,,We zijn lang genoeg het wilde westen van Europa geweest.'' Belgrado heeft de strijd aangebonden met de zwarte markt. Straathandelaren en hun klanten mopperen. De Servische Radicale Partij, die morgen waarschijnlijk de grootste wordt bij de verkiezingen in Servië, spint garen bij de ontevredenheid.
BELGRADO - Wat maakt de Boulevard van Koning Aleksandar zo bijzonder? Niets eigenlijk. Vier banen breed en vier kilometer lang brengt deze drukke verkeersader dagelijks duizenden mensen naar het hart van Belgrado. Winkels en restaurants zijn feestelijk versierd, ook de straatverlichting is aangepast aan de tijd van het jaar. Daar waar de Boulevard eindigt in het Plein van Nikola Pasic, omgeeft een kerstmarkt een kleine openluchtijsbaan .
Het opmerkelijke zit hem in wat zich niet meer toont. ,,Eindelijk is het hier geen Turkse bazaar meer'', constateert Petar Moravac, burgemeester van de deelgemeente Zvezdara, met zichtbare tevredenheid. Tot enkele maanden geleden huisde de boulevard misschien wel de langste zwarte markt van Europa. Honderden kramen en kiosken boden de meest uiteenlopende waren. Doorgaans van dubieuze kwaliteit en dito herkomst, maar in ieder geval goedkoop. Begin dit jaar besloot het gemeentebestuur van Zvezdara, waar het grootste deel van de boulevard onder ressorteert, tot actie. ,, Het had lang genoeg geduurd.''
Tien jaar om precies te zijn. Dusan, inmiddels 67, was in 1992 een van de eerste straathandelaren. ,,Ik werd ontslagen, ik moest toch iets.'' Door sancties, het uiteenvallen van het oude Joegoslavië en economisch wanbeheer kelderde de productie. De winkels, merendeels nog in staatshanden, bleven leeg. De straat, toen nog Van de Revolutie geheten, vulde het vacuüm. ,,We begonnen met kleine hoeveelheden en verkochten vanaf een inklapbaar tafeltje.'' Geleidelijk aan kreeg de verkoop een steeds permanenter karakter. Letterlijk: er werden grote marktkramen opgesteld, zelfs kiosken gebouwd.
De bemoeienis van de autoriteiten bleef beperkt tot het invoeren van tijdelijke vergunningen. En dus kon je op de boulevard, behalve voor Turks textiel, ook terecht voor goedkope sigaretten (want smokkel), dito computerprogramma's (want illegaal gekopieerd) en voordelige parfum (want namaak). ,,We waren het wilde westen van Europa'', zegt Moravac, lid van de Democratische Partij en sinds de omwenteling van eind 2000 burgervader van Zvezdara.
De pogingen aan de wetteloosheid een eind te maken doen vooral de winkeliers aan de boulevard deugd, inmiddels voor negentig procent particuliere ondernemers. ,,Het was oneerlijke concurrentie. Ze betaalden geen belasting, geen btw'', aldus de eigenaresse van een schoenenwinkel, die tegelijk constateert dat het wel een stuk rustiger is geworden. ,,Vind je het gek'', moppert een oudere voorbijganger, ,,het zijn nu allemaal Europese prijzen, maar waar blijft het Europese loon?''
Met een gemiddeld inkomen van 200 euro is het leven voor de doorsnee Serviër nog steeds geen vetpot. En dat maakt de strijd tegen de zwarte markt een onvoltooide. Ja, geeft burgemeester Moravac toe, een deel van de handel heeft zich gewoon verplaatst naar buitenwijken. En 's avonds in het donker herleeft ook op de boulevard weer iets van de oude tijden. Op wasrekken en opklapbare tafeltjes tonen tientallen handelaren hun waar. ,,Net als tien jaar geleden, we zijn niets opgeschoten'', constateert Dusan somber. Terwijl hij een klant te woord staat -vandaag doet de voormalig ingenieur in T-shirts- schieten zijn ogen voortdurend heen en weer. Doorgaans houdt de 'inspekcija' het om een uur of zes voor gezien, maar je weet het maar nooit.
,,Ik moet wel'', herhaalt Dusan zichzelf op de vraag waarom hij hier toch weer staat. ,,Van mijn pensioen kan ik amper mezelf, laat staan mijn vrouw onderhouden.'' Ook 'buurman' Aleksander (22), die zich stampvoetend warm probeert de houden, komt van het loon dat hij als schoonmaker in een ziekenhuis verdient niet rond. ,,Het is 100 euro, als het al komt.'' Dus verkoopt hij plastic speelgoed, of ondergoed, of paraplu's. ,,Ik ben niet kieskeurig.'' Als vluchteling uit Sarajevo heeft hij geen stem bij de parlementsverkiezingen, morgen. Had hij die wel, dan was zijn keus snel gemaakt. Dan stemde hij voor de Servische Radicale Partij (SRS), ,,net als bijna alle mensen hier op straat''. Niet dat hij nou zo'n groot geloof heeft in de capaciteiten van de ultranationalisten om de economie uit het slop te helpen. ,,Maar zij zullen ons tenminste met rust laten.''
Voor de verlegen sokkenverkoper die liever anoniem wil blijven, is de SRS geen alternatief. Hij is een zogeheten Goranac, een Servische moslim uit Kosovo. ,,Ik behoor tot een minderheid, van de Radicalen heb ik niets te verwachten.'' Maar hij voelt zich ook danig in de steek gelaten door de zogeheten democratische partijen, waarvoor hij in 2000 heeft gestemd. ,,Ze beloofden zoveel, maar ik kan nog altijd het hoofd amper boven water houden.'' Zijn uitweg: hij stemt waarschijnlijk niet.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.