Multinational Akzo Nobel haalt zijn neus op voor geijkt rekenen. De beurskoers is minder belangrijk. Hoe productief is geinvesteerd kapitaal, dat is de kern.
ARNHEM - ,,Een sterke start en een zwakke finish'', zo omschreef bestuursvoorzitter Cees van Lede van Akzo Nobel gisteren de presentatie van de Nederlandse reus in het boekjaar 2002. De winst werd veiliggesteld, maar kwam met 892 miljoen gulden 4 procent lager uit dan in 2001. Voor de zekerheid vermeldde de Akzo-baas dat 'niet één van onze business units verlies heeft gemaakt'.
Van Lede, die het stokje op 1 mei overgeeft aan Hans Wijers, weet de tegenvallende eindsprint vooral aan valutaire tegenwind en hogere pensioenlasten. ,,De euro wordt steeds sterker. Dat heeft onze resultaten in vooral de Amerika's nadelig beïnvloed'', aldus Van Lede tijdens de presentatie van de jaarcijfers in Arnhem. Om de vermindering van de marktwaarde van de pensioenfondsbeleggingen te ondervangen, de grootste kwaaie pier in Van Lede's ogen, treft Akzo Nobel een voorziening van 1,1 miljard euro die ten laste van het eigen vermogen komt. Beleggers kunnen gerust zijn: deze boekhoudersvondst, een schommelfonds genoemd, kan ongedaan worden gemaakt als de beurskoersen weer stijgen.
Het cijferrelaas van Van Lede werd driemaal vrolijk onderbroken door een fotootje: eenmaal was de ultramoderne anticonceptiering NuvaRing te zien, die zojuist door Akzo Nobels farmaceutische poot op de markt is gebracht. Eenmaal werd een Londense wolkenkrabber in beeld gebracht, die van top tot teen met powder coatings van de groep verven en lakken is bewerkt. En eenmaal kwam een chemische installatie voor het voetlicht, aangekocht door 'chemie'. Van Lede wilde maar zeggen: we zijn een bedrijf dat iets tot stand brengt, geen beursspeler die koersen moet managen.
Akzo Nobel haalt zijn neus op voor het geijkte rekenen. Niet omzet en groei van de winst per aandeel behoren voor het management het zwaarste te wegen, luidt de filosofie. Zo is een van de belangrijkste kengetallen die de top van Akzo Nobel hanteert, de productiviteit van het geïnvesteerde vermogen (EVA, 'economic value added'). Akzo Nobel schrijft in zijn bericht over het jaar 2002 dat managers binnen de hele onderneming, bij de farmacie, de verven en de chemicaliën, gericht dienen te zijn op 'waardecreatie' aan de hand van deze EVA-maatstaf. Volgens deze ratio -in de woorden van Van Lede een 'piketpaaltje'- was de waardecreatie in 2002 bij alledrie de groepen positief. Niks aan de hand dus.
Deze zienswijze biedt houvast in tijden van economische tegenspoed. De bestuursvoorzitter moest gisteren niets hebben van het gezever over een zogenaamd matig scorende farmagroep, die in de Verenigde Staten kampt met concurrentie door goedkope-pillenfabrikanten en tegenwerking van de autoriteiten bij de registratie van medicijnen. ,,We verhogen onze uitgaven voor research. Het rendement op het geïnvesteerd vermogen bedraagt 30 procent. Er is geen reden om bij de pakken neer te zitten.''
Hans Wijers, minister van economische zaken van 1994 tot 1998, neemt zo te horen een droomtent over. Hij zei gisteren: ,,Ik zal er zijn om een gevoel van richting te geven, om te proberen beloftes waar te maken en om het bedrijf inspiratie te bieden''. Geen grootse plannen; Wijers toonde zich op en top Van Lede's man. ,,Een goede balans is de levensvoorwaarde om verder te gaan'', zei de gaande Akzo-baas over het geheim van een mooi bedrijfsresultaat.
Wijers zal echter geen gemakkelijke klus hebben aan de directievoering van Akzo Nobel. 'Pharma, prioriteit voor de huidige winstgevendheid', zo typeert het persbericht de resultaten. 'Verven en lakken, sterke prestatie.' 'Chemie, stabiel onder moeilijke omstandigheden.' Hoe houdt Akzo dat vol?
In zijn kamer in het hoofdkantoor brengt Dag Strömqvist, de Zweedse chemische man in de raad van bestuur, de vraag terug tot de essentie: ,,Het komt neer op cost leadership, goedkoper zijn dan de concurrenten. Maar van een kostenvoordeel kun je niet oneindig profiteren. De sleutel tot succes is simpel: getalenteerde werknemers.'' Helaas, in toenemende mate ontbreekt het in de westerse industrielanden aan jongeren met een technische achtergrond.
Strömqvist praat als chemiebaas, maar zijn sombere kijk reikt verder. ,,We hebben nóg geen probleem. Over vijf of tien jaar kan dat anders zijn. Het ziet er slecht uit in Nederland.''
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.