*

 

Oorlog ongeschikt

Koen Koch − 15/03/03, 00:00

Het ziet er naar uit dat president Bush binnenkort toch voor oorlog kiest. Niet omdat oorlog onvermijdelijk is geworden, maar gewoon omdat hij oorlog het best mogelijke alternatief vindt. Over de uitslag van deze oorlog bestaat geen twijfel. De Amerikanen winnen. Vroeger was oorlog een strijd tussen twee min of meer gelijkwaardige partijen, die in een strijd op leven of dood met elkaar verwikkeld waren. Daar is nu geen sprake van. De Verenigde Staten is een militaire reus, Irak vergelijkenderwijs een dwerg. De verhoudingen zijn sinds de oorlog ter bevrijding van Koeweit in 1991 nog ongelijker geworden. Toen konden de VS eerst wekenlang ongestoord de militaire installaties van Irak bombarderen om vervolgens in een spectaculair grondoffensief van honderd uur het karwei af te maken.

Sinds die nederlaag is Irak militair niet sterker geworden, integendeel. Veel van het oorlogsmaterieel dat in 1991 vernietigd werd, kon niet vervangen worden. Over het noorden en het zuiden van het land heeft Saddam Hoessein geen controle meer. In Noord-Irak bevinden zich reeds Turkse troepen, niet zozeer om Irak aan te vallen, maar om de Koerden aldaar onder de duim te houden en te verhinderen dat een vrij Koerdistan wordt uitgeroepen. Zo'n vrij Koerdistan zou immers de strijd van de Koerden in Turkije zelf voor hun fundamentele mensenrechten, die nu ernstig geschonden worden, kunnen steunen. Onze Patriot-raketten verdedigen inderdaad een hele speciale bondgenoot, maar dit terzijde.

Het luchtruim boven Irak wordt geheel door de Amerikanen beheerst. Al jaren worden regelmatig bombardementen op Iraakse militaire installaties uitgevoerd. Irak wordt doorkruist door VN-wapeninspecteurs. Het aantal daarvan kan verveelvoudigd worden als bureaucratische procedures dat niet zouden verhinderen. Het komt erop neer dat Irak op het ogenblik geheel in bedwang gehouden wordt, militair en diplomatiek. Hierin ligt het argument om op de ingeslagen weg voort te gaan: militaire containment (inperking) en druk, toenemende activiteit van de VN-inspecteurs die meer en meer van het resterende wapenarsenaal zullen ontmantelen. Des te langer deze gecombineerde activiteit aanhoudt, des te moeilijker wordt de positie van Saddam Hoessein en des te groter worden de kansen voor de binnenlandse oppositie.

Een oorlog verstoort deze ontwikkeling en heeft ook onaangename politieke neveneffecten. Oorlog is op dit ogenblijk dus geen geschikt middel om het politieke doel van de internationale gemeenschap te bereiken. Ik heb dit al maanden geleden betoogd.

Een oorlog zal aan Amerikaanse kant nauwelijks slachtoffers maken, de meeste soldaten zullen sneuvelen als gevolg van ongelukken of van beschietingen door eigen troepen. Tegenstanders van de oorlog vrezen honderdduizenden Iraakse slachtoffers, onder verwijzing naar de oorlog in 1991. Als er gevochten wordt tot het laatste huis in Bagdad, is dat mogelijk. Afgaande op de ervaringen in 1991, acht ik dit zeer onwaarschijnlijk. Ondanks al het gepraat over Iraaks eergevoel en suicidaal fatalisme, hebben de Iraakse troepen toen nauwelijks teruggevochten. Zij sloegen vooral op de vlucht. In 1993 heeft John Heidenrich in Foreign Policy beargumenteerd dat er waarschijnlijk slechts enkele duizenden Iraakse soldaten gesneuveld zijn. Van de duizenden alleen al die levend in hun loopgraven begraven zouden zijn, hebben de Amerikanen er feitelijk slechts tussen de 80 en 250 teruggevonden, de Iraakse regering 44. Heidenrich werd aangevallen, door Amerikaanse militaire diehards die een overwinning slechts kunnen vieren als de vijand vernietigd wordt, en door tegenstanders van de oorlog die hun verzet gebagatelliseerd zagen door het geringe aantal slachtoffers ervan. Ik heb geen tienduizenden slachtoffers nodig om tegen de oorlog te zijn. Oorlog is nu geen geschikt instrument, en dan is ieder dood mens er een te veel.

mailIcon print |