DEN HAAG - Het is een raadsel op basis van welke staatkundige visie het kabinet-Balkenende de gekozen burgemeester wil invoeren. De vice-president van de Raad van State, Tjeenk Willink, schrijft dat toe aan 'de grote achterstand in het denken over de staat' waaraan de politiek volgens hem lijdt.
Tjeenk Willink uit deze kritiek in de laatste editie van het CDA-blad Christen-democratische Verkenningen. Als gevolg van de achterstand in het staatkundig denken staan de ministers 'met lege handen' in hun motivatie voor bestuurlijke vernieuwing. Door de drang tot actie die volgens hem de politiek beheerst, zet het kabinet niettemin toch zijn plan voor de gekozen burgemeester door.
,,Ieder schijnt vooral gericht te zijn op actie, resultaten en wel nú. Voor welk probleem is de directe verkiezing van de burgemeester -waar ik op zich niet tegen ben-- een oplossing?'' Hij vraagt degenen die menen dat de gekozen burgemeester de afstand tussen burgers en politiek zal verkleinen, of dat het werkelijke probleem is. Er is volgens hem juist sprake van een gebrek aan afstand: ,,De politieke agenda is veel te kortademig en incident-gevoelig geworden.''
Tjeenk Willink krijgt in hetzelfde blad bijval van CDA-senator Dölle en van rechtsfilosoof Kinneging. De laatste laakt de tendens dat zowel politici als burgers de politiek in toenemende mate zien als een marktplaats, met de kiezers als de vragende partij en de politici als de 'producent' die opereert op basis van de stelregel: 'U vraagt, wij draaien'.
In deze benadering van politiek gaan volgens Kinneging twee noties teloor die voor een goed verloop van het democratisch proces essentieel zijn, vooral onder moeilijke omstandigheden. Bij de kiezers is dat de bereidheid offers te brengen, bij de politici bereidheid leiderschap te tonen: ,,Leiderschap dient vooral te liggen in overtuigingskracht. De democratische politicus moet in staat zijn kiezers op andere gedachten te brengen en hun eigenbelang zonodig te offeren ten bate van het algemeen belang.''
Ook Tjeenk Willink meent dat de vernieuwing van de overheid niet begint bij het bestuur, zoals het kabinet nu doet met de invoering van de gekozen burgemeester, maar bij een herwaardering van politiek leiderschap. ,,Politici moeten aanspreekbaar problemen definiëren en richting wijzen, keuzes maken op grond van een visie waar het met de maatschappij heen moet, een visie hebben op de staat, bereid zijn een afweging te maken en daarvoor politieke verantwoordelijkheid te nemen.''
Eerder bepleitte een CDA-commissie onder leiding van de burgemeester van Den Haag, Deetman, een jaar uitstel van de invoering van de gekozen burgemeester. Invoering na nieuwe Tweede-Kamerverkiezingen maakt het mogelijk de Grondwet voor de gekozen burgemeester te wijzigen, mits de zittende Kamer voor de eerste keer over de beoogde wijziging stemt. Het kabinet heeft meer haast en wil nog deze regeerperiode de burgemeester laten kiezen. Hij blijft dan grondwettelijk ook voorzitter van de gemeenteraad. Deetman wijst erop dat het behoud van die onpartijdige functie haaks staat op het doel van het burgemeesterschap een politieke functie te maken, waarom kandidaten met een verschillende kleur strijden.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.