*

 

Een pakje brood maken ze zelf maar

Marjan Agerbeek − 27/12/03, 00:00

Moeders, zeker werkende moeders, zijn sinds de jaren zeventig steeds meer tijd gaan besteden aan hun jonge kinderen, zo blijkt uit cijfers van het Sociaal en Cultureel Planbureau. Nathalie Flinterman (34) werkt, heeft zoon Max (4), dochter Sara (2) en een derde is op komst. Hoe brengt zij de tijd met haar kinderen door?

'Maandag is een van mijn werkdagen. De wekker gaat om zeven uur. Sara is dan al wakker, Max moet ik soms wakker maken, want dat is een echte slaapkop. Mijn man Eduard en ik leggen ze dan in ons bed. Wij gaan douchen en ons aankleden, daarna doen we de kinderen. Het is verzorgen, maar ik zie het als tijd doorbrengen met de kinderen. Max wordt nu bijna vier en die wil zichzelf aankleden. Dus dan is het een spel om te zorgen dat hij zich aankleedt zonder dat het uren duurt.

Dan ontbijten we met zijn allen. Eduard gaat om acht uur de deur uit. Ik blijf met de kinderen aan tafel zitten totdat de oppas om halfnegen komt. Dan ga ik naar mijn werk. Terwijl ik op mijn werk ben, bel ik niet met de oppas, dan ben ik gewoon druk bezig. Dat dat kan komt doordat ik een heel goede band met de oppas heb, ik vertrouw haar.

Als ik om halfzes thuiskom begin ik meteen met koken. De kinderen vinden het leuk om te helpen, dus die staan dan tomaatjes te snijden of zo. Dit is een halfuurtje waarin er veel moet gebeuren. De kinderen zijn moe, dat ben je zelf ook, er moet eten op tafel. Maar soms, als je meer energie hebt, kun je er wat van maken en tussendoor iets met de kinderen doen.

Tussen zes en halfzeven gaan we eten, Eduard komt rond die tijd ook thuis. Daarna leggen we de kinderen in bed. Dat doen we samen, we lezen een verhaaltje, poetsen tanden en zo. Dat is echt tijd voor de kinderen. We proberen ze altijd om zeven uur in bed te hebben, maar op de dagen dat ik werk lukt dat eigenlijk niet, dan wordt het halfacht.

Ik heb bedrijfskunde gestudeerd in Groningen. Na mijn afstuderen ben ik vrij snel in het bedrijf van mijn moeder gaan werken. Terwijl ik studeerde had ze een groothandel in stoffen opgezet, het staat nu in Sassenheim. In het begin deed ik veel commercieel werk, nu heb ik de financiële admini stratie onder mijn hoede. Dat is wat makkelijker te plannen. In dat commerciële werk bezoek je klanten met je stalen gordijn- en meubelstoffen, door heel Nederland. Dat was lastig te combineren met de kinderen omdat je dan vaak laat thuis bent. Maar ik vond het ook leuk om wat anders te gaan doen.

Ik werkte fulltime totdat Max werd geboren. Daarna ben ik vier dagen gaan werken. Toen Sara kwam ben ik teruggegaan naar drie dagen. En nu is er een derde op komst. Ik maak wel het grapje dat ik dan twee dagen ga werken, maar dat is niet de bedoeling, ik wil het op drie houden. Dat is het minimum om je werk nog prettig te vinden. Eigenlijk is vier lekkerder, maar je wilt toch een balans vinden tussen kinderen en werk.

Helemaal ideaal zou het zijn als Eduard vier dagen zou gaan werken in plaats van fulltime. Dat ie dat niet doet, is eigenlijk zo gegroeid. Toen de tweede kwam was Eduard nog in opleiding tot internist-nefroloog en minder werken was ingewikkeld. Dus ben ik drie dagen gaan werken en dat is zo gebleven. Misschien dat zich later een situatie voordoet dat het anders kan. Dan zou ik ook vier dagen gaan werken, want dan zijn er nog steeds twee dagen dat een van ons samen met de kinderen is. Eduard zou vier dagen ook fijn vinden, dan hebben we evenveel tijd om dingen met de kinderen te doen. Ik zie in mijn omgeving vaak dat mannen een drukke baan hebben en dat de vrouwen dan minder gaan werken of hun baan opgeven. Het is een onderwerp waar veel vriendinnen over praten. Het klassieke probleem, hoe je onderling een balans vindt in de verdeling van taken. Die mannen vinden hun drukke baan belangrijk, maar de vrouwen vinden dat hun werk ook belangrijk is.

