*

 

Nederland schuift weer verder op naar koninklijke republiek

J. A. A. van Doorn − 15/03/03, 00:00

De Oranjes hebben in de geschiedenis van ons land eeuwenlang belangrijke functies vervuld maar onomstreden is hun positie eigenlijk nooit geweest. Er waren vrijwel altijd machtige standen en stromingen die de vertegenwoordigers van het huis van Oranje met enige argwaan in de gaten hielden.

Veelzeggend is het ontstaan van de Nederlandse natie: als een republiek temidden van monarchieën. De Oranjes werden geduld maar een hogere positie dan die van prins of stadhouder was voor hen niet weggelegd. Paradoxaal genoeg kregen we pas een koning na de Franse Revolutie toen de burgerij definitief haar politieke opmars begon.

Het kon dan ook niet lang duren of de liberalen gingen aan de slag om de macht van het koningschap terug te dringen. De socialisten die hun fakkel overnamen, toonden zich overigens heel wat radicaler: niet inperking van het koninklijk gezag was het parool maar afschaffing van de monarchie. Pas in de jaren dertig verzoenden de Nederlandse sociaal-democraten zich met het koningschap.

De oorlog en de bezetting gaven het koningschap een formidabele impuls. Wilhelmina, in Londen de stem van het vrije Nederland, wist zozeer het symbool te worden van strijdend Nederland, dat haar dochter Juliana er nog geruime tijd op kon teren.

Zoals vele taboes werd in de roerige jaren zestig ook de monarchie geattaqueerd. Het verst ging het programma van Nieuw Links uit 1966 waarin met zoveel woorden werd gesteld dat Nederland na het aftreden van Juliana een republiek zou dienen te worden. De PvdA werd opgeroepen de bijpassende staatsrechtelijke structuur vast in studie te nemen.

Naarmate de voormannen van Nieuw Links mooie politieke functies veroverden verdween, zoals doorgaans bij dergelijke woeste plannen, ook het revolutionaire enthousiasme. Alleen D66 hield vast aan een zeker beschaafd republikanisme, wat onder meer tot uiting kwam in 2000 toen fractievoorzitter Thom de Graaf voorstellen indiende tot modernisering van het koningschap. In concreto kwam het neer op een pleidooi voor het terugtreden van het staatshoofd uit de Raad van State en het schrappen van de rol van het staatshoofd in de formatie van een nieuwe regering. Iets dergelijks was eerder in commissieverband bepleit maar nooit, zoals nu, door de fractievoorzitter van een regeringspartij. Premier Kok, die eerder vage gedachten dienaangaande had geuit, liet de zaak echter doodbloeden en vond daarbij de grote partijen aan zijn zijde.

Het verband is niet zonder meer te bewijzen maar het valt op dat de conjuncturele bewegingen in de reputatie van het koningschap niet zelden samenvallen met persoonlijke affaires en omstandigheden. Wilhelmina had het geluk tijdens de oorlog in Londen te verblijven zoals Beatrix het ongeluk had uitgerekend in de jaren zestig een voormalige Wehrmachtsoldaat tot bruidegom te kiezen. Haar huwelijk in 1965 zal het linkse antimonarchale radicalisme zeker hebben gevoed. Toen Claus echter een bijzonder aardige man bleek te zijn, vol van politiek-correcte denkbeelden, straalde dat af op Beatrix en verzoende het progressief Nederland met het koningshuis.

Een soortgelijke golfbeweging is te zien in de jaren 1999-2002. Een reeks van incidenten bracht Beatrix in opspraak: de overplaatsing onder haar aandrang van een ambassadeur, het door haar afgedwongen lidmaatschap voor Willem-Alexander van het omstreden Internationaal Olympisch Comité, haar skivakantie in het Oostenrijk van Jörg Haider en vooral haar uitval naar de media: 'de leugen regeert'.

Daar overheen kwam de kwestie-Zorreguieta die het halve land in opwinding bracht en van premier Kok de uiterste inspanning vroeg om tussen de constitutionele klippen een veilig vaarwater te vinden. Intussen kwam het koningshuis steeds ongunstiger in de publiciteit. In de media werd lacherig en sarcastisch over Beatrix en de monarchie geschreven en uit opinieonderzoek in voorjaar 2000 bleek dat de kritische stemming ook in ruimer kring leefde.

In dit klimaat konden de voorstellen van D66-fractieleider De Graaf tot modernisering van de monarchie op veel bijval rekenen. Maar het getij zou spoedig keren toen Máxima -de Evita van Oranje- in de openbaarheid trad en op slag alle harten wist te winnen. In het charme-offensief van Oranje, schreef De Groene Amsterdammer einde 2002, was Máxima zoveel als het geheime wapen, het 'superkanon'. Het is ook romantisch te verwoorden: een burgermeisje schoot de benarde vorstin met succes te hulp.

Een jaar later gebeurt precies het omgekeerde: een telg van de koninklijke familie, Margarita, attaqueert de koningin, omdat haar man, een burgerjongen dus, beledigd is. In plaats van een charme-offensief is er nu een venijnige beschadigingsactie met zelfs inschakeling van advocaten.

Reeds premier Kok heeft geprobeerd het dreigende koningsdrama tot een familieruzie te reduceren en premier Balkenende is hem daarin aanvankelijk gevolgd, ongetwijfeld tot genoegen van het hof. Even leek dat te lukken maar de slag is verloren: de contouren van een politiek schandaal beginnnen zich af te tekenen.

Het verdere verloop van de affaire valt moeilijk te voorspellen, maar het is onwaarschijnlijk dat de schade zich tot de persoon van koningin Beatrix zal beperken. De monarchie zelf wordt momenteel aan een inspectie onderworpen. We zullen weer iets verder opschuiven in de richting van een koninklijke republiek, een proces dat al twee eeuwen aan de gang is.

mailIcon print |