De psychologe dr. Lène Dresen-Coenders, die vorige week overleed, was een van de pioniers die in de jaren vijftig de bekrompen ideeën over opvoeding in katholieke kring hielpen openbreken. En onder deze wegbereiders van de geestelijke 'bevrijding' van opgroeiend katholiek
Nederland was zij de bekendste, zo niet de enige vrouw. Tot ruim na de Tweede Wereldoorlog was opvoeding, trouwens ook in protestantse kring, sterk gericht op het beheersen van en het waarschuwen voor wat er allemaal beslist niet mocht tot de Grote Dag. Via het tijdschrift Dux (later: Jeugd en Samenleving) bereikte Dresen-Coenders duizenden opvoeders en anderen in de geestelijke gezondheidszorg die rijp waren voor verandering, voor een bejegening van kinderen en jongeren vanuit vertrouwen en vanuit een ontspannen houding tegenover seksualiteit. Overigens betekende het ook voor menig priester een opluchting dat aan het klerikale monopolie op dit terrein dankzij mensen als Dresen-Coenders een einde kwam. Haar deskundigheid had zij niet in de laatste plaats via veel en direct contact met meisjes uit alle lagen van de bevolking vergaard.
Haar inzichten werden in de jaren zestig gemeengoed en de ontwikkeling ging verder; zij ook. Dresen-Coenders verlegde haar aandacht naar vrouwen en (zelf)beelden van vrouwen. Het bracht haar op het pad van heilige en duivelse vrouwen. Zo was het haar opgevallen dat de devotie voor Jezus' heilige, wijze (en apocriefe) grootmoeder Anna explosief groeide precies in de periode van de felste heksenvervolgingen. Na haar inzet voor de jeugd kwam die voor vrouwen en voor de bevrijding van een hun door anderen opgelegd zelfbeeld. Maar de eerdere fase van haar beroepsleven was zo succesvol dat zij in die latere jaren noch pionier noch de enige meer was.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.