AMSTERDAM - De vier grootste Oost-Europese landen die zich volgend jaar bij de EU voegen, zullen in 2004 een economische sprong maken. Armoede blijft een groot probleem, waarschuwen politici uit de landen.
De groeispurt in Polen, Hongarije, Slowakije en Tsjechië wordt bevorderd door het economisch herstel in het Westen en de EU-subsidies, die al vanaf 1 januari loskomen. De Europese Commissie gaat uit van een gemiddelde groei van 3,5 procent in 2004. Polen mag volgens haar zelfs rekenen op een groei van 4,2 procent.
Dit hoge niveau zullen ze ook voorlopig vasthouden. Economen menen dat ze dankzij het EU-lidmaatschap mogen rekenen op twee procentpunt groei vanaf 2007. Er ligt tot 2007 voor alle tien nieuwkomers 14,12 miljard euro aan structuurfondsen klaar. Bovenop de landbouwsubsidies.
Investeringen vanuit het westerse bedrijfsleven en de productie in de landen zelf zullen tegelijkertijd flink toenemen, voorspellen toplieden van grote westerse bedrijven tegenover financieel persbureau Bloomberg. De auto-industrie, waaronder de vestigingen van Volkswagen in Tsjechië en Slowakije, voert nu al haar productie op. De Oostenrijkse papierreus Neusiedler investeert 240 miljoen euro om 50 procent meer papier te kunnen leveren.
Hoewel sommige bedrijven verder oostwaarts trekken naar Roemenië en Bulgarije, waar lonen nog lager liggen, beschouwen de meeste westerse ondernemingen de jongste EU-loten inmiddels ook als hun thuisbasis. Het viertal, goed voor 80 procent van de tien nieuwe economieën die zich in mei aansluiten, heeft sinds 1989 160 miljard dollar aan buitenlandse investeringen naar zich toegetrokken.
Ondanks de gestage economische groei en de miljarden aan westerse investeringen stijgen de inkomens van de bevolking in de nieuwe lidstaten echter langzaam, blijkt uit de jongste gegevens van Eurostat, het Europese bureau voor de statistiek. In de Baltische staten, Polen en Slowakije ligt het inkomen ver onder de helft van het EU-gemiddelde. Hongarije zit daar met 53 procent iets boven. Tsjechen hebben 62 procent van het EU-gemiddelde te besteden. De Polen zitten al sinds 1999 onveranderd op een bestedingsniveau van 41 procent.
Achter deze gemiddelden gaat bovendien grote armoede schuil. Een op de tien Hongaren leeft onder de armoedegrens. De grote uitdaging aan de vooravond van de toetreding is daarom armoedebestrijding, zei de Hongaarse minister Istvan Hiller onlangs.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.