*

 

Subliem Nachtwerk

Matty Verkamman − 10/11/03, 00:00

Na eerder zes keer een finale te hebben verloren, won ik anderhalve maand geleden op 52-jarige leeftijd met mijn kittige partner Emmy voor het eerst een tennistoernooi. Zeven partijen van een halfuur gespeeld, zeven partijen gewonnen. De tegenstanders waren gemiddeld 25 jaar jonger. Eerlijkheidshalve moet ik erbij zeggen dat sommige opponenten naar mijn gevoel anderhalve tennisarm hadden plus een aangetaste voet, maar goed, je moet ze toch maar van de baan meppen. Vorig jaar kreeg ik in 's-Heer Hendrikskinderen als verliezend finalist van de Open Puye een geldprijs van 15 euro, dit keer een waardebon, te besteden in een sportzaak. Prijzengeld -je voelt je meteen een tennisprof.

Het toernooi dat we wonnen begon zaterdagavond om kwart voor zeven, om tien minuten voor één hadden we de buit binnen. Onbeschrijflijk gevoel. Nog een halfuurtje iets gedronken en toen naar huis. Thuis was het stil en donker. Ik trakteerde mezelf op een wijntje en kon alleen maar aan onze zege denken. Vervolgens ging ik naar bed en kon ik niet slapen. Op de wereldranglijst waren Emmy en ik zeker een paar miljoen plaatsen gestegen en zo'n prestatie op onze ouwe sportdag (samen zijn we 108) is niet bevorderlijk voor de nachtrust. Steeds maar weer dat triomfantelijke gevoel in het hoofd: in tegenstelling tot Tom Okker en Betty Stöve gaan Emmy en Matty nog altijd vooruit!

Dit weekeinde moest ik aan die onrustige nacht denken, toen ik het recent verschenen boek 'Diep in de nacht' van Henri van der Steen las. Zaterdagavond laat begon ik eraan, om drie uur had ik het uit. Subliem boek.

Het boek is een bundeling van 'Nachtinterviews' die Van der Steen de laatste jaren als journalist van het Brabants Dagblad met (vooral) topvoetballers heeft gemaakt.

Deze interviewer heeft al geruime tijd de naam dat hij geïnterviewden veel weet te ontlokken. Ooit leidde dat tot een rel van internationale allure. Ronald Koeman zei in 1988 dat het 'klasse' van zijn PSV-maatje Hans Gillhaus was om Jean Tigana van Bordeaux een doodschop te geven. Dat werd toen nog een hele toestand. Koeman geschorst voor de Europa Cup, Koeman ontkennen natuurlijk. Neem van mij aan dat Koeman precies heeft gezegd wat Van der Steen opschreef.

De liederlijkheid en de af en toe totale verloedering van het topvoetbal komen in 'Diep in de nacht' regelmatig aan de orde. Ervan uitgaande dat topvoetballers na een avondwedstrijd niet kunnen slapen, gaat Van der Steen in de nacht van zaterdag op zondag op pad. Ik weet niet hoe hij het voor elkaar krijgt, maar om twaalf uur belt hij aan en mag hij binnen bij mensen als Pierre van Hooijdonk, Harry van Raaij, Rinus Israel, Ronald Waterreus, Willem van Hanegem, Ruud van Nistelrooij, Jan Wouters, Foppe de Haan en John de Wolf. Om zeven uur in de ochtend, diverse flessen wijn verder, heeft hij hoogst opmerkelijke uitspraken te pakken en rijdt hij naar huis. Ik neem aan dat de openhartige sprekers hun fiat geven aan het eindresultaat.

Twee tipjes van de sluier. Jean-Paul van Gastel brengt werkelijk alle vuiligheid, alle criminaliteit van de voetballers op het veld naar voren en wanneer de interviewer vraagt of er dan nooit eens een coach is die over sportiviteit en ethiek begint, zegt Van Gastel: 'Ik mag het niet hopen.'

Een andere recidivist, Jan Wouters, houdt het tegenover Van der Steen bij het krieken van de dag niet meer droog. Ellebogen, doodschoppen -geen probleem. 'Maar ik zou een vrouw kunnen zijn. Ik ben bang voor muizen. Fladderende vogels: doodeng. Ik moet er niet aan denken dat er een duif op mijn schouder komt zitten.'

Je moet het maar los zien te krijgen. Bij mijn weten wist eerder alleen Ischa Meijer zo diep door te dringen tot de ziel van de mensen die hij interviewde.

mailIcon print |