*

 

Een herbegrafenis na 44 jaar

van onze verslaggeefster − 08/02/03, 00:00

De tien marinemensen die in 1958 bij een vliegramp in Iran omkwamen zijn gisteren met militaire eer herbegraven. 44 jaar lagen ze in het Iraanse Abadan begraven. In Katwijk kregen ze hun laatste rustplaats.

KATWIJK - ,,Met deze herdenking en de herbegrafenis kan deze zwarte bladzijde uit de Marineluchtvaartdienst-historie eindelijk worden omgeslagen'', sprak officier A. van Dijk de nabestaanden tijdens de herdenkingsdienst op Marinevliegkamp Valkenburg toe.

De tien vormden de bemanning van een tweemotorige Martin Mariner P303 die destijds werd gebruikt voor transportdoeleinden. Die was voor onderhoud onderweg van Nederlands Nieuw-Guinea naar Nederland. Het amfibievliegtuigje had wegens technische problemen oponthoud in Iran, toen Perzië. Kort nadat het vanaf het vliegveld in Abadan was opgestegen, verongelukte het toestel. Alle tien inzittenden kwamen om.

Honderden familieleden, veteranen en militairen hadden zich op het vliegkamp verzameld om de slachtoffers nog de laatste eer te bewijzen. De dienst maakte bij velen nog emoties los.

,,Ondanks de ellende die dit tragische ongeval heeft veroorzaakt, sta ik hier met een mengeling van verdriet en dankbaarheid'', vervolgde Van Dijk. ,,Verdriet wegens het verlies van tien jonge mannen in de kracht van hun leven. Dankbaarheid, omdat u vanaf vandaag in staat bent uw dierbaren op elk gewenst moment te gedenken. Zij zijn weer een beetje thuis.''

In 1958 werden de verkoolde lichamen, geheel volgens beleid, binnen 24 uur in Abadan met militaire eer ter aarde besteld op grondgebied van de olieraffinaderij van Shell. Na de opsplitsing van Perzië in Iran en Irak kwam de raffinaderij in handen van een Iraanse oliemaatschappij.

De hierop volgende jaren werden de graven goed onderhouden, totdat in 1980 de oorlog tussen Iran en Irak begon. De raffinaderij werd vernield en de graven raakten in verval. Dit, en de oorlog tussen beide landen, deed de nabestaanden ertoe besluiten de stoffelijke overschotten naar Nederland te transporteren en te herbegraven. Moeizame diplomatieke betrekkingen en de religieuze wetgeving in Iran, die voorschrijft dat graven nimmer mogen worden geschonden, maakten dit echter jarenlang onmogelijk. Pas in november 2002 kwam de toestemming de stoffelijke resten op te graven en naar Nederland te brengen.

In Nederland heeft het Bergings- en Identificatieteam van de Koninklijke Landmacht geprobeerd de lichamen te identificeren. In 1958 bleek dit al een onmogelijke zaak, omdat de lichamen te zwaar verminkt waren. Aan de hand van gebitsgegevens heeft het team daarom slechts drie van de tien lichamen kunnen identificeren.

Op verzoek van de nabestaanden zijn de slachtoffers op begraafplaats Duinrust in Katwijk, dichtbij de oude werkplek en collega's, in één kist begraven. In Iran lagen zij ook al in één kist. ,,De gebeurtenis is nooit uit mijn gedachten geweest'', vertelt een nabestaande op de begrafenis. ,,Toen ik hoorde dat ze naar Nederland kwamen, bracht dat veel emoties los. Maar ik ben blij dat we de mannen hier kunnen begraven. Dit is een passende plek.''

mailIcon print |