Hoe moeten we ons gedragen op straat? luidde onze vraag aan de lezers voor deze laatste zaterdag van het jaar. Een malle vraag zo op het eerste gezicht. En dan nog wel gericht aan die keurige lezers van Trouw. Die gedragen zich toch zeker allemaal netjes op straat?, veronderstelt een lezeres. En daarin moeten we haar gelijk geven. Althans, wellustige verslagen over de genoegens van het stukslaan van bushokjes of het laten struikelen van oude dames hebben ons niet bereikt. Trouw-lezers zijn geen vandalen. Zij ontlenen hun genoegens eerder aan het debiteren van spreuken: 'Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet' werd nog net iets vaker te berde gebracht dan: 'Verbeter de wereld, begin bij jezelf'. Maar die laatste was dan ook van de katholieke pater Henri de Greeve, de oprichter van de Bond zonder Naam. En vaak werd zo'n spreuk dan gevolgd door een of meer gedragsregels waaraan men zich te houden heeft wanneer men het veilige huis verlaat. 'Gooi geen rommel op straat', bijvoorbeeld. Of: 'glimlach eens wat vaker naar een vreemde'. 'Oogcontact doet wonderen,' werd ons van diverse kanten verzekerd. We geloven het graag. Maar we selecteerden voor deze pagina vooral de belevenissen van mensen die de straat op gingen of een winkel in liepen, en ons deelgenoot maakten van hun soms verrassende avonturen.
Het groetrepertoire
Bij ons in het dorp is het eigenlijk heel simpel. Het repertoire is voor iedereen goed onder de knie te krijgen: Moi! Goeiedag! Tjeu! Mojje! Goeie! Doeg! Heuj! Middag! Dat is het wel zo'n beetje. Het is tevens zaak om alle automerken en de kleur ervan te kunnen verbinden met inwoners uit het eigen dorp. Soms heeft iemand een nieuwe auto en dat zorgt voor een aangename afwisseling. Zo gebeurt er weer eens wat.
Ik zie ook altijd als een kind een nieuwe fiets heeft. Dan rijden ze toch anders. Een kind op een nieuwe fiets kijkt bij ons in het dorp altijd verwachtingsvol naar een voorbijganger. En het knijpt de handen vaster om de glanzende handvatten dan anders. Dan roepen we: Zo, een nieuwe fiets? Nu begint het kind te lachen en neemt voorovergebogen over het stuur een klein sprintje. Hetzelfde met een nieuwe kleurige jas.
De kinderen vangen kikkervisjes in de grote sloot voor thuis in de vijver. Dan roepen we: Zo, kikkervisjes vangen, voor in de vijver? De kinderen knikken opgetogen. En enkele weken later is er in het hele dorp een gekwaak van jewelste. Jongens uit het Westen, blijf hier alsjeblieft weg!
Rasquert Erik Harteveld
Lallend zootje
O wee toen ik laatst in het weekend 'savonds om twaalf uur nog uit Amsterdam met de trein naar huis moest. Schreeuwende, dronken jongens vertoonden zich op het perron en in de trein. Tijdens de rit maakten ze er werkelijk een lallend zooitje van. Dus vermijd ik voortaan het late uur om terug te reizen, want ik ben bang. 'Elkaar erop aanspreken doen we nauwelijks', staat er in de oproep. Ik zou niet durven, want je weet maar nooit wat er gaat gebeuren.
Krommenie H. Blonk-Guleij
U hebt gelijk!
Ik heb mijn twee oudste kinderen naar school gebracht en fiets met mijn jongste dochtertje achterop naar huis. Achter de fiets hangt het fietskarretje. Leeg, want het vrachtje zit op school. Bij huis aangekomen roept een mevrouw mij na: 'Gevaarlijk hoor, zo'n karretje.' Ik ben verbouwereerd en kan nog net uitroepen dat ze zich er niet mee hoeft te bemoeien. Ik wil haar uitleggen dat het altijd gevaarlijk is in het verkeer, dat we weloverwogen een fietskarretje hebben aangeschaft, dat we anders niet weg kunnen met drie kleine kinderen, en..., en.... Maar ik krijg de kans niet, want mevrouw fietst door.
Is dit nou de manier waarop we ons gedragen op straat? Zomaar wat roepen in het wilde weg tegen een brave burger als ik. Helaas merk ik steeds vaker dat mensen mij aanspreken op mijn gedrag. Of eigenlijk meer 'aanroepen'. ,,Mevrouw u rijdt door rood'', als ik inderdaad door rood fiets op een veilig moment. ,,Mevrouw u treuzelt'' als ik rustig mijn geld opruim bij de kassa. Ik heb altijd een mond vol verklaringen en antwoorden, maar de brave fatsoensrakkers die mij naroepen zijn voortvluchtig zodra het eerste woord uit mijn mond komt. Blijkbaar hebben veel mensen tegenwoordig behoefte aan een goede daad van de dag. Nou, ik zal ze helpen. Mijn antwoord is voortaan: ,,Ja, u hebt helemaal gelijk!''