Op mijn andere twee werkdagen, dinsdag en donderdag, brengen we de kinderen naar de oppasmoeder. Dat is niet dichtbij, dus dan ga ik tegelijk met Eduard om acht uur de deur uit. Dan moeten we 's ochtends wel een beetje doorwerken met zijn allen. We zijn dan ook later thuis omdat we ze weer moeten ophalen. Dat zijn de dagen waarop we makkelijk doen met koken, dat ik iets in de vriezer heb dat we opwarmen, of een pizza of zo.

Vanaf januari, als Max naar school gaat, komt de oppasmoeder alle drie mijn werkdagen bij ons, zodat ze Max van school kan halen. Dan wordt het allemaal nog weer wat gemakkelijker. Toen Max in aantocht was wilden we een crèche, maar daar kregen we geen plek. Nu dit zo is gelopen ben ik er heel blij mee. De oppas heeft zich nog nooit ziek gemeld, we kunnen echt van haar op aan.

Ik vind de oppas voor de kinderen een soort verbreding: dat ze ook tijd doorbrengen met iemand anders. Ik heb op mijn vrije dagen ook niet het gevoel dat ik dan van alles met ze moet gaan doen om verloren tijd in te halen. We komen dan juist tot rust. Schuldgevoel omdat ik werk heb ik ook niet. De eerste keer dat ik Max naar de oppas bracht had ik wel buikpijn, zo van: je brengt je kind weg. Maar toen ik weer in de auto zat had op weg naar mijn werk had het ook iets bevrijdends. Lekker om weer iets voor mezelf te gaan doen.

Ik geloof niet dat ik er, voor ik kinderen had, ooit over heb nagedacht hoeveel tijd ik met mijn kinderen wilde doorbrengen en wat ik dan met ze wilde doen. Toen ik een paar jaar werkte, herinner ik me, leek het me leuk om aan kinderen te beginnen. Maar mijn man had er nog helemaal geen zin in. Pas later kwam hij ineens met: goh, zullen we proberen kinderen te krijgen. Ik had wel het idee dat ik wilde blijven werken, dat deed ik toen natuurlijk ook al bijna tien jaar, maar verder was het zo van: we zien wel.

Ook toen ik de kinderen eenmaal kwamen heb ik eigenlijk nooit zo nagedacht over opvoeden. Ik ben helemaal niet zo'n type dat dan in boekjes gaat lezen hoe het met de kinderen moet. Als er weer een baby komt vind ik het wel heel belangrijk om hem de eerste maanden zelf te verzorgen. Maar daarna maakt het niet meer uit of dat de moeder is, als het maar een vaste en betrokken persoon is. Als ze nog weer iets ouder zijn vind ik het wel weer belangrijk dat ze een behoorlijke hoeveelheid tijd doorbrengen met een van de ouders.

Op een niet-werkdag geniet ik er nog een beetje van dat ze niet naar school hoeven, dan slapen we een beetje uit. Ik zie het echt als dagen voor de kinderen. Er zijn wel van die regeldingen waar je op werkdagen geen tijd voor hebt, zoals naar de bank gaan. Of ik breng een bezoekje aan iemand. Maar verder spelen we wat, knippen, tekenen, kleien, of zij spelen en ik zit de krant te lezen. We doen boodschappen met zijn drieën. Soms neem ik ze mee naar de dierentuin of de speeltuin.

Huishoudelijke klussen, behalve de boodschappen dan, doe ik in die dagen niet. De was gaat tussendoor en opvouwen doet de oppas op maandag. En we hebben iemand die komt schoonmaken. Ik zou het ook heel onrustig vinden om huishouden en kinderen te combineren. Misschien dat je daar gemakkelijker een draai in vindt als je altijd thuis bent. Ik zie de oppasmoeder dat heel natuurlijk doen: als ze de was vouwt laat ze Max ook doekjes vouwen. Dat zou ik niet kunnen.

Ik doe op mijn vrije dagen het liefst dingen die de kinderen leuk vinden. Als zij het gezellig hebben, heb je het zelf ook gezellig. Mijn moeder deed ook leuke dingen met ons, koekjes bakken enzo. Daar had ze tijd voor omdat mijn grootmoeder in het huishouden hielp. Maar ze is ook veel meer een verzorgend type dan ik. Tijdens mijn middelbare-schooltijd heb ik nooit mijn boterhammetjes gesmeerd, mijn moeder legde altijd een pakje brood klaar. Ik kan mij niet voorstellen dat ik dat ook zou doen, dat moeten ze zelf maar leren. Voor mijn moeder waren de kinderen een excuus om lekker niet te hoeven werken. Ik zou helemaal gek worden als ik niet zou werken en elke dag alleen maar thuis zou zitten.''

mailIcon print |