*

 

Te strenge hygiëne maakt kippen zieker

Kees-Jaap Hin en Wouter van der Weijden − 15/03/03, 00:00

Kippen binnenhouden helpt niet tegen ziektes. Hoe meer hygiëne, hoe minder weerstand deze beesten ontwikkelen. Dringt er dan eens een onvermijdelijke ziektekiem de stal binnen, dan sterft meteen de hele veestapel.

De epidemie van vogelpest is waarschijnlijk veroorzaakt doordat buiten lopende kippen in contact kwamen met mest en dus het virus van wilde eenden. Er gaan stemmen op om alle kippen op stal te houden. Aanscherping van de hygiëne moet ziektekiemen buiten de deur houden. We dreigen echter met de strikte hygiëne het paard van Troje binnen halen.

Dierziekten zijn de vloek van de veehouderij in Nederland. Om de paar jaar moeten dieren na een uitbraak van een besmettelijke ziekte grootschalig worden 'geruimd'. Na de varkens en de koeien zijn nu de kippen aan de beurt. Daarnaast voert de pluimveehouderij een permanent gevecht met de salmonellabacil, die een risico vormt voor de voedselveiligheid.

De hygiënemaatregelen van de laatste jaren hebben effect gehad. Zo was de structuur van de varkenssector vóór de varkenspest vergelijkbaar met een bord spaghetti: een onontwarbare kluwen bedrijven die dieren aan elkaar leverden. Als er een ziekte uitbrak kon die zich snel naar tal van bedrijven verspreiden. Na de varkenspest is het niet meer toegestaan om van meer dan drie bedrijven dieren aan te voeren. Dat heeft ertoe bijgedragen dat twee jaar geleden de varkenshouderij buiten de mkz-crisis wist te blijven.

Na de uitbraak van vogelpest gaan er dan ook stemmen op de hygiëne in de pluimveehouderij aan banden te leggen door de uitloop van kippen naar buiten te verbieden. Maar de hygiënemedaille heeft een keerzijde. De veehouderij wordt steeds klinischer en dit heeft ook negatieve effecten voor de diergezondheid.

De gedachte achter hygiëne is dat als er geen ziektekiemen zijn, je ook niet ziek kunt worden. Op korte termijn is dat vanzelfsprekend, maar op lange termijn ligt het complexer. Als je niet in aanraking komt met ziektekiemen, bouw je ook geen weerstand op. Dat wreekt zich als er toch een keer een ziektekiem binnendringt. Veehouders doen hun uiterste best besmetting te voorkomen. Varkens en kippen worden door middel van hygiënesluizen hermetisch van de buitenwereld afgesloten. Bezoekers mogen de stal niet betreden en iemand die er echt in moet, zoals de dierenarts, moet zich eerst douchen en schone kleren aantrekken. Zo ontstaat er een steeds groter microbiologisch contrast tussen het milieu binnen en buiten de stal. Naar buiten lopen wordt voor varkens en kippen vergelijkbaar met een reis van een westerling naar een tropisch land: je wordt er snel ziek omdat het lichaam onbekend is met de ziektekiemen die er rondwaren. Zelfs scharrelkippen en -varkens kunnen niet meer naar buiten.

Maar ook 'gesloten' systemen wordt steeds kwetsbaarder: als er ondanks de strenge hygiëne een ziektekiem weet binnen te dringen -en dat is niet voor 100 procent uit te sluiten- dan sneuvelt gelijk de hele veestapel.

De hygiënestrategie wordt ook op internationaal niveau doorgevoerd. Daardoor wordt het andere wapen in de strijd tegen dierziekten, vaccinatie, steeds botter. Laboratoriumtesten kunnen vaak geen onderscheid maken tussen een ziek en een gevaccineerd dier. Daarom weigeren landen waar een ziekte is uitgeroeid (vlees, melk en eieren van) gevaccineerde dieren. Dat zet exporterende landen als Nederland onder zware druk om voor steeds meer ziekten vaccinatie af te schaffen en alle kaarten te zetten op hygiëne.

Strenge hygiëne heeft nog een risico. Het immuunsysteem van mens en dier heeft zich in de evolutie ontwikkeld door voortdurende contacten met ziekteverwekkers. Recent onderzoek bij mensen levert aanwijzingen dat het immuunsysteem ziektekiemen en parasieten niet alleen kan bestrijden, maar ze ook nodig heeft om goed te functioneren. Wordt het systeem niet goed 'opgevoed' door ziektekiemen, dan raakt het ontregeld. Het kan dan overmatig gaan reageren op onschuldige stoffen of zelfs op het eigen lichaam. Volgens deze 'hygiënehypothese' is de toegenomen hygiëne in de leefomgeving een belangrijke oorzaak van de sterke toename van allergieën, astma en auto-immuunziekten in Westerse landen. Bij mensen die wat minder hygiënisch zijn grootgebracht, blijken deze ziekten aanmerkelijk minder voor te komen.

De hygiënehypothese is nog niet sluitend bewezen, maar wordt door steeds meer immunologen serieus genomen. De hypothese impliceert uiteraard niet dat we maar moeten stoppen met hygiëne, want daarvoor hebben we er teveel aan te danken, denk aan het terugdringen van pest, tyfus, cholera en difterie. Ook in de veehouderij is hygiëne van blijvend belang. Maar het word wel tijd dat we beseffen dat hygiëne ook te ver kan doorschieten. Hygiëne is een vorm van bescherming tegen ziekten. Maar als we door overmatige bescherming dieren en mensen tot kasplantjes maken en zelfs sommige ziekten bevorderen, dan zijn we op de verkeerde weg. We moeten streven naar een sterkere veestapel: door fokkerij, door vaccinatie en door optimale in plaats van maximale hygiëne. We moeten zoeken naar een nieuwe balans tussen hygiëne en selectieve blootstelling aan ziektekiemen. Bij ernstige risico's moet de hygiëne verder worden aangescherpt, maar bij beperkte risico's moeten we het ook aandurven de hygiëne te versoepelen.

Dat vergt nog veel onderzoek naar de interactie tussen het uiterst complexe immuunsysteem en de omgeving. Maar deze onzekerheid mag geen excuus zijn om te wachten met actie. Daarvoor zijn de signalen van wat nu al bekend is te serieus. Gelet op het voorzorgbeginsel moeten we voorkomen dat we zo ver de hygïëne-fuik inzwemmen dat we niet meer terug kunnen. Een verbod op het buiten laten lopen van kippen is zo bezien op korte termijn effectief, maar op lange termijn een stap in de verkeerde richting.

mailIcon print |