Den Haag Marion Wendel
Pak yoghurt
Toen ik laatst in een supermarkt bij de kassa stond te wachten, zag ik een moeder met haar zoontje van ongeveer 7 jaar oud. Haar zoontje stond te klieren door steeds met het karretje tegen de benen van de mevrouw die voor hem stond te rijden. Met een wat geïrriteerde blik keek de mevrouw naar het kind en vroeg of hij daarmee op wilde houden omdat het pijn deed.
Tot ieders verbazing zei de moeder: ,,Waar bemoei je je mee, dat maken we zelf wel uit!'' En haar zoontje, gesteund door zijn moeder, ging triomfantelijk door met klieren.
In een andere rij stond een jongeman die getuige was van het voorval. Hij reageerde hierop door een pak yoghurt uit zijn karretje te pakken. Hij liep naar het jongetje toe, opende het pak en goot het rustig over het hoofd van het verbaasde jongetje uit. Terwijl hij dit deed keek hij de moeder aan en zei: ,,Dit maak ik ook zelf uit.''
Op mij heeft dit voorval een onvergetelijke indruk gemaakt. En hopelijk ook op dit kind.
Mevrouw I. Keijser
Verbale bedreigingen
Een medereiziger, die, net als ik, in de intercity naar Amsterdam wilde stappen, dreigde op ruwe wijze voor te dringen, wat ik niet toeliet. Mijn vriendelijke doch kritische opmerking daarover ontketende een stroom van onaangename verbale en fysieke bedreigingen. Zó buiten proportie dat ik voortaan geneigd ben mijn mond te houden en een stap opzij te doen. De conducteur, die in de buurt was, greep in en hielp mij, maar ondanks nazorg van de NS had ik een rotdag en bleef dit onaangename voorval nog lang door mijn hoofd spoken.
Houten D. Boersma
Onder de paraplu
Enkele weken geleden ging ik per sneltram naar halte Nieuwmarkt in Amsterdam om vandaar naar de Oude Kerk te lopen voor het bijwonen van de zondagmorgendienst.
Toen ik de roltrap opging regende het behoorlijk. Ik had een paraplu in mijn tas maar kon deze er pas uithalen toen ik boven aangekomen was. Vóór mij was een jongeman naar boven gekomen. Hij bleef staan, draaide zich om en zei: ,,Ik had u willen aanbieden bij mij onder de paraplu te komen, maar ik zie nu dat u er zelf een heeft.''
Als ik geen paraplu had gehad, had ik zeker van zijn aanbod gebruikgemaakt. Ik noem dit een voorbeeld van uitstekend gedrag op straat, gezien het feit dat ik geen jonge blom meer ben maar gemakkelijk de oma van die jongeman had kunnen zijn.
Amsterdam D. Huij-Baars
Scootercoureurs
Naar school fietsend kwam ik terecht in een kluwen slenterende scholieren, die zo te zien nog een lange dag te gaan hadden. Achter mij een paar scooterrijders, die op de manier waarop ze hun gashendels bedienden lieten merken dat ze dit tempo maar niets vonden, alles vergezeld van een hoop geknetter en herrie. Na de groep gepasseerd te hebben scheerde de eerste scootercoureur rakelings langs mij heen, waarop ik geschrokken en boos riep: kan het niet wat rustiger?
Dit was voor de andere aanleiding om mij in te sluiten, waarop er een van achter zijn geblindeerde helm op dreigende toon aan mij vroeg of ik soms een tik op mijn gezicht wilde. Omdat ik mij niet wilde laten intimideren reageerde ik door te zeggen dat het een tijd geleden was dat ik een dergelijke uitnodiging kreeg, en het me daarom verstandig leek om maar gelijk even af te rekenen, onderwijl aanstalten makend om van mijn fiets af te stappen. Op zo'n reactie hadden ze blijkbaar niet gerekend en elkaar vanachter hun donkere helmen aankijkend stoven ze vol gas weg. Nog wat overdonderd tuurde ik ze na: stelletje gemotoriseerde etterbakjes mompelde ik in mezelf, met een gevoel alsof ik zojuist de maffia opgerold had.
Moraal van dit verhaal: laat je niet te snel intimideren.
