In 1998 nam de Tweede Kamer de wet op inburgering aan, waarin zogenoemde nieuwkomers werden verplicht een inburgeringscursus te volgen. Keer op keer werd erop aangedrongen dat ook langer in Nederland wonende allochtonen op les zouden moeten, maar geld en wil ontbrak om dit echt van de grond te krijgen. De vele duizenden zogenoemde oudkomers wonen in de grote steden. Uit de laatste voortgangsrapportage Groot Project Inburgering gingen in de eerste helft van het vorig jaar over heel Nederland 14600 oudkomers naar les. Dat is op een totaal van ongeveer 957000 oudkomers niet veel.
De overheid zit de gemeenten achter de broek om haast te maken met de inburgering. In Amsterdam leven naar schatting 100000 oudkomers. Een betere beheersing van de taal en kennis van de Nederlandse samenleving moeten de sociale omstandigheden in de allochtone wijken verbeteren, geloven de meeste politici in dit land. Maar het is de vraag hoeveel een oudere migrant, die nooit naar school is geweest, in zo'n korte tijd nog kan leren. Bovendien laat de kwaliteit van de cursussen te wensen over. Vaak wordt er een cursus aangeboden zonder dat er wordt gekeken naar de achtergrond, startniveau en beschikbaarheid van de leerlingen.
In Amsterdam draaien ze het om. De stadsdelen sporen de allochtonen op en vervolgens onderzoekt een onafhankelijk bureau hun achtergrond en ambitie en pas daarna wordt een op maat gesneden cursus gegeven. De adviezen worden opgesteld door het Servicepunt Assesment en Plaatsingsadvies (SAP), waarin het organisatieadviesbureau Human Company en het Bureau Interculturele Evaluatie (ICE) samenwerken. ICE zijn de makers van de intake en eindtoets NT2, het Nederlands als tweede taal. Jacqueline Ridder, projectleider van het SAP zorgt ervoor dat haar collega's de hele stad doorreizen om toelatingsgesprekken af te nemen. Ze legt uit hoe het werkt. ,,De Marokkaanse mevrouw X is in 1993 naar Nederland gekomen, is 34 jaar, getrouwd en heeft één kind. Ze wil de Nederlandse taal beter leren, zodat ze haar dochter van zes straks beter kan helpen met haar huiswerk.'' Na het gesprek wordt ze getoest op de beheersing van de tweede taal en er wordt gekeken naar de sociale en psychologische omstandigheden, motivatie en haalbaarheid van de cursus. ,,Mevrouw X heeft al een redelijke achtergrond. In Marokko zat ze op de middelbare school. Ze geeft aan dat ze de taalcursus wil volgen, zodat ze zich sociaal beter kan redden, maar in de toekomst zou ze bij een crèche willen werken.'' Voor mevrouw X is deze droom wel te realiseren. ,,Een leidster moet taalniveau vier halen en over een mavo-diploma beschikken. Veel migrantenvrouwen realiseren zich dat niet. Zij gaan ervan uit dat als je je eigen kinderen goed hebt opgevoed je ook wel in een crèche kunt werken.''
Net als de andere nieuwe leerlingen wordt voor mevrouw X een cursus dicht bij haar in de buurt gezocht. Die kan overal worden gegeven, in buurthuizen moskeeën, bij migrantenorganisaties of een stadsdeelkantoor. Als het maar laagdrempelig is. Oudkomers zijn niet verplicht om een inburgeringscursus te volgen. De eerste duizend oudkomers in Amsterdam hebben inmiddels een advies gekregen. De hele inburgeringsoperatie is nog in een experimentele fase. In de loop van dit jaar beslist de gemeente of het doorgaat.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.