Amsterdam heeft een paar jaar uitgetrokken om allochtonen die al lang in de stad wonen naar een inburgeringscursus te krijgen. Ze zijn vaak al wat ouder en veertig procent is analfabeet. Het is niet makkelijk ze te vinden.
AMSTERDAM - De juf pakt de klok erbij. Het is tien over één 's middags. Ze wil van haar leerlingen weten hoe laat het is. Tien vrouwen met hoofddoeken praten door elkaar heen. Want wat is het nu, tien over of tien voor het hele uur?
Het klokkijken is een van de vaste onderdelen tijdens de Nederlandse les in het Taalcentrum van Amsterdamse stadsdeel Slotervaart/Overtoomse Veld. Er zijn drie klaslokalen voor onderwijs aan zogenoemde oudkomers. Dat zijn allochtonen die al jaren in Nederland wonen en die nooit zijn opgeroepen voor een verplichte inburgeringscursus. Amsterdam is al ruim tweeënhalf jaar bezig deze oudkomers op te sporen. Inmiddels hebben zo'n duizend migranten een toelatingsgesprek gedaan. De grootste groepen oudkomers die zich aanmelden zijn Marokkanen, Turken en Ghanezen. Van hen blijkt veertig procent analfabeet te zijn.
Amsterdam hoopt met deze grote operatie de maatschappelijke positie van de vele duizenden allochtonen te verbeteren. Maar het is nog een hele klus om al die mensen te bereiken. Vooral de ouderen van de eerste generatie 'gastarbeiders' die al in de jaren zeventig naar Nederland kwamen, geheel op zichzelf leven en de taal nooit geleerd hebben, zijn voor de gemeente moeilijk te vinden. Dat laat de Dienst Welzijn aan de stadsdelen over. Die sporen via migrantenorganisaties en moskeebesturen cursisten op. Er wordt zelfs tipgeld uitgeloofd: zestig euro per oudkomer.
De vrouwen in de klas van Til Reus, een docente van het Nederlands Centrum Buitenlanders (NCB) hebben de weg zelf gevonden. Bijna allemaal hebben ze al eens eerder les gehad. Sommigen zijn op taalles geweest op de school van hun kinderen, anderen volgden ooit een paar taallessen in buurthuizen. De helft van de leerlingen van Reus zijn dik in de veertig. Sodia heeft deze middag haar kleinzoon meegenomen, die ze naar de kinderopvang in het naastgelegen lokaal brengt. Ze zijn allemaal behoorlijk gemotiveerd aan de cursus begonnen. En niet vanwege de voortdurende discussies dat 'allochtonen de taal moeten leren'. Ze willen beter communiceren. Vooral nu ze ouder worden, is het geen pretje nog altijd afhankelijk te zijn van de kinderen, die meemoeten naar de dokter. Bovendien is het onmogelijk met de kleinkinderen te communiceren, omdat zij meestal de taal van de grootouders niet spreken.
Malika, een forse moeder van twaalf kinderen, vertelt hoe geïsoleerd ze zich voelt. ,,Thuis zitten de kinderen in groepjes met elkaar te praten. Ik weet niet waar ze het over hebben, want ze spreken veel te snel Nederlands. Dan ga ik maar de hele avond televisie kijken.''
Waarom zijn ze niet jaren geleden aan een goede taalcursus begonnen? ,,Druk, druk, druk'', roepen de vrouwen bijna in koor. ,,Kinderen, werken, schoonmaken'', probeert Malika uit te leggen.
Fatima gelooft niet in deze simpele verklaring. Sommige vrouwen houden de werkelijke reden voor zichzelf. ,,Toen ik in Nederland kwam, mocht ik vijf jaar niet naar buiten. Ik kon helemaal niet naar taalles.'' Dat ze nu wel in de klas zit, komt omdat ze een tijdje gescheiden is geweest van haar man. ,,Ik ben zo dom geweest om weer naar hem terug te gaan'', zegt ze met een lachje, ,,maar ik mag nu wel naar school''.
De vrouwen beginnen met een leesoefening, die ze als huiswerk moesten leren. Het oplezen gaat lettergreep voor lettergreep. Eigenlijk zijn de vrouwen praktisch analfabeet. Alleen de twee Turkse vrouwen hebben in hun jeugd een paar jaar lagere school gehad. De Marokkaanse vrouwen, ook de jongeren, hebben het alfabet in Nederland geleerd.
De leesoefening gaat over Kees, die probeert te koken. De vrouwen moeten met woorden uit de tekst zelf zinnen maken en daarna mondelinge tekstuitleg. Malika heeft voor de cursus een etui gekocht met Sneeuwwitje erop, haar buurvrouw koos voor raceautootjes.
Hafida, die voor in de klas zit, aarzelt of ze een van de opgedragen zinnen op het bord zal schrijven. Ze wordt regelmatig op de huid gezeten door de andere vrouwen, die commentaar geven als ze een fout maakt of niet meteen antwoord geeft. Maar lerares Til Reus is geduldig.
Reus is tevreden over de aanpak van de gemeente, zegt ze na de les. ,,Het is goed dat Amsterdam eerst selecteert, dat de vrouwen ongeveer op hetzelfde niveau zitten. Het is gewoon niet te doen als de helft van de klas de taal niet spreekt. Dan zit de andere helft te slapen.''
Of de vrouwen in Slotervaart na tien maanden het laagste NT1 niveau gaan halen is twijfelachtig. ,,Ze zitten halverwege het alfabetiseringsprogramma.'' Maar ze zullen een eindtoets afleggen, want Amsterdam wil weten hoe het er voorstaat met de oudkomers.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.