Ermelo Jaap Cornelissen
Op krukken
Door een mislukte heupoperatie heb ik me dit jaar met rolstoel, twee krukken en sinds een halfjaar met één kruk moeten voortbewegen. Je hebt dan soms even een helpende hand nodig. Een hand van iemand die een deur openhoudt, een koffer of vouwfiets voor je in of uit de trein tilt of gewoon die je niet omver loopt in het spitsuur op een druk station.
Daarbij viel mij op: er waren gemiddeld meer mensen met een donkere huidskleur, dan een lichte huidskleur die een handje toestaken. Vooral wanneer het om een groepje jongeren ging, was dat echt een heel in het oog springend verschil.
Deventer Gonnie Bikker
Meer lachen
Dat er meer gelachen kan en mag worden op straat is een feit, maar dat hangt af van het weer.
Strijen Arnold de Man
Familieberaad
In de jaren zestig en zeventig hebben mijn vrouw en ik de kinderen binnen een 'familieberaad' opgevoed: een keer per maand mochten de kinderen onder genot van cola en chips kritiek uitoefenen op onze opvoeding van de afgelopen maand. Mijn vrouw en ik werden daardoor alert gehouden en de kinderen werden normen en waarden voorgehouden gedragen door innerlijke beschaving. Wij waren uniek in een maatschappij die een anti-autoritaire opvoeding voorstond. Waardoor onze maatschappij nu tot bloedens toe de rekening betaalt van een vermeend geestelijke vrijheid door dito revolutionair gedachtengoed.
Mijn vrouw en ik voedden op en als iets haaks stond op dat wat op school gezegd werd, dan hielden wij onze kinderen voor dat wij gelijk hebben. Opvoeding hoort bij de ouders, die ook de kinderen innerlijke beschaving meegeven, niet de school en al helemaal niet de maatschappij. Ik vertoef veel in het buitenland en heb ontdekt dat Nederlanders inmiddels zijn verworden tot de meest onopgevoede mensen van Europa.
Amersfoort F.P. van Calck
Hangjongeren
Voor mijn huis staan hangjongeren. Een paar ken ik nog uit de tijd dat zij samen met mijn kinderen speelden, vochten of ruzieden. Eigenlijk ging dat altijd goed. Zij hadden geen volwassenen nodig bij hun conflict, alleen af en toe thee met een koekje of een pleister. Zo had ik eens een toekomstige hangjongere op schoot om hem te troosten na een val: een geschaafde knie. Ik denk dat zo'n band blijft.
'sAvonds deed mijn achterlicht het niet. Voor de deur reden de jongens en meisjes af en aan op hun opgevoerde brommers, schreeuwden, scholden, rookten en blowden; wierpen peuk en blik bij mij op de stoep. Ik ging naar buiten en vroeg: ,,Heeft één van jullie verstand van achterlampjes?'' En ja, naar binnen stapten twee hangers en losten mijn probleem op, gingen weer naar buiten en hingen verder tot regen, bedtijd, verveling, iets anders hen huiswaarts dreef.
Leiden Francis Mok
Gevallen
In Amsterdam struikelde ik over een loszittende stoeptegel en viel languit op straat. Mijn gezicht was ontveld, ik had pijn in mijn knie en even bleef ik versuft liggen. Een man stapte van zijn fiets en hielp mij overeind. Of ik nog ver moet? Ja, eigenlijk wel maar ik besloot terug te lopen naar het huis van mijn dochter. Hij gaf mij zijn zakdoek om het bloed te stelpen en fietste verder, bedacht zich en keerde terug, ik breng u even naar uw dochter, zei hij, je weet maar nooit met zo'n hoofdwond.
Driebergen Am Schüngel
Oversteken in Berlijn
In oktober was ik enkele dagen in Berlijn. Wat mij aangenaam trof was de volwassen manier waarop men hier met voetgangers omgaat. Snel voelde ik mij bij het oversteken veiliger dan op een zebrapad in mijn dorp. Er zijn betrekkelijk weinig apart werkende voetgangerslichten. Op veel kruispunten heeft al het verkeer in een bepaalde richting tegelijk groen, geel of rood. Voetgangers steken dus over wanneer ook ander verkeer in dezelfde richting in beweging komt. Dat klinkt griezelig, maar in de praktijk heeft de voetganger alleen te maken met afslaande bestuurders. In Nederland lijken weinig chauffeurs te weten dat rechtdoorgaande voetgangers vóór afslaande bestuurders gaan. Dat is in Berlijn duidelijk anders. Ondanks veel oversteken, maakte ik nooit mee dat men mij niet liet voorgaan.
