Een vrouwelijke tijgerpython uit Artis heeft zichzelf gekloond. Dat wil zeggen: haar embryo's hebben exact hetzelfde DNA als zij. Een primeur, melden de betrokken onderzoekers.
De tijgerpython, sinds 1995 woonachtig in Artis, kon niet langs normale weg bevrucht zijn, want ze had minstens vijf jaar geen contact gehad met mannetjes. Arts-bioloog Eugène Bruins vermoedde daarom dat de slang zich vermenigvuldigd had via 'maagdelijke voortplanting' ofwel parthenogenese: een techniek waarmee bepaalde planten en dieren hun erfelijk materiaal verdubbelen en verdelen over twee afzonderlijke cellen, die vervolgens elk uitgroeien tot een nieuw organisme.
Maar in dit geval zou deze werkwijze alleen mannetjes moeten opleveren, terwijl de python juist vrouwtjes had voortgebracht. Hoe kan dat?
Welnu, elk slangenvrouwtje heeft in haar lichaamscellen twee verschillende geslachts-chromosomen: W en Z. Mannetjes hebben twee dezelfde exemplaren: ZZ. (Bij de mens is het andersom: de man heeft XY en de vrouw XX.) Aanvankelijk was het idee dat de vrouwtjes eerst hun W en Z over twee cellen verdeelden, om ze daarna te verdubbelen. Je zou dan een WW- en een ZZ-cel krijgen, waarvan alleen de ZZ-variant (het mannetje) levensvatbaar zou zijn.
Maar de bewuste python heeft anders gehandeld. Ze moet haar W- en Z-chromosoom in één cel hebben verdubbeld, om ze vervolgens over twee WZ-cellen te verdelen. Daaruit zouden inderdaad vrouwtjesslangen ontstaan die identiek zijn aan de moeder.
Dit fenomeen is bij slangen nog nooit vertoond, jubelen de onderzoekers. Ze spreken trots van 'klonen'. De slang heeft weliswaar een andere techniek gebruikt dan die waarmee het schaap Dolly is gecreëerd, maar het resultaat is hetzelfde.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.