De krijgsmacht heeft de grote rode vijand verloren en de politie wordt steeds vaker geconfronteerd met grootschalige en internationale criminaliteit. Samen behoren ze de dreiging van terrorisme in te dammen. Een goed moment om de krachten te bundelen en beide organisaties onder te brengen bij één ministerie van veiligheid.
Het land was te klein toen gemeentebesturen begin jaren tachtig tot twee maal toe de hulp van de krijgsmacht inriepen bij grootschalige ontruimingen van gekraakte panden. Dat de koninklijke marechaussee, als militaire politie met tevens een civiele taak, assisteerde bij ordeverstoringen was Nederland gewend. Maar dat bij de ontruimingen van panden aan de Amsterdamse Vondelstraat en de Nijmeegse Piersonstraat zware rupsvoertuigen van de landmacht werden ingezet, dat was nog nooit vertoond.
Ook al werden de rupsvoertuigen slechts gebuikt om de enorme wegversperringen van zand, puin en sloopauto's te slechten, het beeld van het zware landmachtmaterieel riep in die tijd associaties op met militaire dictaturen in Chili en Argentinië. Ook doordat op beeldmateriaal geweldloze zitblokkades van demonstranten zichtbaar waren. 'Het leger wordt ingezet tegen de bevolking', was de conclusie in met name het linkse kamp.
Dat die samenwerking tussen politie en krijgsmacht zeventien jaar later nog steeds gevoelig lag, bleek uit de commotie die ontstond toen Trouw in juli 1997 meldde dat de koninklijke marechaussee samen met de luchtmobiele brigade oefende in optreden tegen demonstranten. De mobiele eenheid van de marechaussee liet zich in Chinook-helikopters naar Texel vliegen waar zij een einde maakte aan een in scène gezette actie van 'milieuactivisten'.
De oefening vond plaats nadat de omstreden Rotterdamse korpschef J. Brinkman, na de voetbalrellen bij Beverwijk waarbij een dode viel, pleitte voor 'troepenvervoer' door de lucht. Hoewel de oefening eerst stellig werd ontkend, toonden foto's het tegendeel. Daarna was het commentaar van de marechaussee dat het een experiment van 'ééns maar nooit weer' was. Nederland was er klaarblijkelijk niet aan toe. Inzet van het leger bij rampen als de dreigende watersnood in 1995 werd enthousiast begroet, maar daar moest het bij blijven.
Na de aanslagen van 11 september en de aanhoudende internationale terreurdreiging, is de samenwerking tussen krijgsmacht en politie echter in een volstrekt ander perspectief komen te staan. De gevoeligheden over een leger dat assisteert bij het handhaven van de openbare orde en de opsporing worden overschaduwd door de actuele vraag uit de samenleving naar veiligheid en bescherming. Terrorisme is de nieuwe vijand geworden, en daarmee komt de overlapping in taken van politie en krijgsmacht in de zorg voor die veiligheid bovendrijven.
De klassieke tweedeling waarin de krijgmacht voor de externe veiligheid zorgt en de politie voor de interne veiligheid, is met de nieuwe dreiging achterhaald. Terrorisme is zowel een binnenlandse als een buitenlandse dreiging, georganiseerde misdaad trouwens ook. Daarbij komt, dat terreurgroepen en criminelen steeds vaker samen optrekken. Nog sterker: soms is de georganiseerde misdaad onderdeel van de activiteiten van een terreurorganisatie. Op die manier worden geld verzameld, goederen vergaard en infrastructuren opgezet die de uiteindelijke terreur mogelijk moeten maken.
Zowel de politie als de krijgsmacht beschikt over een organisatie die ingericht is voor terreurbestrijding en veiligheidszorg. Dan gaat het niet alleen over de speciale arrestatieteams (AT's) van de politie en de bijzondere bijstandseenheden van de krijgsmacht (BBE's en BSB), maar ook over algemenere middelen als materieel, infrastructuur, inlichtingen en goed opgeleid personeel.
Natuurlijk zijn er kanttekeningen te plaatsen van principiële, politieke en staatsrechtelijke aard bij de integratie van de politie en de krijgsmacht in één ministerie van veiligheid, de onderstaande selectie van stellingen laat zien dat er praktisch in ieder geval wat voor te zeggen valt.
1 Efficiëntie veiligheidszorg neemt toe
De vraag naar bescherming en veiligheid zal de komende jaren blijven toenemen. Onveiligheid is niet langer iets dat een burger kan 'overkomen', eerder iets dat de burger wordt aangedaan of een gevolg van nalatigheid, door veelal de overheid. Daardoor neemt de politieke betrokkenheid toe en zal Den Haag of Brussel nadrukkelijker moeten sturen op een zo effectief en efficiënt mogelijk opererende veiligheidszorg. Als de organisaties die verantwoordelijk zijn voor veiligheid niet optimaal functioneren, zal de druk in te grijpen groot zijn, zeker als zich in de toekomst in Europa aanslagen voordoen als die van de 11de september in de VS.