Waarom zo'n verschil in gedrag tussen Nederlanders en Berlijners? Het Duitse systeem van strafpunten op het rijbewijs zal zeker een rol spelen. Belangrijker is dat er een beroep wordt gedaan op de eigen verantwoordelijkheid van de verkeersdeelnemer. Een voetganger die rechtdoor gaat, wacht tot het verkeer in zijn looprichting groen krijgt en kan meteen oversteken. Chauffeur én voetganger worden beloond: beiden staan relatief weinig zonder zichtbare reden stil voor een rood verkeerslicht. Vergeleken met de Nederlandse situatie, waarin bijna elke verkeersdeelnemer zijn eigen verkeerslicht heeft, een verademing. Moraal van dit verhaal: je kunt zoveel regelen dat je mensen te veel uit de hand neemt. Daardoor lok je maar al te snel passiviteit, gemakzucht en onverschilligheid uit.
Eerbeek Jan Coenraadts
Macho-gedrag
Wat mij vooral stoort als het gaat om gedrag op straat, dan is dat vooral de wijze waarop een aantal veelal jonge mannen zich menen te moeten manifesteren, namelijk door voortdurend de aandacht op zich te vestigen. Zij vertonen een hinderlijk macho-gedrag dat zich uit in lawaai: hard praten, schreeuwen, vloeken, ordinair taalgebruik, duwen en trekken, spuwen en schelden. Jonge vrouwen beperken zich meestal tot hard praten en gillen.
Waarschijnlijk is dit soort gedrag te verklaren op grond van biologische gegevenheden, namelijk de behoefte om als jonge man je territorium af te bakenen. Desondanks lijkt het mij toch dat na zoveel eeuwen beschaving, dit niet meer op deze wijze zou behoeven te worden getoond.
Een ander punt van ergernis heeft te maken met het mobiel telefoneren. Er wordt je geen rust meer gegund. Overal onnozel gepraat, op luide toon, zodat het lezen van een boek of een krant bijna onmogelijk is geworden. Een paar oordoppen behoren al tot mijn vaste uitrusting als ik op reis ga.
Mw. M.J. van Hamel-de Leeuw
Zwart leer
Kortgeleden stond ik bij de Aldi aan de kassa. Achter me stond een jongeman die er wel heel bijzonder uitzag. Zwart leer met veel spijkers, een hanekam, hoge laarzen en geen toegankelijke uitstraling. Ik bekijk deze jongeman (ben zelf 70) en zeg heel welgemeend: wat heb jij een prachtige outfit! Ik krijg een stralende blik terug en toen we beiden hadden afgerekend, kregen we een heel mooi gesprek. Geen belangrijk verhaal dus maar voor mij heel waardevol.
Grouw G.K. de Jong-Snoek
Het nummerbord
Een paar jaar geleden toen ik voor een rood stoplicht stond te wachten, stak een slungelachtige, blonde jongen plotseling over. Een jaar of zestien schatte ik hem. Het scheelde weinig, of de jongen was tegen een zwarte, glimmende auto aan gebotst. De jongen had de auto nog net weten te ontwijken. Ja, zo was het. De jongen was van richting veranderd, de automobilist niet. Furieus stapte de automobilist uit de auto; zijn medepassagier bleef zitten.
Met mij wachtten nog wat mensen braaf op het signaal van het verkeerslicht om het zebrapad op te mogen lopen. Het was vanwege de hoeveelheid mensen, denk ik, dat de automobilist toch maar weer achter het stuur van zijn auto ging zitten.
Ik liep dezelfde kant op als de jongen. Even later zag ik de zwarte auto terugkomen. De jongen was ongeveer vijftien meter voor mij. Zag ik het goed? Probeerde de automobilist op de jongen in te rijden? Wat moest ik doen? De politie opbellen kon ik niet, want ik heb geen mobieltje. Nadat de jongen een paar maal opzij was gesprongen, gooide de automobilist het portier van de auto wagenwijd open. Onbeheerst stapte hij uit. Ik deed mijn handtas open en pakte pen en papier om het kentekennummer van de auto te noteren -dat was het enige dat ik durfde te doen. Terwijl ik stond te schrijven, stak de medepassagier één been een eindje uit de auto. In schier liggende houding stootte hij de chauffeur aan. Hij wees naar mij en trok de chauffeur de auto in. Razendsnel gingen zij ervandoor. De jongen stond nog even stil en liep toen verder.
Ik keek naar het papier waarop ik enkele krabbeltjes had gezet. Het kentekennummer had ik niet kunnen lezen.
Leeuwarden Carla Groeneweg
Logeren
Doe wat je wilt op straat, maar zorg dat er niets en niemand beschadigd raakt door de manier waarop jij je op straat begeeft. Bekijk iedereen die op je pad komt alsof het je lievelingsneef is, of de tante bij wie je het liefste ging logeren in de kerstvakantie. Het helpt, echt waar!
Wijhe Joop van der Wal
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.