*

 

Terug naar de leemtichel

Eric le Gras − 03/01/03, 00:00

,,Egyptische doorzonwoningen,'' noemt dr. Fred Leemhuis de betonnen huizen van het woestijnstadje Qasr. Hij wil de bevolking weer naar de zeventiende-eeuwse, lemen huizen in het centrum laten verhuizen: ,,Die zijn veel beter aangepast aan het leven in de woestijn. Je hebt er geen airco nodig.''

De huizen die Fred Leemhuis onderzoekt stammen uit de zestiende en zeventiende eeuw. Qasr was toen een grensstadje voor karavanen, die vanuit Timboektoe of Marokko de Sahara hadden doorkruist. In het dialect van Qasr is de Marokkaanse invloed nog hoorbaar en de begrafenisrituelen herinneren aan Afrika. De bewoningsgeschiedenis van de Dakhleh-oase, waarin Qasr ligt, is veel ouder. De eerste sporen van mensen dateren van driehonderdduizend jaar geleden, toen er een door moerassen omringde binnenzee lag. In sommige delen van de woestijn loop je nog over een met schelpen bezaaide zeebodem.

De afgelegen ligging maakt Dakhleh interessant voor de wetenschap. Leemhuis, arabist en islamoloog bij de Groningse universiteit (afdeling Talen en Culturen van het Midden-Oosten en de afdeling Godsdienstwetenschap): ,,Het is een laboratorium, een levend experiment waarin je de verhouding tussen mens en omgeving kunt volgen.''

De Canadese hoogleraar Anthony Mills onderkende dat als eerste. Hij startte ruim twintig jaar geleden het Dakhleh Oasis Project (DOP), dat de volledige bewoningsgeschiedenis in kaart wil brengen. Het project van Leemhuis bevindt zich aan het eind van die keten van driehonderdduizend jaren.

Leemhuis: ,,Het centrum van Qasr dateert van het eind van de vijftiende en het begin van de zestiende eeuw. Het heeft een stedelijke opzet, met blokken huizen van vier of vijf verdiepingen hoog. Veel van die huizen zijn echter onbewoond en in verval geraakt. Dat begon een jaar of dertig, veertig geleden. Lemen huizen zijn niet modern, zei de Egyptische president Nasser al. Ze zijn stoffig en vies. Sindsdien verrezen in de buitenwijken vierkante betonblokken, waarin de mensen gingen wonen.''

Maar het leven in beton is onaangenaam, zeker in de woestijn. De huizen zijn overdag binnen de kortste keren bloedheet en raken 's winters in de koude woestijnnacht die warmte even snel kwijt. Wie er het geld voor heeft laat de air-conditioning loeien en de rest heeft het overdag warm en stookt 's avonds een vuurtje. De principes achter de bouw van de lemen huizen zijn gebaseerd op de ervaringen van eeuwen. Leemhuis: ,,Ik was het huis van de Qadi, de rechter, aan het opmeten. Ik begon in de ochtendkoelte en toen ik tegen de middag buiten kwam, was de temperatuur tot veertig graden opgelopen. Binnen had ik daar niets van gemerkt.''

Muren van leemtichels, gedroogde stenen van leem, en een uitgekiend ventilatiesysteem reguleren de temperatuur en als Leemhuis een praatje maakt met de bewoners van Qasr, onderkennen die de voordelen van de oude huizen: ,,Ik ben naar Qasr gekomen met twee doelstellingen. Om te beginnen een wetenschappelijke: de geschiedschrijving van de oase vanaf de vijftiende eeuw. De restauratie van de huizen is het tweede doel, dat helpt om het eerste te bereiken. Via de restauratie kom ik namelijk in contact met de bevolking. Dat heb ik nodig omdat zij de toegang vormen tot de bronnen van de recentere geschiedschrijving.''

Het werk van Leemhuis begint dus met de restauratie. Van eenderde van de huizen rest weinig meer dan een bouwval. De rest is er beter aan toe, maar sinds de bewoners zijn weggetrokken verkeren ook die huizen in slechte staat: ,,Lemen huizen moet je onderhouden. Doe je dat niet, dan vallen er onder invloed van de temperatuurverschillen en de schaarse regenbuien gaten in de pleisterlaag. Vervolgens ontstaan er barsten in de muren en dat is het begin van het einde.''

Leemhuis wil de bevolking van het stadje daarom weer de lemen huizen laten betrekken: ,,Een bewoond huis is een huis dat onderhouden wordt. De mensen in Qasr vragen me wel eens, waarom ik me zo druk maak over die huizen. Dan antwoord ik, dat ik Leemhuis heet en dat is het begin van begrip. Maar ze moeten het wel zelf oppakken. Als de bevolking niet achter de restauratie staat, is mijn werk zinloos.'' Het afgelopen jaar was Leemhuis vooral bezig met het bewerken van de Egyptische bureaucratie: ,,Ik kan nu het huis van de Qadi restaureren. Dat geeft me de kans om aan de mensen van Qasr uit te leggen wat ik doe. Egyptenaren zijn altijd voor een praatje te vinden.''

Leemhuis legde ook contact met bouwvakkers die het bouwen met leemtichels beheersen. Het oude leerlingensysteem werkt nog: ,,Je huurt één man in en ze komen met z'n tweeën. Een ervaren man heeft een leerling bij zich, die hij het vak leert. Met de timmerlieden gaat het moeilijker. De jongeren hebben geen ervaring meer met hoogbouw in leem. Ze bouwen alleen nog lage huizen in de dorpen op de oude manier. Mensen die het nog weten, betrek ik zo veel mogelijk bij het project.''

Ook het geschiedkundige werk is gestart. In de lemen vloer van een ruïne naast het huis van de Qadi vond Leemhuis een fragment van een koopakte uit het begin van de achttiende eeuw: ,,Dat betekent dat de mensen van Qasr hun transacties op schrift vastlegden en dat er waarschijnlijk een kadaster was. In de bovendorpels van de voordeuren vind je ook fraaie inscripties, die vertellen wie het huis bewoonde en wie het gebouwd heeft. Bovendien hebben belangrijke families kronieken bewaard en daar wil ik graag inzage in hebben. Die kronieken legden het dagelijks leven op een eerlijke manier vast. De officiële documenten zijn vaak bewust vertekend, om belastinggaarders uit het Nijldal op het verkeerde been te zetten.''

Daarnaast hoopt Leemhuis uit mondelinge overleveringen een beeld van de jongste historie te krijgen: ,,In het begin van de vorige eeuw maakte de oase een tijd deel uit van het Senoussi-rijk. Dat was een mystieke, nogal fundamentalistische groepering van Bedouïnen, die zich verzetten tegen de Fransen, de Italianen en de Engelsen. Hun invloed is nog steeds voelbaar. Veel inwoners van Qasr zijn conservatieve, naar fundamentalisme neigende moslims en tegelijkertijd zachtaardig en behoorlijk ruimdenkend. De meisjes gaan naar school en dragen baseballcaps op hun gesluierde hoofden. Het is interessant om te onderzoeken hoe fundamentalisme en ruimdenkendheid samen kunnen gaan, maar voor de mensen van Qasr hun verhalen willen vertellen, moet je hun vertrouwen winnen. Dus beginnen we met de restauratie van de huizen. Die kunnen ook een impuls voor het toerisme vormen, een paar huizen kun je als hotel inrichten. Daar is niets nieuws aan. Qasr was altijd al een plaats waar veel buitenlanders kwamen.''

mailIcon print |