stellen van welke vogelsoort de sporen zijn, zitten we met de handen in het haar. De sporen van verschillende soorten lijken op elkaar als twee druppels water.
Het helpt als je weet hoe vogels zich voortbewegen. Mussen hippen, vinken trippelen. Dat is aan het spoor duidelijk te zien: bij het hipspoor liggen de prenten in paren naast elkaar, bij het stapspoor worden de poten beurtelings verplaatst en liggen de prenten in een zigzag- of rechte lijn. Leeuweriken en piepers hebben een lange klauw aan de achterteen, die meestal mee wordt afgedrukt in het achtergelaten stapspoor.
Meeuwen en kraaien
Prenten van meeuwen vind je op het strand, in meeuwenkolonies en op de plaatsen waar veel meeuwen op strandvlakten rusten. Altijd zijn de zwemvliezen te zien en gewoonlijk volgt het spoor een warrig patroon. Ik zag aalscholvers op het strand staan. Aalscholvers lopen onbeholpen en dat zie je: hun grote platvoeten met zwemvliezen tussen alle vier de tenen laten afdrukken achter die verraden dat deze grote watervogels de voeten bij het lopen enigszins naar binnen plaatsen. Omdat aalscholvers niet alleen op hun poten rusten, maar ook op hun staart, zie je ook afdrukken van de stijve staartveren in het zand.
Kraaien zoeken vaak voedsel in de vloedlijnen. Ze laten kloeke prenten achter, met duidelijke afdrukken van de grote achterteen.
Het best is een spoor te determineren als je tegelijkertijd de veroorzaker ziet. Dat geldt met name bij de minieme spoortjes, die rupsen en kevertjes in het zand achterlaten. Kleine wezentjes blijken verbazend grote afstanden af te leggen.
Soms helpt ook gewoon gezond verstand. En wie de sporen fotografisch wil vastleggen, moet eraan denken foto's te maken als de zon laag staat en elke oneffenheid van de bodem een schaduw werpt. Pas dan komen de prenten tot hun recht.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.