2 Groot en klein geweld komen samen
Het grote geweld (oorlogen waar defensie zich op voorbereidt) en het kleine geweld (de misdaad waar de politie tegen strijdt) groeien naar elkaar toe. De verwachting is dat de vervlechting tussen georganiseerde misdaad en terreur nauwer wordt. Zowel de politie als de krijgsmacht hebben gespecialiseerde eenheden die zich op de bestrijding van terreur richten. Samenwerking ligt voor de hand.
3 Minder kosten
De kosten voor veiligheid zullen naar verwachting de komende jaren stijgen, terwijl het maar de vraag is of de overheid extra investeringen kan plegen. Dan rest de vraag of met de bestaande middelen efficiënter kan worden omgesprongen. Steeds vaker wordt nu al een beroep gedaan op de krijgsmacht (MKZ-crisis, Euro2000) omdat de politie het werk niet aankan. Ondanks de forse inkrimping en veel uitzendingen beschikt defensie over meer 'tijdelijke marge' waarvan de politie kan profiteren. Bij het samengaan van de twee organisaties is die aanvulling structureel.
4 Reddingswerk en rampenbestrijding
De Bescherming Bevolking (BB) had een belangrijke rol bij de bestrijding van de gevolgen van rampen, maar is inmiddels opgeheven. De brandweer heeft een deel van die taak overgenomen, maar bij extreme calamiteiten moet zij kunnen terugvallen op krijgsmachtonderdelen. Militairen kunnen een civiele rol spelen bij evacuaties, dijkverzwaringen bij op handen zijnde overstromingen, en bij afzettingen. Eenzelfde assistentie is denkbaar bij grote aanslagen met veel slachtoffers, veel materiële schade en uitval van publieke diensten.
5 Toezicht en bewaking
Op dit moment is het veiligheidstoezicht bij terreurdreiging een taak van de politie, al waren bijvoorbeeld bij de dreiging met aanslagen op tunnels in de Randstad in september 2001 nadrukkelijk militaire eenheden bij de objecten aanwezig. In de toekomst zou dit soort bewakingstaken aan de krijgsmacht overgedragen kunnen worden, zodat de politie zich met haar eigenlijke werk kan bezighouden.
6 Vaker ordeverstoringen
Volgens het jaarverslag van de BVD in 2000 bestaat met de binnenkomst van grote groepen mensen uit andere landen de kans dat maatschappelijke verhoudingen uit de gebieden waar de groepen vandaan komen mede worden geïmporteerd. De relatief homogene Nederlandse gemeenschap is veranderd in heterogene multiculturele samenlevingsverbanden. Het is niet uitgesloten dat de mobiele eenheid de komende jaren vaker moet optreden bij verstoringen van de openbare orde. In dat geval zal ook de traditionele samenwerking tussen politie en koninklijke marechaussee als bijstandseenheid intensiever worden. Ook zal er vaker een beroep worden gedaan op andere onderdelen van de krijgsmacht voor het beschikbaar stellen van materieel.
7 Informatie verzamelen
De politie en de krijgsmacht hebben beide hun eigen inlichtingendiensten. Ze hebben hun eigen werkwijzes, informanten en systemen, terwijl er nauwelijks informatie wordt uitgewisseld. Omdat terrorismebestrijding een steeds belangrijkere taak wordt, zullen de inlichtingendiensten elkaar gaan overlappen. Ze zullen deels hetzelfde werk doen, terwijl informatie die belangrijk kan zijn voor de ander, niet wordt doorgesluisd. Samenwerking of integratie ligt voor de hand.
8 Technologische ontwikkelingen
Samenwerking tussen inlichtingendiensten biedt ook kansen op samenwerking bij het zoeken naar nieuwe informatie- en communicatietechnologie. Maar ook op andere gebieden is samenwerking in ontwikkeling mogelijk en wenselijk. Omdat zowel de krijgsmacht en de politie met de strijd tegen het terrorisme wordt geconfronteerd, blijkt dat de wapens van defensie wellicht 'te zwaar', en die van de politie 'te licht' zijn voor deze taak. Samen kunnen zij op zoek naar nieuwe middelen, en investeren in bijvoorbeeld de ontwikkeling van wapens die specifiek voor terreurbestrijding geschikt zijn.
9 Personeelstekort wordt opgelost
Politie en krijgsmacht kampen beide met een personeelstekort, terwijl zij in de zoektocht naar nieuw personeel elkaars concurrenten zijn. Zij kunnen beter samen optrekken. Dat geeft niet alleen voordelen bij werving en selectie, het biedt kandidaten en personeel ook betere mogelijkheden in hun carrièreontwikkeling.
10 Samenwerking vredesoperaties
Onderdelen van de krijgsmacht krijgen ook de komende jaren te maken met een toenemend aantal vredesoperaties in het buitenland. Als het gaat om politionele taken, wordt een beroep gedaan op het relatief kleine korps van de koninklijke marechaussee. In de toekomst is in toenemende mate de inzet van de reguliere politie te verwachten, vanwege haar expertise op het terrein van de conflicthantering. Politie en krijgsmacht kunnen baat hebben van elkaars kennis.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.